Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Genadige gein

Het is geen gewoonte dat men op vragen die de dominee in de preek stelt, ook werkelijk antwoordt. Het zijn ook nooit échte vragen, lijkt het. Het zijn retorische vragen, in de trant van: 'heeft u dat ook, gemeente ...?' Het is de dominee die de vragen zelf beantwoordt. Want stel je voor dat iemand vanuit de gemeente daarna zou roepen: 'Nee, dat heb ik nooit!' Als een kind iets roept, vinden de groten dat vaak wel leuk. Maar groten? Ik heb ’t één keer meegemaakt. Dat op het amen van m’n preek iemand nog even wilde checken: ‘Heb ik het nou goed begrepen dat …?’ Maar bevrijdend lachen? Ik heb ’t niet kunnen ontlokken…

Hoe vaak denkt men dat de kerk ernstig en somber is? Vraag maar aan mensen die er al jaren niet meer komen. Niet dat de kerk er is voor ‘dijenkletsers’; de dominee is geen cabaretier. Maar lachen in de kerk, dat mag heus. Je eigen ernst en zorg over zoveel zaken heeft namelijk z'n grenzen. Uiteindelijk is het ergste nooit het einde. Tenminste, dat is wat in de bijbel met genade bedoeld wordt: dat het leed en het lijden begrensd zijn, omdat Gods macht op een of andere manier toch groter is. En dat je ná de pijn en het verdriet toch weer de ruimte vindt om je hoofd op te heffen en te kunnen glimlachen. Zoals mensen na een rouwperiode, tot hun eigen verrassing, zichzelf op een morgen horen zingen. Er blijkt een grens te zijn aan het kwaad en de boosheid.

Zie psalm 22, die Jezus aan het kruis aanheft - God mijn God, waarom heb je mij verlaten? Een diep-dodelijke klacht. Maar, in het tweede deel van die psalm klinkt toch het geloof in het leven: in het midden van de gemeente zal ik u loven. Het goddelijk ‘en toch’ gaat door en over lijden en dood heen.

Geinige verhaaltjes

Het zijn dit soort omkeringen, waar de bijbel vol mee staat. Niet alleen in de psalmen. Veel gelijkenissen in de evangeliën zijn geinige verhaaltjes. Menig hoorder heeft bevrijdend geglimlacht, omdat de macht in die gelijkenis wordt gekleineerd. Hopelijk konden ook die machtigen uiteindelijk lachen. Eerst als een boer met kiespijn maar daarna voluit, omdat ze hun eigen dwaasheid van macht leerden inzien. Want veel humor, gein, in de bijbel is gericht tegen degenen die hoog gezeten zijn. Steeds weer is te zien hoe de verhoudingen tussen mensen anders zouden moeten en kúnnen zijn. Daarom worden eersten laatsten, storten koningen van hun troon, worden bedelaars eregasten aan de maaltijd in de bruiloftszaal, blijken de goden, als het er op aankomt, stom en doof en wordt het immens rijke Babel afgeschilderd als Babbelstad. De bijbel staat vol met grappen en grollen. Het jiddische gein hangt samen met het hebreeuwse woord voor genade! Kernwoord in de bijbelse boodschap.

Geloven kreeg in de kerk soms iets zwaarwegends. Juist voor zo'n kerk zou gein als een zeer ernstige zaak moeten gelden. Bij beroepings gesprekken met een predikant zou de vraag gesteld moeten worden: 'Dominee, kunnen we met u lachen, want we willen zo graag bevrijd worden van alles wat ons bang maakt.'

Genadige gein

Humor luistert nauw. Het is verre verheven boven elke vorm van lolligheid en gewilde opgewektheid. Humor betekent níét dat je in een verdrietige situatie altijd maar weer 'de andere, goede en vrolijke' kant moet zien. Leed, pijn en verdriet moeten een plaats hebben en krijgen; en tijd om het te ondergaan en verwerken.

