Arbeidsvoorwaarden kerkelijk medewerker algemeen
Mag een gemeente ook gebruik maken van een zzp’er als kerkelijk medewerker?U mag niet in elke situatie gebruik maken van een zzp’er. De kerkorde kent voor sommige functies in de kerk opleidings- en/of registratie-eisen, in die functies mag geen zzp’er worden aangesteld. Dat geldt voor de predikanten, de kerkelijk werkers, koster(-beheerders) en de kerkmusici.
Voor andere functies in de kerk bent u vrij om gebruik te maken van een zzp’er, waarbij u er wel op moet letten dat u geen schijnconstructie aangaat. De dienstenorganisatie raadt u aan gebruik te maken van de modelcontracten van de site van de Belastingdienst en samen met uw zzp’er na te denken over hoe de samenwerking van de zzp’er en de kerkenraad eruit ziet (zonder dat er sprake is van werkgeversgezag).
Het spreekt voor zich dat er tegen het inzetten van schilders, loodgieters, etc. geen bezwaren vanuit de kerkorde zijn.
Arbeidsvoorwaarden kerkmusicus
Hoe stel ik het functieniveau van mijn organist vast?In generale regeling 9-4 staat op welke wijze het functieniveau van het orgelspel wordt vastgesteld. Afhankelijk van het bepaalde functieniveau stelt u een cantor aan die bevoegd is voor het functieniveau.
Het functieniveau van het orgelspel wordt vastgesteld door de kerkenraad op basis van bepaalde in de generale regeling genoemde elementen, na overleg met de dienstenorganisatie en de aan de gemeente verbonden kerkmusici. Voor de weging van de in de generale regeling genoemde elementen kunt u gebruik maken van onderstaand stroomschema.
Toelichting stroomschema kerkmusicus voor orgel
Hoog niveau
Het kerkelijk orgelspel alsmede de orgelmuziek met een hoge moeilijkheidsgraad wordt in de eredienst op professionele wijze op het niveau van een ‘uitvoerend musicus’ uitgevoerd.
Koor/instrumentele groep hoog niveau
Er wordt een koor, cantorij en/of instrumentele groep begeleid met orgel en/of piano die met regelmaat (ten minste maandelijks) aan de eredienst meewerken.
Deze begeleiding wordt evenals het kerkelijk orgelspel en de orgelmuziek in de eredienst op het niveau van een ‘uitvoerend musicus’ professioneel uitgevoerd.
Professioneel niveau
Het kerkelijk orgelspel alsmede de orgelmuziek met een gemiddelde moeilijkheidsgraad wordt in de eredienst op professionele wijze op het niveau van een ‘;docerend musicus’ uitgevoerd.
Koor/instrumentele groep professioneel niveau
Er wordt een koor, cantorij en/of instrumentele groep begeleid met orgel en/of piano die met regelmaat (tenminste maandelijks) aan de eredienst meewerken.
Deze begeleiding wordt evenals het kerkelijk orgelspel en de orgelmuziek in de eredienst op het niveau van een ‘docerend musicus’ professioneel uitgevoerd.
Keuze kerkenraad voor professioneel niveau
Het kerkelijk orgelspel alsmede de orgelmuziek met een gemiddelde moeilijkheidsgraad wordt in de eredienst op professionele wijze op het niveau van een ‘docerend musicus’ uitgevoerd.
SalBerKerk staat voor SalarisBerekening Kerkmusicus. Het is een rekenblad om het salaris van de kerkmusici verbonden aan één kerk te berekenen. Het betreft zowel de berekening van de part-time-factor, als de hoogte van het salaris. Voor de part-time-factor is voor veel voorkomende werkzaamheden van de kerkmusicus kerkordelijk vastgesteld hoeveel eenheden (en daarmee hoeveel tijd) per activiteit moet worden gerekend: salberkerk maakt dat u gemakkelijk kunt invullen hoeveel van deze veelvoorkomende activiteiten (bijvoorbeeld het bespelen van het orgel in een kerkdienst) plaats vinden. Werkzaamheden die niet in de eenheden-structuur zijn kunt u via aparte regels in het rekenblad invoeren. De beloning van de kerkmusicus is afhankelijk van het functieniveau van de gemeente en de bevoegdheid en senioriteit van de kerkmusicus. Door het rekenblad in te vullen wordt de hoogte van de beloning juist berekend.
Meer informatie over SalBerKerk staat in de Handleiding bij het programma Salberkerk. Let op: in deze handleidingen worden voorbeeld-berekeningen gemaakt op basis van oude salarisschalen. De methodiek is correct, de concrete bedragen niet.
In artikel VII van de kerkorde staat dat ‘de eredienst wordt geleid door hen die daartoe in de orde van de kerk zijn aangewezen. De inrichting van de eredienst wordt vastgesteld door de kerkenraad met inachtneming van de bijzondere verantwoordelijkheid van de voorgangers en hen die zorgdragen voor de kerkmuziek’. In ordinantie 5-6 staat in de leden 2 en 3 dat ‘de kerkmusicus wordt benoemd door de kerkenraad na overleg met het college van kerkrentmeesters, bij voorkeur uit de leden van de kerk.
De aanstelling van de kerkmusicus geschiedt door het college van kerkrentmeesters. De kerkmusicus wordt hetzij op arbeidsovereenkomst hetzij op basis van vrijwilligheid aangesteld volgens de bepalingen van de generale regeling voor de kerkmusici’. Een kerkmusicus dient een bevoegdheidsverklaring te halen bij het Protestants Centrum voor Toerusting en Educatie (PCTE). In de Generale Regeling Kerkmusici is de positie van de kerkmusicus verder uitgewerkt.
Israël en Palestina
Kiest de Protestantse Kerk partij in het conflict in Israël/Palestina?Nee. ‘Als Protestantse Kerk kiezen we ervoor met beide kanten in gesprek te blijven, Joods en Palestijns’, vanuit de drie roepingen.
Dat kan niet verhinderen dat de Protestantse Kerk ter linker of ter rechterzijde wel als partij gezien kan worden. Er kan het verwijt zijn dat de Protestantse Kerk niet voldoende of juist te veel partij kiest voor Palestijnen en Palestijnse christenen. Of de nadruk op het belang van de joodse wortels van het christelijk geloof en de joods-christelijke verhoudingen kan de reactie oproepen dat de Protestantse Kerk kritiekloos het beleid van de Israëlische regering omarmt.
Men zou kunnen zeggen dat de landelijke kerk het dus nooit goed doet, maar dit kan weer naar te veel zelfbeklag klinken. Het is goed dat de landelijke kerk voortdurend wordt uitgedaagd om haar invalshoek en keuzes duidelijk(er) te maken. Van de mensen met kritiek kan verwacht worden dat zij de moeite nemen om te willen verstaan wat de Protestantse Kerk wil zeggen en wat niet. Dus geen partij in het conflict, wel verbondenheid met zowel Joden als Palestijnen die tot uitdrukking komt in het aangaan van partnerschappen, het verstevigen van de band met lokale kerken en de samenwerking met Joodse en Palestijnse organisaties.
Als Protestantse Kerk gebruiken we de term ‘Palestina’ om de Westelijke Jordaanoever en Gaza aan te duiden. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat er ook andere benamingen bestaan. Een opsomming: Palestina, Palestijnse gebieden (bezet dan wel betwist), Heilige Land, Westelijke Jordaanoever (of de Engelse term Westbank) en Gaza. Geen enkele term is geheel neutraal.
De Protestantse Kerk kiest ervoor met beide kanten in gesprek te blijven, Joods en Palestijns. Dat is geen gemakkelijke positie, maar het is wel de positie die het beste bij de kerk past. Met beide groepen voelen we ons immers verbonden (zie vraag 1). Welke term kies je dan? Doorslaggevend hierin is het zelfverstaan van zowel Joden als Palestijnen. Voor de Palestijnse kerken en organisaties waarmee we samenwerken geldt dat zij de naam Palestina gebruiken. Vanuit onze oecumenische verbondenheid hanteren we dezelfde benaming. Om diezelfde reden gebruiken we ook consequent de naam ‘Israël’, een term die weer gevoelig ligt bij veel van onze partners in het Midden-Oosten. Daarmee spreken we ons uit voor het bestaansrecht van Israël, van cruciaal belang voor onze Joodse partners.
Tot slot kan nog het internationaal recht worden genoemd. De IP-nota ziet immers (volken)recht en in internationale verdragen omschreven mensenrechten als het primaire oriëntatiepunt voor de oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict. Op 29 november 2012 werd in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Palestina de status van non-member observer state (‘waarnemend niet-lidstaat’) toegekend. Feitelijk kunnen de Verenigde Naties geen staten erkennen, dat doen alleen andere staten of regeringen, maar in de praktijk wordt VN-lidmaatschap beschouwd als een bevestiging dat een land een soevereine staat is. Tot dusver hebben ruim 130 landen in de wereld Palestina als staat erkend (Nederland niet).
Zeker. Dit staat verwoord in de drievoudige roeping van de Protestantse Kerk t.a.v. Israël en Palestina (zie vraag 1). De Palestijnse kerken zijn klein en kwetsbaar. Veel Palestijnse christenen vragen zich af of er nog wel een toekomst voor hen is in het Heilige Land. Het aantal christenen is de afgelopen eeuw drastisch afgenomen. Was in 1922, tijdens het Brits mandaat, nog 10% van de bevolking christen, nu is dat percentage gereduceerd tot 1,5%. Veel christenen, met name jongeren, besluiten te emigreren door de uitzichtloze situatie van het conflict en de slechte economische omstandigheden. De kerken krimpen en er is een ernstig tekort aan goede leiders. Genoeg reden tot zorg. Tegelijkertijd zijn er ook gewone mannen en vrouwen in de kerk die opstaan en gesterkt in hun geloof de kerk weer een plek van hoop laten zijn.
Daarbij willen we hen als Protestantse Kerk graag ondersteunen. Via Kerk in Actie worden projecten met lokale kerken en oecumenische organisaties ondersteund om lokale gelovigen toe te rusten. Daarbij richten wij ons op de gewone man, vrouw en jongere in de kerk. Wat hebben zij nodig om sterk in hun geloof te staan? Hoe kunnen zij met hun gemeente of parochie van betekenis zijn voor hun directe omgeving? Zo ondersteunen we als Protestantse Kerk projecten rond contextueel bijbellezen, jeugdwerk en diaconaat.
De eerste roeping komt tot uitdrukking in het werk van Kerk & Israël: het verkennen en levend houden van de joodse bronnen van het christelijk geloof; het gesprek zoeken met het hedendaagse Jodendom en met Joodse gesprekspartners, zowel in Nederland als internationaal; en het bevorderen van het inzicht in en het bestrijden van antisemitisme. Ook in het diaconale werk van Kerk in Actie wordt dit zichtbaar in de samenwerking met Joodse partners in Israël (zoals het Rossing Center), met name in het werk rond dialoog en verzoening.
De tweede roeping komt tot uitdrukking in de samenwerking met Palestijnse kerken en christenen. Slechts 1,5 procent van de bevolking in Palestina is christen. De kerken zijn klein en kwetsbaar. Veel christenen, met name jongeren, besluiten te emigreren. Dit zorgt voor een sterke krimp van de kerk. Kerk in Actie probeert de kerken te ondersteunen, zodat zij een betekenisvolle rol kunnen vervullen voor de eigen christelijke gemeenschap en de samenleving als geheel. Dit doet Kerk in Actie onder meer via steun aan projecten rond contextueel bijbellezen, jeugdwerk en diaconaat (zoals ATTA).
De derde roeping komt tot uitdrukking in de ondersteuning van Joodse en Palestijnse organisaties (zoals Nes Ammim) die proberen bruggen te bouwen tussen beide bevolkingsgroepen. De focus ligt hier op jongeren. Joodse en Palestijnse kinderen groeien compleet gescheiden van elkaar op, met sterke wederzijdse vijandbeelden. Jongeren komen meestal alleen met iemand van de andere bevolkingsgroep in aanraking als ze naar de universiteit gaan. Voor anderen geldt dat hun wegen de rest van hun leven vaak gescheiden blijven lopen en ze elk in hun eigen context verder leven.
