Welkom
Heet iedereen welkom op een voor jullie kerkenraad vertrouwde wijze.
Starter
Een prikkelende tekst om kort te bespreken:
‘Dat nooit! zegt Petrus als hij in Handelingen 10 opgedragen wordt te slachten en te eten van dat laken: Dat nooit. Het is wellicht hetzelfde ‘dat nooit’ dat klinkt in Ezechiël 4:14, waar de profeet weigert zich te verontreinigen: ‘Zie, mijn ziel is nooit verontreinigd geweest, van mijn jeugd af tot nu toe heb ik nooit iets doodgevallens of verscheurds gegeten, en er is in mijn mond geen krengenvlees gekomen’ (Ezechiël 4:14, vertaling Pieter Oussoren). Maar als God zijn machtswoord spreekt (katharizô is het woord in de LXX voor de bindende uitspraak van de priester inzake rituele reinheid), dan is iets of iemand rein. Het visioen gaat over voedsel, maar de gang van het verhaal maakt duidelijk dat het over mensen gaat. De stem klinkt overigens drie keer, saillant gegeven in het leven van Petrus. Petrus protesteert. Petrus houdt vast aan grenzen. Dat zijn immers Gods grenzen, en die zijn ingeslepen in zijn bestaan. Deze grenzen waren zijn distinctive identity. Petrus moet een grens over waar hij terecht heilig van overtuigd is dat hij die grens niet over mag.’ (Kees van Ekris, ‘Grensoverschrijdingen’, Interpretatie, juli 2010, pag. 13)
Gespreksvragen
Handelingen 10 staat bekend als de geschiedenis van de bekering van Cornelius. Maar is er ook geen sprake van een ‘bekering’ van Petrus? Bespreek met elkaar: wat moest er in zijn hoofd en hart precies veranderen? En welke drempels moet jij misschien over om Gods liefde door te geven?
Verdieping
In juli 1969 zette Neil Armstrong, als eerste mens ooit, voet op de maan. De woorden die hij daarbij sprak, zijn klassiek: ‘Een kleine stap voor een mens, maar een grote sprong voor de mensheid.’ In Handelingen 10 en 11 gebeurt ongeveer hetzelfde, als de Jood Petrus het gojse huis van Cornelius binnentreedt. Zo opgetogen is Lucas erover, dat hij hier uitvoerig aandacht aan besteedt. Want na in het lange hoofdstuk Handelingen 10 verteld te hebben over de ontmoeting van Petrus en Cornelius, maakt Lucas nog eens uitvoerig melding van het gebeurde door het verslag dat Petrus doet aan de apostelen in Jeruzalem.
De geschiedenis begint in Caesarea. Het is de stad waaruit Judea door de Romeinse bezetter wordt bestuurd. Hier woont ene Cornelius. Aan het begin van Handelingen 10 wordt hij geprezen als een vroom man, een vereerder van God met zijn hele huis. ‘Vroom’ is een zeer algemene typering. Dat hij ook een ‘vereerder van God’ genoemd wordt, plaatst hem in een specifieke categorie mensen die zich dicht bij de synagoge bevonden. Het gaat om heidenen die vanuit een bijzondere belangstelling betrokken zijn bij de synagoge. Van Cornelius wordt vermeld dat hij veel aalmoezen aan het Joodse volk gaf, en geregeld tot God bad. Joseph Shulam beschrijft in zijn commentaar op Handelingen vanuit de joodse bronnen hoe positief er over deze godvrezenden gesproken kon worden. Heidenen konden in die tijd niet meedoen met de verplichte offerdienst, maar zij mochten wel vrijwillige offers brengen of laten brengen in de tempel. En dat gebeurde regelmatig. Het was niet ongebruikelijk dat prominente Grieken en Romeinen offergaven voor de tempel doneerden. Godvrezenden stonden in het bijzonder bekend als weldoeners en beschermheren van de Joodse gemeenschap. Zij konden zich engageren tot het houden van een aantal geboden, bijvoorbeeld met betrekking tot de sabbat en de spijswetten. Zij bekeerden zich echter niet ten volle tot het jodendom, omdat zij zich aan een aantal wetten niet konden of wilden houden. Om die reden waren zij niet besneden en bleven ze vanuit joods perspectief beschouwd worden als onrein.
Visioen
In een visioen hoort Cornelius over Petrus en hij stuurt een paar boodschappers naar hem toe om een ontmoeting met hem te regelen. Als de boodschappers Joppe naderen, krijgt Petrus zelf een visioen (10:9-16; zie ook 11:5-14) waarin hij ziet dat een soort laken wordt neergelaten waarin allerlei reine en onreine dieren door elkaar heen krioelen. Petrus hoort een stem die hem beveelt om dit te eten, maar hoeveel trek hij ook heeft, daar peinst hij niet over. Terwijl Petrus verbijsterd is over het visioen, klinkt zijn naam beneden aan de deur, waar de boodschappers hem staan op te wachten.
De betekenis van het visioen wordt dan spoedig duidelijk (10:17-48). De heidenen mogen niet langer als onrein worden beschouwd en worden opgenomen in Gods volk. Aanvankelijk wil Petrus vanzelfsprekend afstand houden, maar nu verklaart de apostel dat de barrière geslecht is. Bij Cornelius zegt hij: ‘God heeft me duidelijk gemaakt dat ik geen enkel mens als verwerpelijk of onrein mag beschouwen’ (vs. 28). Later: ‘Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen’ (vs. 34). Zeker, Petrus ontkent Israëls voorrang niet: het is tot de Israëlieten dat God ‘het woord heeft gezonden’ (zo letterlijk). Toch: dat woord (van vrede door Jezus Christus) geldt allen: hij ‘de Heer van alle mensen’ (vs. 36).
Grensoverschrijding
Petrus’ woorden worden onderbroken én bekrachtigd door het komen van de Geest. Opvallend is dat de Geest komt voorafgaand aan een expliciete geloofsbelijdenis en doop. Petrus en consorten zijn getuige van iets dat ook aan henzelf gebeurd was. Dit is een herhaling van Pinksteren, maar nu aan onbesneden mensen. Hun onbesneden zijn is blijkbaar geen grens voor Gods Geest. Deze grensoverschrijding is de climax en de essentie van deze geschiedenis. Als onbesnedene wordt Cornelius deel van het volk van God. Als heiden krijgt hij deel aan de belofte die God aan Israël heeft gedaan. De Geest doorbreekt de grenzen van het Joodse volk, maar niet zo dat de band met Israël wordt doorgesneden.
Verwerking
Lees Handelingen 10:17-48
- Petrus vroeg zich verbijsterd af wat de betekenis van het visioen met het laken kon zijn. Wat gebeurt er met jou als je (lange tijd) niet weet hoe je over een bepaald onderwerp moet denken? Heeft die onzekerheid wat jou betreft een mooie kant? Hoe zie jij dat?
- Welke moeite ervaar je als je ontdekt dat sommige zaken wellicht anders liggen dan je vroeger dacht? Wat is onopgeefbaar?
Gebed / Lied
Als het gaat over de volken die betrokken zijn bij respectievelijk ingelijfd in Israël, is Psalm 87 passend. Zie deze uitzending van Nederland Zingt voor een samenzang van vers 1, 3 en 4 in de berijming van het Liedboek.