Meer dan tweeduizend gemeenten, diaconieën en protestantse stichtingen binnen de Protestantse Kerk in Nederland houden vermogen aan, en een deel daarvan belegt dat vermogen. Het Generaal College voor de Behandeling van Beheerszaken (GCBB) stelde daarvoor een richtlijn beleggingen vast. De richtlijn vertaalt bestaande eisen uit de wet en de kerkorde naar een werkbaar kader. Hieronder staat waar die eisen vandaan komen, wat een beleggingsstatuut concreet moet regelen en welke modelstatuten daarbij beschikbaar zijn.
Waarom deze regels voor beleggen er zijn
De verplichtingen rond beleggen komen uit twee bronnen die al bestaan voordat het GCBB er een richtlijn over vaststelt.
De eerste bron is de Nederlandse wet. De wet beschermt niet-professionele beleggers, omdat zij de risico's van beleggen minder goed kunnen overzien dan professionals. Vermogensbeheerders hebben daarom een zorgplicht voor minder deskundige particuliere beleggers. De wet geldt niet voor kerkgenootschappen, maar de bedoeling ervan wel. De kerk regelt de nodige bescherming daarom zelf. Daarnaast verplicht een Europese verordening over duurzaamheidsinformatie beleggingsfondsen om duurzaamheidsinformatie te publiceren over de producten die zij aanbieden, zodat een gemeente kan beoordelen of een fonds aansluit bij het eigen beleid.
De tweede bron is de kerkorde. De kerkenraad is het hoogste orgaan van een gemeente en stelt daarom het beleggingsbeleid vast, na overleg met de colleges van kerkrentmeesters, de colleges van diakenen en de besturen. Die colleges en besturen voeren het beleid uit en leggen daarover verantwoording af. Het GCBB kreeg via de kerkorde de opdracht om voor dit beleid een richtlijn en bijbehorende modellen op te stellen.
Beleggen brengt risico's met zich mee die niet vanzelfsprekend zijn voor een college dat er niet dagelijks mee werkt: liquiditeit die vastzit op het moment dat er geld nodig is, waardedaling van de belegging zelf, of een belegging die het imago van de gemeente schaadt. De richtlijn beleggingen is bedoeld om colleges vooraf over die risico's te laten nadenken, in plaats van pas nadat ze zich hebben voorgedaan.
Wat het beleggingsstatuut regelt
Elke gemeente, diaconie of stichting die boven de vrijstellingsgrens belegt (het laagste bedrag van € 250.000 of 25% van het belegbaar vermogen), stelt een beleggingsstatuut op en legt dit ter beoordeling voor aan het Classicaal College voor de Behandeling van Beheerszaken (CCBB). Pas na een positief oordeel is het statuut definitief.
Het beleggingsstatuut begrenst het belegbaar vermogen: alleen vrij vermogen boven een liquiditeitsbuffer en boven de waarde van kerkelijke gebouwen komt in aanmerking.
Toegestane beleggingen zijn gebouwen en bebouwde grond, landbouwgrond en effecten, deposito's, participaties en alternatieven. Grondstoffen, edele metalen, termijncontracten en bitcoins zijn uitgesloten. Derivaten mogen alleen als het beheer van de beleggingen geheel bij erkende professionele vermogensbeheerders ligt.
Duurzaam beleggen is de norm. Wie beleggingen geheel of gedeeltelijk niet duurzaam inricht, motiveert die keuze in het statuut.
De vorm van beheer van de beleggingen (eigen beheer, advies, extern beheer of deelname in een fonds voor gemene rekening binnen de kerk) hangt af van de omvang van het belegde vermogen.
Het college rapporteert jaarlijks aan de kerkenraad over omvang, verdeling en resultaat van de beleggingen. Bij effectenbeleggingen rapporteren de deskundigen of de beleggingscommissie bovendien elk kwartaal aan het college.
De toelichting richtlijn beleggingen geeft per onderdeel praktische uitleg, met rekenvoorbeelden.
Modelstatuten per beleggingscategorie
Voor elke combinatie van beleggingscategorie en beheervorm is een modelstatuut beschikbaar. Elke gemeente, diaconie of stichting kiest het model dat bij de eigen situatie past en vult dat aan.
Effecten, deposito's, participaties en alternatieven:
- Model beleggingsstatuut effecten bij beleggen in eigen beheer;
- Model beleggingsstatuut effecten bij beleggen via volledig extern beheer;
- Model beleggingsstatuut bij beleggingen via beleggingsfondsen;
- Model beleggingsstatuut effecten bij beleggingen via indextrackers.
Landbouwgrond en gebouwen en bebouwd land:
- Model beleggingsstatuut bij beleggingen in landbouwgrond;
- Model beleggingsstatuut bij beleggingen in gebouwen en bebouwd land;
- Model beleggingsstatuut bij beleggingen in landbouwgrond, gebouwen en bebouwd land.
Naast deze modellen biedt de Kennisbank beleggen van de Vereniging van Kerkrentmeesterlijk Beheer achtergrondartikelen en aanvullende voorbeelden.
Boaz Beleggingsfondsen: beleggen volgens kerkelijke waarden
Wie wil beleggen zonder zelf een beleggingscommissie of extern beheer te regelen, kan kiezen voor de Boaz Beleggingsfondsen. Deze bieden professioneel beheer volgens het beleggingsbeleid van de Protestantse Kerk, vanaf een inleg van € 100.000, en voldoen aan de richtlijn beleggingen. Wie hiervoor kiest, gebruikt het model beleggingsstatuut Boaz-beleggingsfondsen.