Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde

Nodig

  • (schilders)tape 
  • stellingen uit de beschrijving of eigen bedachte stellingen 

Duur

  • voorbereiding: 15 minuten 
  • uitvoering 15 minuten 

Voorbereiding
Bedenk welke achtergrond de deelnemers hebben. Pas je stellingen (zie suggesties hieronder) aan op de achtergrond van de deelnemers. Bijvoorbeeld: doe je de activiteit met kinderen, kies dan stellingen over je op je gemak voelen en veilig voelen. Doe je de activiteit met volwassenen, dan kun je stellingen kiezen over grenzen en gedrag bij seksualiteit. Kies genoeg stellingen, minimaal 15 stellingen voor een kwartier. Je hoeft niet elke stelling te behandelen. Als je meer stellingen hebt voorbereid dan je kunt doen in je tijd, kies dan de stellingen uit die op dat moment aanslaan/aansluiten bij de deelnemers.

Richt de ruimte in door de ruimte in tweeën te delen. Dit doe je door een streep te trekken met schilderstape. 

Bekijk ter inspiratie een video van het tv-programma Over de streep

Introductie
Vertel dat er in de wereld naast goede en fijne gebeurtenissen, ook nare dingen gebeuren. Doe je dit met jongeren en volwassenen, ga dan iets dieper op het onderwerp in en vertel over of vraag naar (mogelijke) situaties waarbij je beschadigd of gekwetst kunt raken. Speel je dit met kinderen, vraag dan naar of vertel over situaties waarbij je je niet prettig kunt voelen. En die je misschien verdrietig maken. 

Uitvoering 
Vertel dat jullie een activiteit gaan doen waarbij je stellingen opnoemt. Je kunt kiezen voor eens-oneens stellingen of stellingen waar de deelnemers zichzelf in herkennen. Je kunt ook beide soorten stellingen door elkaar gebruiken. Pas dit aan op jouw deelnemers. Merk je gedurende de activiteit dat de stellingen niet overeenkomen of aanslaan, probeer dan de stellingen aan te passen, zodat ze aansluiten op de groep. Vraag de deelnemers bijvoorbeeld om zelf een stelling in te brengen. 

Laat de deelnemers allemaal aan een kant gaan staan. Vertel dat je steeds een stelling voorleest. Als deze stelling op hen van toepassing is, lopen ze ‘over de streep’. De jongeren die blijven staan laten de anderen zien dat ze respect voor hen hebben, door het ‘respectgebaar’ of een ander afgesproken gebaar te maken. Loopt iedereen over de streep, dan doen ze dat naar elkaar. Ga tussendoor niet met elkaar over de stellingen in gesprek, maar zorg dat de jongeren elkaar zien en zo wat van elkaars ervaringen proeven en delen. Laat tussendoor steeds merken dat je de jongeren steunt en benoem soms de gevoelens die deze ervaring oproept.

Zorg voor een fijne, veilige omgeving waarbij de deelnemers eerlijke antwoorden durven te geven. En zorg voor een opbouw in de stellingen: begin met ‘makkelijke, misschien een beetje grappige stellingen en maak ze steeds persoonlijker. 

Rond af door te vertellen dat deze activiteit misschien allerlei herinneringen en gevoelens bij hen heeft opgeroepen. Neem na de activiteit de tijd en ruimte om met elkaar in gesprek te gaan over de activiteit. Laat de deelnemers ervaringen delen met elkaar. Houd ook dan in de gaten dat er een veilige en open sfeer heerst. Een sfeer waarin de deelnemers zichzelf durven te zijn en respectvol naar elkaar luisteren. 

Mogelijke stellingen

Stap over de streep...

  • als je vandaag alleen maar leuke mensen tegen gekomen bent.
  • als je wel eens boos geweest bent om een opmerking van je broer of zus.
  • als je merkte dat anderen over je kletsten of roddelden.
  • als je zelf wel eens kletst of roddelt over een ander.
  • als je op school wel eens een geintje hebt uitgehaald met een leraar of een leerling, maar dat geintje eigenlijk te ver ging.
  • als jij wel eens werd buitengesloten op school of op het werk.
  • als mensen van wie jij houdt jou eens teleurstelden.
  • als jij ontzettend kwaad of verdrietig bent om wat iemand jou aangedaan heeft.
  • als jij wel eens iemand vergeven hebt.
  • als jij, om wat jou is aangedaan, de ander niet wilt vergeven.
  • als jij iemand wel wilt vergeven, maar je merkt dat je boosheid je in de weg blijft zitten.
  • als jij het spannend vindt om over seks te praten met onze jeugdgroep
  • als jij vindt dat seks zonder liefde slecht of zondig is.
  • als jij het prima vindt dat mensen seks hebben zonder relatie
  • als jij het prima vindt dat mensen een relatie hebben zonder seks. 
  • als jij liefde zonder lust maar een saaie boel vindt. 
  • als jij vindt dat liefde zich niet laat dwingen. 
  • als jij eens bent met de volgende stelling: je kunt van iemand houden die niet goed voor je is. Dan ben je wel stom bezig.   
  • als jij het eens bent met de volgende stelling: je kunt van iemand houden die je bedriegt. Dan moet je bij haar/hem weggaan.
  • als jij vindt dat je geen vrienden kunt zijn als iemand van jou houdt, maar jij niet van hem of haar. 
  • als jij vindt dat een one-night-stand moet kunnen.
  • als jij vindt dat liefde de wereld mooier maakt.
  • als jij je vereerd voelt als iemand seks met jou wil. 
  • als jij vindt dat zoenen in het openbaar ranzig is. 
  • als jij masturberen vies vindt. 
  • als jij onveilige seks lekkerder en spannender vindt dan beschermde seks. 
  • als jij vooraf niet durft te praten over seks.
  • als jij het eens bent met de volgende stelling: eerst trouwen, dan pas seks.
  • als jij het eens bent met de volgende stelling: seks: hoe vaker hoe beter.
  • als jij vindt dat liefde tussen twee mannen of twee vrouwen volgens jou niet mag.
  • als jij vindt dat liefde, trouw, respect en seks onlosmakelijk bij elkaar horen.
  • als jij een negatieve ervaring hebt met seks. 
  • … 

Online optie
Doe je deze activiteit online, werk dan bijvoorbeeld met de functie ‘hand opsteken’. Of laat iedere deelnemer van tevoren een rood en groen (of andere kleuren) klaarleggen voordat jullie met de activiteit beginnen. 

Wanneer je start met een stelling, doet iedere deelnemer de virtuele hand omhoog. Wanneer een deelnemer het oneens is met een stelling, of zichzelf er niet in herkent, doet hij/zij de hand naar beneden. Bij een volgende stelling doet eerst weer iedereen de virtuele hand omhoog. Werk je met rode en groene voorwerpen? Laat de deelnemer die het eens is met de stelling, of zichzelf herkent in de stelling, het groene voorwerp voor de camera houden. En de deelnemer die het oneens is met de stelling of zichzelf niet herkent in de stelling, laat het rode voorwerp zien.