In de geloofsgemeenschap probeer je samen de weg met God te gaan en met elkaar mee te leven in mooie, maar ook in moeilijke tijden. Wanneer gemeenteleden een diagnose van een ernstige ziekte krijgen, kunnen vertrouwde geloofswoorden ineens een andere betekenis krijgen en soms ook hun zeggingskracht verliezen. Er ontstaan veel vragen en er wordt geschud aan de levensboom. De kerk kan – soms onverwacht – een plaats worden waar hoop, stilte, protest en verbondenheid samenkomen.
Existentieel
Een ernstige diagnose markeert een breuklijn in iemands leven. De tijd wordt plotseling verdeeld in een vóór en een ná. Medische termen, behandelkeuzes en statistieken dringen zich op, terwijl tegelijkertijd existentiële vragen naar voren komen: Hoe zal mijn weg gaan? Hoe lang zal ik nog te leven hebben? Wat betekent dit voor wie ik ben? Wat betekent dit voor mijn naasten? Wat blijft er van mijn toekomst overeind? Waar is God nu dit mijn leven binnendringt? Wat zegt de Bijbel over geloof en lijden? In deze fase is de kwetsbaarheid groot en de oriëntatie broos. Ontregeling, ongeloof, angst en intens verdriet worden afgewisseld met momenten van hoop of strijdlust. Het lichaam, jarenlang min of meer vanzelfsprekend, wordt een bron van onzekerheid. Iemands identiteit verschuift soms richting het patiënt-zijn; regie en eigenwaarde staan onder druk.
Als gemeentelid
Als je een diagnose krijgt, soms na een lange zoektocht, is je lichaam niet het enige dat aangedaan is. Het raakt veel terreinen van je leven. Je toekomstbeeld verandert en je wordt geconfronteerd met kwetsbaarheid en afhankelijkheid en wellicht ook eenzaamheid. Je levensverhaal komt in een ander licht te staan. De diagnose en de impact daarvan leggen beslag op je tijd, aandacht en energie. Het lukt je (hierdoor) misschien niet meer om op dezelfde manier betrokken te zijn bij de geloofsgemeenschap.
- Deel: overweeg hoe je jouw situatie met de gemeente wilt delen. Misschien kun je iets schrijven in het kerkblad of je verhaal delen in de gemeente-app. Wellicht vind je het fijn als je in de voorbede genoemd wordt. Overleg met je voorganger of contactpersoon over wat de meest passende manier is. Bij hen vind je mogelijk ook een luisterend oor voor jouw verhaal. Ook kan lotgenotencontact of contact met de Luisterlijn je goed doen.
- Verbinding: Je toegenomen kwetsbaarheid en afhankelijkheid kunnen gevoelens van onzekerheid of minderwaardigheid oproepen. Je kunt zorgen hebben of de kwaliteit van je relaties behouden kan blijven. Spreek je gedachten en gevoelens uit, naar God en naar vertrouwde naasten. Door kwetsbaarheid te tonen, kan er juist (verdiepte) verbinding ontstaan.
- Steun: wellicht heb je steun aan liederen en kan deze pagina je daarbij helpen. Ook kun je behoefte hebben aan praktische hulp: vraag in je gemeente of er een of twee mensen zijn die jouw contactpersoon willen worden en overleg met hen wat er nodig zou zijn.
- Vragen: de diagnose kan fundamentele vragen oproepen. Vaste overtuigingen kunnen door elkaar geschud worden, je kunt onzekerheid of angst ervaren. Geef ruimte aan wat je denkt en voelt door dit op te schrijven en uit te spreken en ga erover in gesprek met je pastor of predikant. Wanneer je met regelmaat een ziekenhuis bezoekt of in een verpleeghuis moet worden opgenomen, kun je ook altijd een gesprek aanvragen met de geestelijk verzorger die daar werkzaam is.
- Zoeken: je participatie aan het gemeenteleven zal waarschijnlijk anders worden doordat je diagnose en de impact ervan beslag leggen op je tijd, aandacht en energie. Zoek hierin naar wat haalbaar en mogelijk is. Maak bijvoorbeeld gebruik van wat er digitaal aangeboden wordt. Als bijwonen van diensten niet meer mogelijk is kun je ook zoeken naar een kleiner verband om samen geloof en liturgie te delen, bijvoorbeeld door met twee anderen op een vast moment samen te komen.
Als medegemeentelid
Wanneer je hoort of leest dat een naaste in je gemeente een ernstige diagnose heeft gekregen, vraag je je misschien af hoe je daar mee om zou kunnen gaan. Probeer goed na te denken op welke wijze jij, met jouw mogelijkheden, nabijheid kunt bieden. Daarnaast kan het ook zo zijn dat de diagnose ook jou raakt en bij jouzelf verdriet en geloofsvragen oproept.
- Lange termijn: Als je echt nabij wilt blijven, dan vraagt dit om goed luisteren en trouw. Probeer te voorkomen dat jouw goede bedoelingen de ander te veel worden. Luister goed naar wat er echt nodig is. Aanvaard dat er wisselende behoeften kunnen zijn, dat een eenmaal afwijzen van een bezoek niet betekent dat je de volgende keer weer niet welkom bent. Blijf vragen. Realiseer dat jouw presentie ook teveel kan zijn, zonder dat dat persoonlijk bedoeld is.
