Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
infopagina

Weerbaarheid en veerkracht - noodplan

Spreken over je rol als gemeenschap in tijden van nood 

Hoe kun je je als geloofsgemeenschap voorbereiden op tijden van nood? Welke veerkracht is er in de gemeente aanwezig, en hoe zorg je ervoor dat die inzetbaar is? Deze gesprekshandreiking nodigt plaatselijke geloofsgemeenschappen uit om na te denken over hun rol bij een calamiteit of ramp.  

Deze handreiking is bedoeld als begeleiding bij een gesprek binnen de kerkenraad maar leent zich ook goed voor een gemeentebijeenkomst. Niet alle vragen zullen passend zijn, maak er selectief gebruik van. Maak een keuze uit alle drie delen van deze handreiking. 

  1. Gezamenlijk gedragen verlangen
  2. Inventariseer
  3. Keuzes maken en uitvoeren

1. Gezamenlijk gedragen verlangen

Met elkaar spreken over de rol van de gemeenschap in tijden van nood begint bij een gezamenlijk verlangen. Waar hopen we op? Wat betekent die hoop voor de manier waarop we present willen zijn als geloofsgemeenschap? Dit verlangen wordt aangewakkerd door wat zich rond de gemeenschap aandient en krijgt een inbedding in wat wenselijk en mogelijk is.  

Tijden van nood 

Waar hebben we het over als we spreken over 'tijden van nood'?. Misschien denk je als eerste aan het noodpakket waarover iedereen informatie heeft gekregen. Of aan de nieuwsberichten over het risico op uitval van vitale infrastructuur, of de berichten waar dat al heeft plaatsgevonden, zoals stroomuitval of tijdelijke besmetting van drinkwater. Kortom: als het gaat om calamiteiten en rampen zijn er verschillende scenario’s denkbaar, ook afhankelijk van de omgeving waarin jullie gemeenschap zich bevindt: 

  • een verkeersincident met veel slachtoffers
  • een ongeluk met het transport van gevaarlijke stoffen per trein
  • stroomuitval in de regio
  • een langdurige ICT-storing of onbereikbaarheid van hulpdiensten
  • massaal watertekort of waterverontreiniging
  • een langdurige verstoring van de infrastructuur
  • een klimaatramp: extreme hitte of overstroming
  • een incident bij een naastgelegen kerncentrale
  • een pandemie
  • slachtoffers als gevolg van oorlogshandelingen in buiten- of binnenland. 

Gesprek 

  • Welke scenario's zijn in jullie omgeving denkbaar?
  • Heeft zich in jullie omgeving al eens een groot incident voorgedaan?  
  • Wat vernemen jullie van de mensen om jullie heen, in de gemeente of in de buurt: welke zorgen leven er?
  • Welke reacties roepen de nieuwsberichten of de aandacht van de overheid rond weerbaarheid bij mensen op?
  • Maakt men zich zorgen over de dreiging van oorlog? 

Identiteit 

Als geloofsgemeenschap ben je present op je eigen plaats, in de eigen wijk, stad of  dorp, in deze tijd. Met jullie gezamenlijk gedragen geloof in God en de unieke  eigenschappen die jullie hebben als gemeente op deze plaats. 

Gesprek 

  • Neem jullie beleidsplan er eens bij. Welk beeld van jullie gemeenschap komt daarin naar voren? Waar staan jullie als gemeenschap voor?
  • Willen jullie als gemeenschap van betekenis zijn in tijden van nood?
  • Kunnen jullie een moment noemen waarop jullie echt trots op of dankbaar waren voor jullie geloofsgemeenschap? En waaruit bestond dat?
  • Zijn jullie als gemeenschap al eens betrokken geweest bij een situatie van nood? Zo ja, reflecteer op de wijze waarop jullie daar toen mee om zijn gegaan. Wat verliep goed? En wat minder goed? In hoeverre sloot jullie handelswijze aan bij het beeld dat bij jullie past?
  • Op welke manier kijken jullie vanuit jullie geloof en het beeld dat bij jullie past naar jullie gebouw en andere middelen die jullie ter beschikking staan en de inzet daarvan? 

2. Inventariseer

Als er een gezamenlijk gedragen verlangen is om als geloofsgemeenschap van betekenis te zijn in tijden van nood, begin dan met het maken van een inventarisatie van de middelen en mogelijkheden. Daarbij kun je ook de vraag betrekken wat er al in jullie omgeving gebeurt rond de voorbereiding voor tijden van nood.  

