Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Laten wij bidden - Gedachten bij de biddag voor gewas en arbeid

Ds. Marco Batenburg, preses generale synode, deelt een aantal gedachten bij biddag. "Al een jaar lang kampt onze samenleving met de ontwrichtende gevolgen van het coronavirus. Ook ons kerk-zijn is hier diep door geraakt. Zou dat geen goede aanleiding zijn om juist rond deze biddag onze toevlucht bij God te zoeken en ons hart voor Hem uit te storten (Psalm 62:9)?"

Op woensdag 10 maart is het biddag voor gewas en arbeid. In veel kerken worden op deze dag diensten gehouden, en anders wordt er de eerstvolgende zondag bij stilgestaan. De biddag van vorig jaar was in veel plaatsen de laatste keer dat eredienst zonder beperkingen kon worden gehouden. In de dagen erna gingen veel gemeenten over op online vieringen, of samenkomsten met nauwelijks mensen. Dat maakt deze biddag tot een bijzondere dag. Al een jaar lang kampt onze samenleving met de ontwrichtende gevolgen van het coronavirus. Ook ons kerk-zijn is hier diep door geraakt. Zou dat geen goede aanleiding zijn om juist rond deze biddag onze toevlucht bij God te zoeken en ons hart voor Hem uit te storten (Psalm 62:9)? 

De ligt in een aantal bijbelse motieven. In het Oude Testament is naast het gebed in de eredienst in de tempel, ook sprake van speciale vastendagen (Jesaja 22:12; Joël 1:17). De Grote Verzoendag is daarvan een voorbeeld, maar ook omstandigheden als een situatie van vijandelijke overheersing, droogte of hongersnood konden aanleiding zijn voor het uitroepen een bijzondere samenkomst. De mensen scheurden hun kleding en strooiden as over het hoofd als teken van rouw. De dag stond in het teken van gebed, schuldbelijdenis en boete. Later werden vastendagen ook op de liturgische kalender geplaatst. Na de verwoesting van Jeruzalem ontstaan bijvoorbeeld boete- en gebedsdagen die regelmatig gehouden moeten worden.

In ons land spreekt de Nationale Synode van Dordrecht 1618 / 1619 over de mogelijkheid om een biddag uit te roepen in “tijd van oorlog, pestilentie, dure tijd, zware vervolging der Kerken en andere zwarigheden.” Later zien we ook de jaarlijkse bid- en dankdag verschijnen. Zo besluit Overijssel in 1658 om jaarlijks in het voorjaar een biddag en in september een dankdag voor gewas te houden. In de kerkorde van de Protestantse Kerk worden de bid- en dankdag niet apart vermeld, wel schrijft artikel VII, 1: “(...) De gemeente komt samen tot boete-, dank- en gebedsdiensten. (...)”

Over het grote belang van het gebed voor de christelijke gemeente heeft dr. K.H. Miskotte ooit prachtig geschreven in zijn boekje “De weg van het gebed”:

“De gemeente van Christus is een biddende gemeenschap; in het gebed wordt haar antwoord openbaar op het Woord van God, dat haar heeft geschapen; daarom is het gebed als dankzegging en aanbidding, als belijdenis en voorbede, als regelmatig vragen en aanroeping in de nood, als verhaal van vrede en als kreet uit de diepte, het meest onvervreembaar kenmerk van het kerk-zijn.”

De biddag voor gewas en arbeid kan door de naamgeving de suggestie wekken dat zo’n dag van gebed vooral in een agrarische samenleving van betekenis is. Maar als het gebed voor de christelijke gemeente onopgeefbaar is, zou het dan ook niet van grote betekenis zijn om ons enkele dagen in het jaar heel nadrukkelijk te richten op God? Allereerst om Hem dank te zeggen en te aanbidden: ‘Gods goedheid houdt ons staande’ (Psalm 107). De historische achtergrond van de biddag zet ons er ook bij stil dat dit een dag is om schuld te belijden. We belijden ons tekort aan vertrouwen op God, ons tekortschieten in geloof, hoop en liefde, ons slordig omgaan met de schepping. En we brengen de nood van ons leven, ons land en van de wereld voor God. 

  • We denken aan alle ellende die het coronavirus in mensenlevens teweeg brengt. De eenzaamheid, de angst, de rouw om geliefden, zorgen over je baan. 
  • We denken aan de kerk. Aan de pijn die het gemis van samenkomsten oproept, de zorg of we elkaar vasthouden. Aan ambtsdragers die het nauwelijks volhouden om met geloof en moed hun ambt te blijven dragen.
  • We denken aan de samenleving. Aan verharding en polarisatie. Maar ook aan allen die zich ondanks kritiek voor deze samenleving blijven inzetten.
  • We denken aan de nood van de wereld. Aan mensen op de vlucht, aan situaties van onrecht. 

‘Want wie zijn hulp verlangt,
Hem aanroept in gebeden,
verlost Hij uit de angst
en leidt Hij tot de vrede.
Psalm 107: 20 (ber.)

Vanuit de classes van onze kerk worden dit jaar ook gebeden aangereikt die kunnen dienen als inspiratie. Het boekje waarin ze zijn samengebracht kunt u hier vinden. Een gezegende biddag gewenst!

Zie ook:

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)