- Gedeelde kwetsbaarheid: Een ernstige diagnose gaat vaak samen met een periode van grote onzekerheid, waarin vragen soms onbeantwoord blijven. Probeer als medegelovige deze onzekerheid en gedeelde kwetsbaarheid niet dicht te timmeren door geloofszekerheden te poneren of namens de ander antwoorden te geven. Er voor een ander zijn terwijl je zelf ook geraakt bent is een van de moeilijkste, maar ook meest verbindende vormen van menselijk contact. Jezelf kwetsbaar opstellen (je eigen onzekerheden of verdriet tonen) kan leiden tot een diepere verbinding, je hoeft je eigen pijn niet te verbergen. Het is daarbij wel van groot belang dat je alert bent op de beschikbare emotionele ruimte van de ander en op de vraag of delen voor diegene helpend is. Als je merkt dat je er veel behoefte aan hebt om je eigen verhaal kwijt te kunnen, zoek daarvoor dan op een andere plaats steun. Onderzoek waar de ander het over wil hebben. Hulp is pas hulp wanneer de ander het ook als hulp ervaart.
- Contact: Stem de frequentie van je contact expliciet af, houd bezoeken kort en aanvaard het als fysiek contact niet meer mogelijk is. Blijf, ook als het stiller wordt, verbonden, bijvoorbeeld door het sturen van een kaartje. Kijk voor suggesties op deze site.
- Hulp: Bied concrete en specifieke hulp aan, ook voor een eventuele mantelzorger.
- Vragen: Wees je ervan bewust dat een ernstige diagnose levensvragen kan oproepen bij de ander, maar ook bij jezelf. Denk daarbij aan vragen als: Wat betekent dit voor wie ik ben? Hoe moet ik omgaan met kwetsbaarheid en afhankelijkheid? Wat blijft er van mijn toekomst overeind? Waar is God nu dit mijn leven binnendringt? Waarom overkomt mij dit? Deze zogenaamde ‘trage vragen’ hebben geen snel of (te) makkelijk antwoord nodig, maar ruimte om er te kunnen zijn.
Als kerkenraad
Als kerkenraad heb je gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een gemeenschap waarin mensen met een ernstige diagnose zich gezien, gehoord en gedragen weten. Dat vraagt niet alleen om individuele pastorale aandacht, maar ook om structuur, beleid en continuïteit.
- Bezin: denk met elkaar na over de identiteit van jullie gemeenschap. Op welke manier wordt er omgegaan met wat een ernstige diagnose kan oproepen, zoals onzekerheid en geloofstwijfel? Mag en kan deze gemeenschap een ruimte zijn waarin hoop en wanhoop, dankgebed en smeekbede samen mogen bestaan en hoe krijgt dat vorm? Hoe kan deze gemeenschap een plaats zijn om als gelovige(n) te ontdekken uit welke bronnen er geput kan worden om richting en houvast te vinden? Leg afspraken vast.
- Toegankelijk: naast de toegankelijkheid die aan bovenstaande bezinning raakt, is er ook de toegankelijkheid in praktische zin. Onderzoek bijvoorbeeld met elkaar of online meevieren een volwaardige plek in jullie gemeenschap heeft. Ook kun je denken aan de toegankelijkheid van de gebouwen waar jullie vieren en/of samenkomen. Leg afspraken vast.
- Pastoraat en diaconaat: op welke manier is het pastoraat aan gemeenteleden met een ernstige diagnose georganiseerd? Hoe is de aandacht voor mantelzorgers? Is er op deze gebieden scholing nodig voor betrokken gemeenteleden?
Als voorganger
Voor jou als voorganger vraagt het begeleiden van mensen met een diagnose van een ernstige ziekte om zorgvuldige taal en geestelijke gevoeligheid. Op welke wijze kun je hen en hun naasten geestelijk ondersteuning blijven bieden?
- Thuis meevieren: Wees er alert op dat mensen thuis meevieren en dat zij volwaardig deel uitmaken van de gemeenschap. Geef hier tijdens de kerkdiensten aandacht aan en betrek mensen bij de viering. Zoek naar creatieve vormen. Overweeg ook andere vormen van vieren, in huiselijke kring. Eventueel kun je een gids maken en die verspreiden.
- Taal: In de taal die je gebruikt in gebed, gesprek, het kerkblad en bij het voorgaan is zorgvuldigheid belangrijk: het gaat niet om snelle oplossingen of genezingsverhalen, maar om woorden die ruimte geven aan volharding, kwetsbaarheid en hoop die blijft, ook wanneer het leven niet lichter wordt.
- Gesprek: in gesprek met de ander mogen geloofstwijfel en stilte hun plaats hebben. Daarnaast zoek je samen naar het kompas en de richting om te gaan in deze fase van het leven. Als je ondersteuning zoekt bij het voeren van dergelijke gesprekken, ga dan eens te rade bij een collega predikant-geestelijk verzorger of kerkelijk werker-geestelijk verzorger.
- Toerusting: Rondom pastoraat bij ziekte en lijden vind je artikelen en suggesties op deze site.
- Draagkracht: Dit werk raakt ook jouzelf. Daarom is zorg voor eigen draagkracht essentieel: ruimte voor reflectie, intervisie en duidelijke grenzen helpt om beschikbaar te blijven zonder op te branden.