Omgeving 

Breng met elkaar in kaart hoe de omgeving van jullie geloofsgemeenschap eruitziet.  

Gesprek 

  • Voor welk gebied zijn jullie kerk: een wijk, een stadsdeel, een dorp, de omgeving?
  • Welke noden of zorgen nemen jullie in dit gebied waar?
  • Welke rol speelt de kerk op dit moment in dit gebied?
  • Is er contact met de burgerlijke overheid over de omgang met een ramp of calamiteit? Beschikt de overheid over een rampen-/calamiteitenplan? Welke rol nemen maatschappelijke organisaties en kerken in dit plan in? Wordt er door de lokale overheid al gesproken over weerbaarheid? En hoe worden de kerken hierbij betrokken? Is er een plek waar kerken en de lokale overheid elkaar geregeld spreken?
  • Is er een noodsteunpunt in jullie omgeving of zijn jullie zelf benaderd een noodsteunpunt te worden?
  • Op welke manier is jullie gemeenschap verbonden met andere organisaties in hetzelfde gebied (andere geloofsgemeenschappen, maatschappelijke organisaties, politie of brandweer)?

Wat heb je als kerkelijke gemeente in huis?

Probeer te inventariseren wat jullie als gemeenschap al in huis hebben. Wees realistisch over hoeveel tijd, geld en menskracht beschikbaar is. Zorg dat je dat in kaart hebt voordat je een keuze maakt wat je gaat doen. 

Gesprek 

  • Zijn alle gemeenteleden goed in beeld? Op welke manier wordt er contact onderhouden?
  • Zijn er gemeenteleden die professioneel te maken hebben met het onderwerp calamiteit/ramp? Denk bijvoorbeeld aan beroepen binnen de brandweer of politie, of een veiligheidscoördinator binnen een bedrijf.
  • Zijn er gemeenteleden die zich inzetten als bhv'er?
  • Hebben jullie een gebouw in bezit? Zo ja, op welke manier is de beschikbare ruimte te benutten in tijden van nood/op welke manier willen jullie de beschikbare ruimte benutten in tijden van nood? Denk aan mogelijkheden als gebeds- en bezinningsruimte, slaapplaats, opslagruimte, voedseldistributie, gespreksruimte, oplaadpunt voor telefoons, enzovoort.
  • Zijn er mensen binnen de gemeenschap die zich in zouden willen zetten om pastorale zorg te verlenen, zoals (emeritus) predikanten, (emeritus) kerkelijk werkers, (emeritus) geestelijk verzorgers, pastoraal ouderlingen? Denk bij pastoraat aan: gezinnen die iemand hebben verloren, teruggekeerde militairen, gewonden, wie troost komt zoeken, wie angstig is.
  • Zijn er mensen binnen de gemeenschap die zich in willen zetten om praktische hulp te verlenen? Denk aan het gebouw openen, koffie uitdelen, noodpakketten distribueren, slaapplaatsen verdelen.
  • Zijn er vanuit de CIO-handreiking nog suggesties die jullie mee willen nemen? 

Wat kun je betekenen en voor wie? 

Jullie zijn een gemeenschap op een bepaalde plaats en onder bepaalde mensen. Hoe verhoud je je tot hen in tijden van nood? 

Gesprek 

  • Voor wie willen jullie van betekenis zijn in tijden van nood: voor de leden van de eigen gemeenschap? Voor de wijk, stad, het dorp, iedereen die het nodig heeft?
  • Hoe schatten jullie de behoeften in van deze groep? Is er bijvoorbeeld sprake van armoede? Hoe is de gemiddelde leeftijd? Zijn er veel anderstaligen?  
  • Er zijn grenzen aan wat jullie kunnen en willen bieden. Niet alles is mogelijk en je kunt je ook niet overal op voorbereiden. Spreek eens met elkaar door over de spanning tussen voorbereiden en openlaten: hoe staat dat in verhouding tot waar jullie in geloven? 

