Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Wijzigingen kerkorde op een rijtje

De tekst van de Kerkorde is te vinden op de themapagina Kerkorde. Hieronder staan de wijzigingen ten opzichte van de gedrukte tekst (januari 2022).

Blz. 21 - Art. ΧΙΙΙ-1

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente berust bij de kerkenraad, die de verzorging van vermogensrechtelijke aangelegenheden van diaconale aard toevertrouwt aan het college van diakenen, en de verzorging van de andere vermogensrechtelijke aangelegenheden aan het college van kerkrentmeesters.

Blz. 35 - ord. 2-4-3

Tekst voetnoot is huidige tekst

Blz. 39 - ord. 2-8 

Artikel 8 Nieuwe gemeenten, samengaan en splitsen van gemeenten

  1. Vorming, toetreden, samengaan en splitsing van gemeenten geschiedt naar regels in generale regeling 1 gesteld.

In lid 4 is ‘nieuwe gemeente’ twee maal gewijzigd in ‘gemeente na het samengaan,
In lid 5 is ‘nieuwe’ voor protestantse gemeente geschrapt.
In lid 6 is ‘nieuwe gemeenten’ gewijzigd in ‘gemeenten na de splitsing’.

Blz. 45 - ord. 3-2-3

Tekst voetnoot is huidige tekst

Blz. 48 - ord. 3-5-1

Tekst voetnoot is huidige tekst

Blz. 56 - ord. 3-13

  1. Een kerkelijk werker met bijzondere opdracht werkt als geestelijk verzorger.
  2. Een bijzondere opdracht kan aan een kerkelijk werker worden verleend door een (algemene) kerkenraad of een classicale vergadering.
    Wanneer de bijzondere opdracht is verleend .. (ongewijzigd)
  3. De ambtelijke vergadering die de bijzondere opdracht verleent, treft een regeling met betrokkene en - indien deze binnen een instelling gaat werken – met de betrokken instelling waarin wordt vastgelegd dat .. (ongewijzigd)
  4. Ongewijzigd
  5. Ongewijzigd
  6. De bijzondere opdracht eindigt bij de beëindiging van de werkzaamheden waartoe de opdracht is verstrekt, bij toepassing van ordinantie 10-9-7 sub c. en uiterlijk vijf jaar na de dag waarop de kerkelijk werker recht krijgt op pensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet.

Blz. 59 - ord. 3-16-6

De algemene kerkenraad kan besluiten een predikant die verbonden is aan een wijkgemeente, (tevens) werkzaam te doen zijn in een andere wijkgemeente. De algemene kerkenraad neemt dit besluit in overleg met de betrokken wijkkerkenraden en predikant, nadat de leden van de betrokken wijkgemeenten in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken.

Blz. 59v - ord. 3-18

  1. Een predikant voor gewone werkzaamheden wordt beroepen voor onbepaalde tijd.

    Hulpdiensten
  2. Een predikant van de kerk en een proponent kunnen van een kerkenraad een opdracht aanvaarden tot het verrichten van hulpdiensten bestaande uit werkzaamheden die behoren tot het dienstwerk van de predikant.
  3. Hulpdiensten worden onderscheiden in:
    - incidentele hulpdiensten met een totale omvang tot maximaal 40 uren per opdracht
    - structurele hulpdiensten met een omvang van meer dan 40 uren per opdracht.
    In beide gevallen is de rechtspositie geregeld in of krachtens GR 5.
  4. Een predikant of proponent die structurele hulpdiensten verricht, kan worden uitgenodigd als adviseur deel te nemen aan de vergaderingen van de kerkenraad.
  5. Een kerkenraad kan met de kerkenraad van een andere gemeente overeenkomen dat de predikant structurele hulpdiensten verricht in de andere gemeente. Dit kan alleen met instemming van de betrokken predikant en binnen de werktijd, waarvoor de predikant aan de gemeente verbonden is. De eerstgenoemde kerkenraad blijft verantwoordelijk voor het bepaalde in art. 16-5. De andere kerkenraad betaalt een evenredig deel van de traktementslasten als vergoeding aan de eerstgenoemde kerkenraad.
  6. Een kerkenraad kan met de dienstenorganisatie overeenkomen dat een predikant in algemene dienst structurele hulpdiensten verricht in de gemeente. De kerk blijft verantwoordelijk voor diens rechtpositie. De dienstenorganisatie en de kerkenraad komen hiervoor een vergoeding overeen.
  7. Structurele hulpdiensten kunnen voor niet langer dan twee jaar worden overeengekomen.
    Het breed moderamen van de classicale vergadering is bevoegd toestemming te geven de periode tot maximaal vier jaar te verlengen.
    Deze toestemming wordt alleen gegeven
    • indien een vacature ondanks inspanningen nog niet kon worden vervuld, dan wel
    • indien naar het oordeel van het breed moderamen voldoende is gezocht naar samenwerking met andere gemeenten.
  8. De kerkenraad kan na afloop van de overeengekomen tijd gedurende een jaar geen nieuwe opdracht tot structurele hulpdiensten geven voor dezelfde werkzaamheden, noch aan dezelfde persoon noch aan een ander.

    Tijdelijke dienst
  9. In afwijking van het in lid 1 bepaalde kan een beroepbaar predikant worden beroepen in tijdelijke dienst voor de duur van ten minste twee jaar, indien naar het voorafgaand oordeel van het breed moderamen van de classicale vergadering beroeping voor bepaalde tijd vanwege de aard van de opdracht of anderszins wenselijk is. Het breed moderamen heeft daarbij de bevoegdheid om de werktijd vast te stellen op minder dan een derde van de volledige werktijd. Ord. 3-3-1 is van overeenkomstige toepassing.
  10. In afwijking van het in lid 1 bepaalde kan een gemeente een proponent beroepen in tijdelijke dienst voor de duur van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar en een werktijd van ten minste 40% van de volledige werktijd. Ord. 3-3-1 is – behalve het bepaalde over het zoeken naar samenwerking - van overeenkomstige toepassing. 
  11. Een predikant in tijdelijke dienst woont zo mogelijk binnen de grenzen van de gemeente waaraan deze verbonden is.
  12. Het breed moderamen kan eenmalig toestemming geven de periode van de tijdelijke dienst te verlengen tot in totaal maximaal zes jaar.
  13. Alleen met instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering, onder overeenkomstige toepassing van ord. 3-3-1, kan de tijdelijke dienst worden omgezet in een beroep voor onbepaalde tijd.
  14. Na afloop van de tijdelijke dienst kan een kerkenraad gedurende een jaar niet opnieuw voor dezelfde werkzaamheden in tijdelijke dienst beroepen, en kan hij ook geen opdracht tot hulpdiensten verlenen voor deze werkzaamheden.
  15. Na afloop van de tijdelijke dienst is de predikant losgemaakt van de gemeente.
  16. Ord. 3-4-2 is op een predikant in tijdelijke dienst niet van toepassing, met dien verstande dat de tijdelijke dienst slechts met instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering voortijdig beëindigd kan worde

Blz. 62v - ord. 3-23

  1. Een predikant met bijzondere opdracht verricht werkzaamheden die in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant doch niet uitgaan van een ambtelijke vergadering. De ambtelijke vergadering die de opdracht verleent, laat haar oordeel dat de werkzaamheden in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant, toetsen door of vanwege de kleine synode.
  2. De predikant wordt beroepen tot predikant dan wel tot predikant-geestelijk verzorger, gehoord – indien betrokkene in een instelling werkzaam zal zijn - de instelling die de betrokkene aanstelt en - waar deze is - de commissie als bedoeld in lid 8.
  3. ongewijzigd
  4. De bijzondere opdracht eindigt bij de beëindiging van de werkzaamheden waartoe de opdracht is verstrekt, bij toepassing van ordinantie 10-9-7 sub c. en uiterlijk vijf jaar na de dag waarop de predikant recht krijgt op pensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet. 
  5. De ambtelijke vergadering die de predikant met bijzondere opdracht beroept, treft een regeling met betrokkene en indien deze binnen een instelling gaat werken met de betrokken instelling waarin wordt vastgelegd dat deze ambtelijke vergadering verantwoordelijk is voor het werk dat de predikant met bijzondere opdracht ambtelijk verricht en dat de gemeente respectievelijk de classis respectievelijk de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen respectievelijk de kerk niet aansprakelijk zal zijn voor de financiële gevolgen van ontheffing van of ontzetting uit het ambt of ontslag uit de dienstbetrekking.
    Na beëindiging van de bijzondere opdracht is de betrokken predikant losgemaakt van de gemeente, de classis, de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of de kerk.

Blz. 64 - ord. 3-24-2,3

De beide leden zijn vervallen.

Blz. 66 - ord. 3-28-2 t/m 4

Deze drie leden zijn vervallen.

Blz. 74 - ord. 4-8-7

Cursieve tekst is vervallen.

Blz. 74 - ord. 4-8-9

Cursieve tekst is vervallen
In de voorlaatste regel is ‘gemeenteleden’ gewijzigd in ‘leden van de gemeente’

Blz. 77

artikel 10 luidt nu:

Artikel 10 Consulent

  1. De kerkenraad nodigt een predikant van de kerk uit op te treden als consulent indien
    • er aan de gemeente of de wijkgemeente geen predikant voor gewone werkzaamheden verbonden is;
    • de predikant ten gevolge van ziekte gedurende een periode van meer dan twee maanden verhinderd is de ambtelijke werkzaamheden te verrichten;
    • de predikant op grond van ordinantie 3-19 vrijstelling van werkzaamheden is verleend;
    • de predikant op grond van een beslissing in het kader van ordinantie 10 niet bevoegd is het ambt te vervullen dan wel de ambtelijke bevoegdheden uit te oefenen.
  2. De consulent heeft als taak het adviseren van de kerkenraad en in vacante gemeenten, met inachtneming van ord 3-3-4, het begeleiden van het beroepingswerk.
    Met het oog hierop wordt de consulent uitgenodigd voor de vergaderingen van de kerkenraad en zijn moderamen. De consulent heeft in die vergaderingen een adviserende stem en kan door de kerkenraad tot preses worden verkozen.
  3. De kerkenraad kan de werkgemeenschap verzoeken uit zijn midden in predikant voor gewone werkzaamheden als consulent aan te wijzen. Deze consulent verricht de werkzaamheden als onderdeel van de gewone werkzaamheden en de gemeente van de consulent ontvangt hiervoor een vergoeding, naar regels in generale regeling 5 gesteld.
  4. Het breed moderamen van de classicale vergadering kan – op verzoek van de kerkenraad – lid 3 ook van toepassing verklaren in andere gevallen waarin de kerkenraad bijstand van een consulent behoeft.

Blz. 91 - ord. 4-27-5

Tekst voetnoot is huidige tekst.

Blz. 119 - ord. 10-5-6

6. Bij een visitatie kunnen visitatoren aan de leden van de gemeente de gelegenheid geven tot een gesprek met visitatoren.

Blz. 134 - ord. 11-2-2

De cursieve tekst in r. 2 is vervangen door:
uit degenen die tot de gemeenschap van de gemeente behoren.

Blz. 137 - ord. 11-5-4

in r. 5-6 zijn de woorden: ‘op de wijze …. aangegeven' vervallen.

Blz. 138 - ord. 11-6-2

slotzin (‘De kerkenraad … aangegeven’) is vervallen

Blz. 138 - ord. 11-6-3

de eerste vier woorden (‘Daarna stelt de kerkenraad’) zijn vervangen door:
Nadat de leden van de gemeente in de gelegenheid gesteld zijn hun mening kenbaar te maken, stelt de kerkenraad

Blz. 164 - ord. 13-5-4

De leden van de raad van advies zijn deskundig op de verschillende terreinen waarop de dienstdoende predikanten werkzaam zijn. De raad van advies wordt zo samengesteld, dat de breedte van de kerk erin is vertegenwoordigd en dat is voorzien in deskundigheid op de verschillende terreinen waarop de dienstdoende predikanten werkzaam zijn. De meerderheid van de leden van de raad van advies is lid van de kerk.

Blz. 175 - ord. 14-4-5

De laatste twee regels zijn vervangen door:
genomen nadat de leden van de gemeente in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken.

Blz. 179 Overgangsbepalingen

Toegevoegd na 5 (aflopend op 30 juni 2025):

Bij ord. 3-18
5a. Hulpdiensten en waarneming dienstwerk die op grond van ord. 13-18-9, 3-24-2 (oud), 3-28-2 (oud), 3-28-3 (oud) en 3-28-4 (oud) zijn overeengekomen voor 1 juli 2021 blijven gedurende de overeengekomen tijd ongewijzigd en worden vergoed volgens de regeling die gold op de datum voor 1 juli 2021 met inbegrip van latere indexeringen. Predikant en kerkenraad kunnen besluiten tot aanpassing aan de nieuwe regels.

5b. Hulpdiensten die op grond van ord. 3-24-3 (oud) zijn overeengekomen voor 1 juli 2021 blijven gedurende de overeengekomen tijd ongewijzigd.

5c. Overeenkomsten tussen Dienstenorganisatie en de gemeente tot inzet van een predikant in algemene dienst voor werkzaamheden in de gemeente, die zijn ingegaan voor 1 juli 2021, blijven gedurende de overeengekomen tijd ongewijzigd.

5d. Tijdelijke diensten die zijn overeengekomen voor 1 juli 2021 blijven gedurende de overeengekomen tijd ongewijzigd. De betrokken predikant behoudt recht op het wachtgeld en wordt vergoed volgens de regeling die gold op de datum voor 1 juli 2021 met inbegrip van latere indexeringen. Predikant en kerkenraad kunnen niet besluiten tot aanpassing aan de nieuwe regels.

5e. Op hulpdiensten resp. tijdelijke diensten die zijn overeengekomen voor 1 juli 2021 is het bepaalde in ord. 3-18-7 resp. 12 t/m 15 van toepassing

Blz. 187 - GR 1-4-1

Het samengaan van twee of meer tot de kerk behorende gemeenten als bedoeld in ordinantie 2-8-4 en 5 kan op twee wijzen, te weten: 

  1. een van deze gemeenten blijft bestaan en verkrijgt onder algemene titel het vermogen van de verdwijnende  gemeente(n); 
  2. de betrokken gemeenten vormen tezamen een nieuwe gemeente, die een rechtspersoonlijkheid bezittend onderdeel van de kerk is.

In lid 8 wordt ‘nieuwe gemeente’ vervangen door ‘gemeente na het samengaan’.

Blz. 211 tm 233

GR 5 is geheel herzien. De volledige tekst van GR 5, zoals deze luidt vanaf 1 juli 2022 is te vinden (en desgewenst te downloaden en/of te printen) in het pdf-bestand “generale regelingen versie juli 2022, op https://protestantsekerk.nl/thema/kerkorde/

Blz. 253 - GR 7-1

Ord. 4-14-1 moet zijn: ord. 4-13-1

Blz. 253 - GR 7-2-2

Lid 2 moet zijn: lid 1

Blz. 254 - GR 7-2-3

Vergadering van ambtsdragers moet zijn: vergadering van afgevaardigden van betrokken kerkenraden

Blz. 254 - GR 7-3-1

Verkiezing leden classicale vergadering:  de aanwezige tekst vervangen door:

1a. De classicale vergadering streeft ernaar dat bij de verkiezing van haar leden naar vermogen recht wordt gedaan aan de binnen de classis voorkomende kerkelijke verscheidenheid en dat naar vermogen een evenwichtige samenstelling van de classicale vergadering qua ambten, leeftijd en sekse wordt bevorderd.

1b. De classicale vergadering stelt per betrokken ring een kandidatenlijst op. De
classicale vergadering is daarbij gehouden degenen die zijn aanbevolen door een of
meer kerkenraden uit de betrokken ring op de kandidatenlijst te plaatsen. De classicale
vergadering kan zelf, met het oog op het bepaalde onder a, per vacature één naam toevoegen van iemand uit de betrokken ring. 

1c. Als het aantal kandidaten op de kandidatenlijst niet groter is dan het aantal
vacatures voor leden vanuit de betrokken ring, verklaart de classicale vergadering de
kandidaten verkozen.

1d. Als het aantal kandidaten op de kandidatenlijst groter is dan het aantal vacatures voor leden vanuit de betrokken ring, stelt de classicale vergadering voor de betrokken ring een of meer dubbeltallen vast, bestaande uit namen die op de kandidatenlijst voorkomen, tenzij zij
toepassing geeft aan het onder f bepaalde.

1e. De kerkenraden binnen de betrokken ring brengen in november schriftelijk hun stem uit. Indien de stemmen staken, beslist het lot.

1f. Indien de meerderheid van de kerkenraden in een bepaalde ring daaraan de voorkeur geeft, dan wel op initiatief van de classicale vergadering, vindt de verkiezing, in afwijking van het onder e bepaalde, plaats in een vergadering van afgevaardigden van de betrokken
kerkenraden. In dat geval wordt een kieslijst gemaakt met de namen van alle personen
die op de kandidatenlijst voorkomen. Per vacature brengt elke kerkenraad per
stemronde maximaal één stem uit.

1g. Het breed moderamen van de classicale vergadering stelt de uitslag van de verkiezing vast, benoemt degenen die verkozen zijn en doet daarvan mededeling aan de betrokken kerkenraden en aan degenen die verkozen zijn.”

Blz. 255 – GR 7-3-3

Vervallen

Blz. 279:  GR 10-5

Artikel 1 Preekconsent voor hen die de opleiding tot predikant hebben gevolgd

  1. Aan belijdende leden,
    die met goed gevolg de opleiding tot predikant aan een door de kerk erkende opleiding hebben gevolgd, maar geen toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland hebben gevraagd,
    kan een preekconsent worden verleend, indien dit naar het oordeel van de kleine synode in het belang van de kerk is.
  2. De aanvraag voor een preekconsent als bedoeld in dit artikel wordt door betrokkene ingediend bij de scriba van de kleine synode en dient - naast de in artikel 1-4 genoemde stukken - vergezeld te gaan van het bewijs dat betrokkene met goed gevolg de opleiding tot predikant heeft gevolgd, dan wel het bewijs dat betrokkene predikant van de kerk is geweest. De scriba van de kleine synode doet navraag bij het breed moderamen van de classicale vergadering waartoe de gemeente behoort waarbij betrokkene is ingeschreven, of er feiten of omstandigheden bekend zijn die de kleine synode dient mee te wegen bij de te nemen beslissing.
    Wanneer iemand die van het ambt van predikant is ontheven een preekconsent aanvraagt, beoordeelt de kleine synode nadat een onderzoek naar de geschiktheid is ingesteld of, en zo ja onder welke voorwaarden, de weg naar het preekconsent kan worden geopend.
  3. Een besluit om een preekconsent als bedoeld in dit artikel te verlenen wordt eerst genomen, nadat de in artikel 1-2 bedoelde commissie een gesprek met betrokkene heeft gevoerd en advies heeft uitgebracht.
  4. Het preekconsent wordt verleend voor een tijdvak van telkens ten hoogste vier jaar en geldt voor alle gemeenten.
  5. Bij verlenging van het preekconsent is het bepaalde in dit artikel van overeenkomstige toepassing.
  6. Een consent dat volgens de bepalingen van dit artikel wordt verleend, wordt namens de kleine synode uitgereikt door de in artikel 1-2 bedoelde commissie.
Was deze informatie zinvol?
We hebben je feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)