Waarom quotum en Solidariteitskas bestaan
Een gemeente staat zelden alleen. Classicale ondersteuning, scholing van predikanten, jeugdwerk, diaconaal werk over de grenzen van de eigen gemeente heen: dat werk wordt gedragen doordat gemeenten samen bijdragen aan wat ze alleen niet kunnen opbrengen. Quotum en Solidariteitskas zijn de vorm waarin die gezamenlijke bijdrage nu is geregeld.
De huidige quotumregeling
De regeling voor het kerkrentmeesterlijk quotum, het diaconaal quotum en de Solidariteitskas die hieronder wordt toegelicht, is de regeling zoals die nu geldt, na het intrekken van de nieuwe regeling van december 2024. Zij is gebaseerd op ordinantie 11 en op de uitvoeringsregeling bij de uniforme quotisatieregelingen en de Solidariteitskas.
Afdrachten
Plaatselijke gemeenten van de Protestantse Kerk betalen jaarlijks een financiële bijdrage aan het bovenplaatselijke werk: het ambtelijke en dienstverlenende werk van de kerk.
In de uitvoeringsregeling behorend bij de uniforme quotisatieregelingen en de Solidariteitskas staat uitgewerkt hoe deze quotumheffing plaatsvindt. Het gaat om deze aanslagen:
- aan de plaatselijke gemeenten een kerkrentmeesterlijk quotum en een heffing voor de Solidariteitskas (een vast bedrag per belijdend lid);
- aan de diaconieën een diaconaal quotum.
Solidariteitskas en categoriaal pastoraat
Naast het landelijke werk dat rechtstreeks uit het quotum wordt betaald, is er de jaarlijkse afdracht aan de Solidariteitskas. Daarmee ondersteunen gemeenten elkaar: een gemeente die financiële steun nodig heeft voor een vernieuwend plan, kan hieruit subsidie aanvragen.
Uit deze middelen wordt ook het categoriaal pastoraat betaald: pastorale zorg door predikanten en kerkelijk werkers met een zending van de Protestantse Kerk, op plekken buiten de gewone gemeente. Het gaat om tien maatschappelijke velden, waaronder zorg, de krijgsmacht, justitie, politie en Schiphol. Ongeveer vijfhonderd predikanten met bijzondere opdracht zijn hierin werkzaam, de meesten in de zorg.
Toelichting kerkrentmeesterlijk quotum
Het kerkrentmeesterlijk quotum is een percentage van de inkomsten van een plaatselijke gemeente uit levend geld, onroerend goed en overig bezit, met enkele uitzonderingen. De precieze berekening van deze heffingsgrondslag staat op de pagina Begroting en jaarrekening, samen met de overige rekenregels die bij het opstellen van de jaarrekening gelden.
Van deze inkomsten wordt het landelijk werk van de kerk betaald: classicaal en synodewerk, gemeenteopbouw, begeleiding en (na)scholing van predikanten en kerkelijk werkers, jeugdwerk, het niet-diaconale deel van de oecumene, en ondersteunende activiteiten zoals juridische zaken, financiën en de ondersteuning van gemeenten door het mobiliteitsbureau.
Binnen FRIS wordt automatisch met de relevante gegevens een quotumopgave gegenereerd. Zodra de jaarrekening is ingediend in FRIS, worden deze gegevens doorgegeven aan de quotumadministratie. In december ontvangen gemeenten bericht over het quotumbedrag. Vervolgens ontvangen gemeenten, in het jaar waarop het quotum of de Solidariteitskas betrekking heeft, twee termijnnota's.
Toelichting diaconaal quotum
Het diaconaal quotum is deels gebaseerd op het aantal belijdende leden, deels op een percentage van de inkomsten uit levend geld, onroerend goed en overig bezit van diaconieën, met enkele uitzonderingen.
De inkomsten uit het diaconaal quotum zijn bestemd voor diaconaal kerkenwerk: diaconaal werk op classicaal niveau, de dienst in de samenleving, het diaconale deel van de oecumene, en ondersteunende activiteiten zoals communicatie en fondsenwerving, synodewerk en juridische zaken.
Binnen FRIS wordt automatisch met de relevante gegevens een quotumopgave gegenereerd. Zodra de jaarrekening is ingediend in FRIS, worden deze gegevens doorgegeven aan de quotumadministratie. In december ontvangen diaconieën bericht over het quotumbedrag. Vervolgens ontvangen diaconieën, in het jaar waarop het quotum betrekking heeft, twee termijnnota's.