3. Keuzes maken en uitvoeren 

Bepaal de keuzes en wat daarvoor nodig is aan de hand van het gesprek rond jullie gezamenlijke verlangen, de inventarisatie van de mogelijkheden en de rol die jullie in het noodplan van de burgerlijke gemeente hebben. Bedenk hierbij: de keuzes hoeven niet groot en verstrekkend te zijn. Het kan bijvoorbeeld al mooi zijn als het kerkgebouw opengesteld kan worden zodat mensen binnen kunnen lopen om een kaarsje te branden en/of hun hart te luchten. Hieronder een aantal voorbeelden van keuzes die jullie zouden kunnen maken:  

  • In tijden van nood zetten we de deur van de kerk open.
  • We spreken af wanneer de klokken geluid zullen worden.  
  • We stellen ons kerkgebouw beschikbaar als noodopvang voor mensen die niet meer naar hun woning kunnen.
  • In de kerk bewaren we noodpakketten om uit te delen aan wie ze zelf niet aan kunnen schaffen.
  • We schaffen zorg- en verbandmiddelen aan.
  • We plaatsen een aggregaat (en de benodigde brandstof) in de kerk zodat we bij stroomuitval een oplaadpunt kunnen bieden.
  • We sluiten de zonnepanelen van de kerk aan op een airco, zodat het gebouw  
  • tijdens een hittegolf een koele toevlucht kan zijn voor wie dat nodig heeft. 
  • We zorgen dat de vaste telefoonlijnen in onze gebouwen (weer) operabel zijn.
  • We zorgen dat het schoorsteenkanaal in ons gebouw (weer) functioneel is.
  • We maken een fysieke telefoon- en adressenlijst.
  • We maken een draaiboek.
  • We maken een communicatieplan.
  • We maken een plan hoe we zorg kunnen dragen voor onze kwetsbare gemeenteleden.  
  • We leggen contact met andere kerken in de omgeving en verdelen verschillende taken.
  • We worden een noodsteunpunt voor onze wijk of werken samen met een al aangewezen noodsteunpunt.
  • We spreken af hoe de verbinding met de veiligheidsregio en andere relevante partijen geborgd wordt.
  • We organiseren een EHBO-cursus voor gemeenteleden.
  • We zetten ons in voor het doen van vrijwilligerswerk bij een noodsituatie, zoals het schenken van koffie voor slachtoffers en hulpverleners.
  • We vragen onze pastores om zich te verdiepen in pastoraat rond trauma en bieden in geval van nood geestelijke bijstand aan gewonden en nabestaanden van overledenen (zie bijvoorbeeld GVC - Geloven in de Delta).
  • We bereiden ons voor op het organiseren van rituelen voor rouwverwerking (bijvoorbeeld een stille tocht).
  • We bereiden ons voor op het organiseren en begeleiden van begrafenissen van slachtoffers.
  • (Vul deze opsomming zelf verder aan) 

Gesprek 

  • Welke keuzes maken we?
  • Bepaal bij elke keuze wie ermee aan de slag gaat. Spreek af op welke manier jullie het verloop van de voorbereidingen hiervoor kunnen monitoren.  

Spreek door over de volgende vragen: 

  • Op welke manier communiceren we in de gemeente over de gemaakte keuzes?
  • Op welke manier houden we als gemeenschap een goede balans tussen realisme en vertrouwen, tussen zorgen en hoop?
  • Op welke manier kunnen we ook nu al de verbinding met onze omgeving maken, zodat we in beeld zijn als plek waar mensen welkom zijn?
  • Hoe ziet de organisatie eruit die we kunnen inrichten en activeren op het moment dat er sprake is van een noodsituatie?  

Concrete tips 

  1. Neem contact op met de burgerlijke gemeente over het noodplan van de gemeente. Worden de kerkgenootschappen daarin meegenomen?
  2. De politie kent het project ‘Bondgenoten – elkaar leren kennen in vredestijd’. In dit project leren politieagenten belangrijke figuren uit de lokale context kennen. Vraag bij de politie na of er in jouw regio al gestart is met het project bondgenoten.
  3. Je hoeft niet zelf het wiel uit te vinden. Op de website weerbaarnl.nl is veel kennis en informatie te vinden over hoe jij als organisatie een bijdrage kan leveren aan het weerbaarder maken van de samenleving.
    Bron: Handreiking CIO

Krijgsmachtpredikant uitnodigen

Overweeg om een predikant-geestelijk verzorger van de krijgsmacht uit te nodigen: Zie Krijgsmachtpredikanten beschikbaar voor gespreksavond, viering of herdenking

Noodplan 

Vul - nadat je een deel van de gespreksvragen met elkaar heb besproken - sjabloon voor noodplan in en bewaar dit op verschillende plekken. 

Download sjabloon noodplan