Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Kerkelijk werker Jolanda Aantjes over de nieuwe ambtsvisie: “De erkenning van de HBO-theoloog is heel waardevol, zeker voor kleine gemeenten.”

Op de synodevergadering in juni is uitgesproken dat er meer ruimte komt voor kerkelijk werkers om in de toekomst - onder nader te bepalen voorwaarden - Woord en sacramenten te bedienen. Naast de kerkelijk werker en de predikant zou dan het ambt van ‘pastor’ geïntroduceerd worden. Kerkelijk werker Jolanda Aantjes (50) is dankbaar. “We hebben elkaar hard nodig, willen we als werkers in de kerk Christus kunnen laten zien.”

Zelf heeft ze al enige jaren ervaring als kerkelijk werker in de kleine protestantse gemeente Hall en Voorstonden. Haar kerkenraad - ze zijn inclusief de pastor met zijn zessen - vroeg voor haar een preekconsent aan. Die werd haar verleend, evenals de toestemming om in haar eigen gemeente de sacramenten - doop en avondmaal - te bedienen. 

In goede richting

”Dat is ook de algemene regel nu,” aldus Aantjes. “Voor een kerkelijk werker moet een preekconsent worden aangevraagd bij de classis, als ze ook willen voorgaan in de erediensten. Als die wordt verleend, krijgen kerkelijk werkers een ‘mentor’ toegewezen, meestal een predikant uit de ring die als toezichthouder optreedt.” Pastor Aantjes vindt het een stap in de goede richting dat de generale synode nu stappen heeft gezet om de regelgeving in de toekomst te veranderen. “De regels zijn nu per classis verschillend. De een krijgt een consent voor de plaats waar hij of zij werkzaam is, een ander voor de hele ring, en weer een ander voor de hele classis. Het is beter als er eenzelfde regeling voor iedereen komt.”

Toekomstgericht kerk-zijn

Het synodebesluit is een eerste stap op weg naar het uitwerken van een nieuwe ambtsvisie. Over de concrete invulling hiervan neemt de generale synode later een besluit. Bij iedere vervolgstap wordt de generale synode ingeschakeld zodat verdere besluitvorming over het rapport gefaseerd kan plaatsvinden. Jolanda Aantjes denkt dat met dit besluit recht wordt gedaan aan de positie van de kerkelijk werker binnen de Protestantse Kerk. “De erkenning van de HBO-theoloog is heel waardevol, zeker voor kleine gemeenten. Het wordt steeds belangrijker om te kijken wie nodig is op welke plek in de kerk. Dat is ook een realistisch beeld van toekomstgericht kerk-zijn. De samenleving is in beweging, alle werkers in de kerk zijn daarin van waarde, of je nu HBO- of WO-geschoold bent. Iedereen heeft een plek nodig, als we gemeente van Christus willen zijn in onze omgeving.”

Kerk in het dorp

Zelf heeft ze nu geruime tijd ervaring als kerkelijk werker met extra taken in de gemeente. “Men zocht in Hall en Voorstonden een praktisch geschoold iemand, een kerkelijk werker voor 20-22 uur. Dat ben ik geworden.” Aantjes is de enige betaalde kracht in de kleine gemeente. “Op papier hebben we 250 leden, in de dienst komen zo’n 25 mensen. In Hall en Voorstonden ziet men haar gewoon als de dominee. “De een noemt me ‘pastor’, een ander noemt me gewoon bij mijn voornaam. Ik houd ervan me tussen de mensen te begeven en als kerk echt midden in het dorp aanwezig te zijn.” 

Daarnaast is Aantjes lid van de classis Veluwe. “Ik ben betrokken bij de classis vanuit de beroepsgroep kerkelijk werkers. De classis Veluwe is daar actief naar op zoek gegaan. Zo kun je als beroepsgroep meepraten over belangrijke zaken en je stem als beroepsgroep laten horen.” 

Handen en voeten

Dat zal de komende jaren - als de regelgeving verandert - ook nodig zijn. “Als de ‘pastor’ - de kerkelijk werker met preek-en sacramentsbevoegdheid - geordineerd ambtsdrager wordt, krijgt hij of zij dezelfde rechtspositie in de kerk als predikanten nu al hebben. Dat betekent ook het een en ander voor de arbeidscontracten van deze kerkelijk werkers en zou spannende vragen kunnen opleveren.”

Jolanda Aantjes ziet uit naar de verdere ontwikkeling van het nieuwe beleid richting de toekomst. “Ik vind het echt positief dat de synode deze eerste stap al heeft gezet. Het is goed dat de zaken voor kerkelijk werkers goed worden gewaarborgd. Ik pleit echt voor complementair denken. We hebben elkaar hard nodig, willen we als werkers in de kerk Christus nog kunnen laten zien. Dat vraagt blijmoedigheid van ons allemaal om samen gemeente te zijn. Alleen samen kunnen we het leven met Christus handen en voeten geven.”

Zie ook:

Foto: serie uit het magazine 'woord&weg'