In sommige situaties mag je, ja, zelfs móet je huilen, schelden, boos en teleurgesteld zijn. Klagen mag, klagen moet want er gaat soms veel mis in de wereld, tussen en met mensen. Maar: verdriet is nooit eindeloos. Door lijden een plaats te geven geef je tegelijkertijd de grens ervan aan. Humor laat die grens zien. Je lijdt, je huilt, en hopelijk kan je dat samen met iemand anders doen. Je weet niet waar het ophoudt maar je moet weten dát het ergens ophoudt. Genadige gein zoekt die grens en roept 'ho' als mensen aan hun verdriet ten onder dreigen te gaan. Je verdriet moet op z'n kop krijgen, op z'n kop gezet worden, tot iemand je door z'n tranen heen weer durft aan te kijken. Dan pas kunnen en mógen de tranen gedroogd worden. Dat ís toch het koninkrijk van God waar maken?

Verloren - vinden - vreugde

'De Eeuwige zal je Zijn stralend gelaat toewenden en je genadig zijn!' Deze woorden gebruik ik in de zegen aan het eind van de dienst. Na een dienst in een lutherse gemeente in den lande werd ik er op aangesproken: "Er staat

nergens in de bijbel dat God een stralend gelaat heeft." Ik legde uit dat ik deze vertaling van de 'Aäronitische zegen' (Numeri 6:24-26) had gevonden in een Joods gebedenboek. Een onvervalste bron derhalve, waartegen weinig ingebracht kon worden.

Was het een hang naar bijbelgetrouwheid dat het stralende van Gods gelaat zo twijfelachtig was, of was het een rechtzinnigheid, die geen opgewektheid en vrolijkheid verdraagt? Terwijl er toch zo vaak sprake is van vreugde en blijdschap in de bijbelverhalen.

Het verloren schaap, de verloren penning, de verloren zoon. Zo kennen we die verhalen. Eeuwig zonde! Net zoals het woord verloren komen ook de woorden vinden en vreugde in elk verhaal drie keer voor. Waarom heten die verhalen dan niet: de vreugde over het vinden wat verloren was.

De blijdschap is vreugde vanwege de gein, de genade die de verhoudingen tussen mensen relativeert en recht trekt. Niet meer de één hoog - de ander laag gezeten. Maar de kleine wordt opgericht, en de grote komt van z’n voetstuk, al dan niet vrijwillig. Dan kunnen ze elkaar ontmoeten, zien, van aangezicht tot aangezicht.

Genade: soms hoef je niks te doen 

Het is de grap van Jezus, die de discussie van de discipelen over wie het grootste is in het koninkrijk (Mt.18) doorbreekt en een kind in hun midden zet. Niet omdat een kind zo voorbeeldig gelooft, maar omdat de blikrichting van de discipelen zo voorbeeldig gecorrigeerd wordt als een kind temidden van die grote mensen wordt gezet. Ik hoop althans dat ze de grap ervan ingezien hebben. Want in menige kerk valt er niks te lachen. Het kind wordt serieus onderwerp van de theologie en de hoge heren (vooral zij) komen tot de conclusie dat kleine kinderen niet zomaar in de kring van de volwassenen mogen. Ze moesten eerst gedoopt worden en dan catechisatie en belijdenis, en dan, misschien ...

Arme theologen, die zich niet voor kunnen stellen dat Jezus juist hén te kijk zet in hun angstige bezorgdheid om het heil te beschermen. Wat is er in ’s hemelsnaam mis met dat kind? Niets, helemaal niets. 't Was alleen gewillig genoeg om zich in het midden te láten zetten door Jezus.

Dat moet dan ook voor ons maar de vrolijke boodschap zijn, speciaal voor degenen die zich afvragen of ze wel genoeg geloven: je hoeft soms niks te doen. Alleen je in het midden laten zetten, of aan de tafel, en samen met God en mensen plezier maken met een vrolijke maaltijd.

 

Zalig wie ons de ogen opent met een vrolijke boodschap en ons een bevrijdende glimlach of schatering ontlokt.

Was deze informatie zinvol?
We hebben je feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)