Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Generale synode: ga in gesprek over de speelruimte van het kerkgebouw

De brochure ‘Speelruimte gezocht’ stimuleert gemeenten om op een zinvolle manier naar de mogelijkheden van het eigen kerkgebouw te kijken. Scriba René de Reuver: “De centrale vraag is: hoe kunnen onze kerkgebouwen worden ingezet als instrument voor toekomstgericht kerk-zijn?“

Stellingen

Gerben van Dijk, voorzitter van de projectgroep die de nota samenstelde, presenteerde de brochure. “De toekomst van het kerkgebouw is niet alleen het domein van de kerkrentmeesters, maar gaat de hele kerkenraad aan.” Hij benadrukt dat het belangrijk om op tijd over dit onderwerp te beginnen. “Wacht niet tot het water aan de lippen staat, want dan ben je alleen nog maar heel veel tijd kwijt bent aan het vinden van de uitgang. Organiseer op tijd creativiteit en doe het niet alleen.”

Hij peilde de volgende stellingen onder synodeleden. Ze konden stemmen met rode en groene kaarten. 

  1. Ik maak me geen zorgen over de toekomst van ons kerkgebouw. We zijn financieel gezond.
    De meningen van de synodeleden zijn hier fifty/fifty verdeeld. 
  2. Ons kerkgebouw is bestemd voor het houden van erediensten. Ander gebruik van de kerkzaal is ongepast.
    Het merendeel van de synodeleden is het hier mee oneens.
  3. Als ik een uitnodiging krijg van de lokale overheid voor overleg over een kerkenvisie, dan ga ik niet, want ik wil niet dat de overheid zich met ons kerkgebouw bemoeit. Synodeleden zijn het hier niet mee eens. Ze zouden zeker wel op de uitnodiging ingaan. 
  4. Ik vind dat ons dorp / onze buurt mee mag praten over de toekomst van ons kerkgebouw.
    De meerderheid van de synodeleden is het hiermee eens. 
  5. Ik ben huiverig voor multifunctioneel gebruik. In de praktijk werkt het vaak niet.
    Een kleine meerderheid van de synodeleden is hier huiverig voor. 
  6. Ik zou wel eens met een expert willen praten over de mogelijkheden van ons kerkgebouw.
    Een meerderheid van de synodeleden zouden dit graag willen.

Visie op religieus erfgoed

Aanleiding voor deze bezinning is het volgende:

  • Binnen de Protestantse Kerk is het besef gegroeid dat bij het ontwikkelen van een toekomstvisie op kerkgebouwen de focus niet zozeer moet liggen op het afstoten van kerkgebouwen maar veeleer op zinvol gebruik en hergebruik. Zo is er een toenemende aandacht voor de betekenis van dorpskerken als hart van de gemeenschap, de waarde van monumentale stadskerken en voor het gezamenlijk gebruik van kerken met andere (verwante) organisaties.
  • De overheid stimuleert het lokaal ontwikkelen van een gemeenschappelijke visie op religieus erfgoed (gezamenlijk: de burgerlijke overheid én kerkgenootschappen). Achterliggende gedachte van de overheid is dat hiermee voorkomen kan worden dat monumentale kerkgebouwen in verval raken of bij het afstoten bestemmingen krijgen die onvoldoende passen bij de monumentale aard of het eigen karakter van de kerken.

Met name de laatste ontwikkeling maakt het noodzakelijk dat gemeenten zelf een beknopte visie kunnen formuleren op de toekomst van hun kerk(gebouwen). Want  alleen dan zijn ze goed toegerust om mogelijke ontwikkelingen het hoofd te bieden, en zijn ze een zinvolle gesprekspartner voor de burgerlijke overheid en andere kerkgenootschappen in hun gemeente. Deze nota is bedoeld om als Protestantse Kerk in Nederland een beeld te schetsen waar een dergelijke visie uit zou kunnen bestaan. Daarmee is meteen het belangrijkste doel van deze nota gedefinieerd. 

Maar ook los van het ontwikkelen van een lokale ‘kerkenvisie’ is het voor gemeenten van de Protestantse Kerk van belang om een langetermijnvisie te ontwikkelen op het gebruik en het beheer van hun kerkgebouwen. Dat geeft de meeste ruimte het kerkgebouw op een betekenisvolle manier in te zetten voor de doelstellingen van de gemeente, en het voorkomt dat (uiteindelijk) alleen financiële motieven de basis vormen voor besluiten.

Verschillende aspecten van het kerkgebouw

Aan de hand van de nota kunnen gemeenten reflecteren op de volgende aspecten van het kerkgebouw.

  • De theologische invalshoek helpt om te bepalen: hoe kijken we als gelovigen aan tegen de betekenis van ons kerkgebouw?
  • De kerkelijke invalshoek helpt om te bepalen: hoe kijken we aan tegen een kerkgebouw als ‘middel’ om de doelstellingen van onze gemeente te verwezenlijken?
  • De maatschappelijk invalshoek helpt om te bepalen: welke betekenis heeft ons kerkgebouw voor ons dorp, onze buurt of onze stad? Welke verantwoordelijkheid hebben wij (daarom) voor het beheren en bewaren van dit erfgoed? Maar ook: welke kansen geeft dit voor gezamenlijk gebruik, het maken van verbinding tussen kerk en omgeving, en het delen van verantwoordelijkheid?

De lokale kijk op de perspectieven bepaalt uiteindelijk de speelruimte van het desbetreffende kerkgebouw.

Diaken Boersma (classis Fryslân) vraagt zich wel af hoe ver je moet gaan met het investeren in kerkgebouwen. “Straks is er geen geld meer voor predikant of kerkelijk werker?” Gerben van Dijk: “Ik begrijp goed wat we zeggen. Vroeger zeiden we ook ‘mensen gaan voor stenen’. Nu zeggen we ‘die gebouwen kunnen een kans zijn voor de kerk van de toekomst’. Ik hoop van harte dat gemeenten dit gesprek met elkaar gaan voeren.”

De opmerkingen en vragen van synodeleden worden verwerkt in de definitieve versie. Die versie zal aangeboden worden aan gemeenten.

 

Download hier het synoderapport: