Gesprekken en ontmoetingen kunnen georganiseerd worden en soms ontstaan ze spontaan. Gesprekspartners kunnen uitgekozen worden en soms dienen ze zich aan.
In de Nederlandse context is er in de loop van de tijd een aantal Joodse gesprekspartners met wie de Protestantse Kerk de relatie onderhoudt: vertegenwoordigers van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK), het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom, het Centraal Joods Overleg en anderen.
Internationaal zijn er contacten met de ICCJ: de International Council of Christians and Jews.
Landelijk zijn er samenwerkingsverbanden met andere organisaties, zoals het OJEC, Nes Ammim, de Katholieke Raad voor het Jodendom, het Platform Appel Kerk en Israël (en daarnaast andere gesprekspartners in samenwerking met Kerk in Actie, zie ook webpagina Israël en Palestina).
Plaatselijk kunnen er contacten zijn en gezocht worden met joodse gemeenschappen en synagogen.
De Protestantse Kerk heeft verschillende en gelijkwaardige roepingen:
De drie roepingen kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ook al kunnen ze in de praktijk tegen elkaar schuren, ze moeten niet tegen elkaar uitgespeeld worden. De emoties kunnen hoog oplopen in onze kerk, omdat een keuze voor de een (Joden) een keuze lijkt tegen de ander (Palestijnen). Voor de Protestantse Kerk is de relatie met het Joodse volk een essentieel onderdeel van de eigen identiteit en met Palestijnse christenen is er verbondenheid in het ene lichaam van Christus. Mozes, profeten en Jezus roepen op om op te komen voor wie geen stem heeft (diaconale roeping). Hoe zou je deze roepingen van elkaar kunnen scheiden?