De uitzending van Ilja en Marleen Anthonissen was een goed voorbeeld van hoe we als Protestantse Kerk de drievoudige roeping in de praktijk willen brengen. In ‘Dagboek uit Jeruzalem’ (KokBoekencentrum, 2019) schrijft Marleen over de vele ontmoetingen die zij had met Joden en Palestijnen.
De Protestantse Kerk heeft verschillende en gelijkwaardige roepingen:
- De roeping om gestalte te geven aan de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.
- De oecumenische roeping om eenheid, gemeenschap en samenwerking te zoeken met Palestijnse christenen.
- De diaconale roeping om op te komen voor vrede en gerechtigheid voor iedereen.
Het beleid van de Protestantse Kerk t.a.v. Israël/Palestina staat verwoord in de nota ‘Het Israëlisch-Palestijns conflict in de context van de Arabische wereld van het Midden-Oosten’, ook wel afgekort als IP-nota (2008) en wordt uitgevoerd door Kerk & Israël en Kerk in Actie. Beide afdelingen werken bij de uitvoering van dit beleid nauw en goed samen, met ieder een eigen invalshoek. Alledrie de roepingen gelden niet alleen voor Kerk en Israël en Kerk in Actie, maar voor de hele Protestantse Kerk. Het is goed om hier te benoemen dat de Protestantse Kerk een kerk is en geen belangengroepering, actiegroep, politieke partij of NGO (hoe belangrijk die allemaal zijn). De Protestantse Kerk heeft een eigen rol, waarbij zij geen partij kiest maar juist in gesprek wil blijven. De drie roepingen kunnen niet los van elkaar gezien worden, maar schuren ook geregeld tegen elkaar aan.
Kerk en Israël
Wie zijn de Joodse gesprekspartners van de Protestantse Kerk?Gesprekken en ontmoetingen kunnen georganiseerd worden en soms ontstaan ze spontaan. Gesprekspartners kunnen uitgekozen worden en soms dienen ze zich aan.
In de Nederlandse context is er in de loop van de tijd een aantal Joodse gesprekspartners met wie de Protestantse Kerk de relatie onderhoudt: vertegenwoordigers van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK), het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom, het Centraal Joods Overleg en anderen.
Internationaal zijn er contacten met de ICCJ: de International Council of Christians and Jews.
Landelijk zijn er samenwerkingsverbanden met andere organisaties, zoals het OJEC, Nes Ammim, de Katholieke Raad voor het Jodendom, het Platform Appel Kerk en Israël (en daarnaast andere gesprekspartners in samenwerking met Kerk in Actie, zie ook webpagina Israël en Palestina).
Plaatselijk kunnen er contacten zijn en gezocht worden met joodse gemeenschappen en synagogen.
Het woord ‘onopgeefbaar’ staat niet in het woordenboek, maar staat wel in de Kerkorde en wordt daar in verband gebracht met het volk Israël. In recente jaren is er kritiek gekomen op dit woord en op dit kerkorde-artikel (I,7).
Soms wordt het misverstaan als zou het een kritiekloos omarmen betekenen van alles wat de Israëlische regering doet. Dat is zeker niet de achtergrond van dit kerkorde-artikel, maar toegegeven: soms lopen de betekenissen en interpretaties wat door elkaar, wat de helderheid niet altijd ten goede komt. Er zou gezegd kunnen worden dat ‘onopgeefbaar verbonden’ een historische en een theologische betekenis heeft. De term wordt oorspronkelijk gebezigd in directe relatie met de nalatige houding van de kerk t.a.v. de Sjoa en het antisemitisme.
Historisch
Historisch gezien zijn het christendom en het rabbijnse jodendom tradities die beide teruggaan op het jodendom van de eerste eeuw. Beide tradities hebben elkaar wederzijds beïnvloed en hebben op elkaar gereageerd. Christenen hebben daarbij een zeer complexe eeuwenlange geschiedenis met Joden vanwege anti-Judaïstische en anti-Joodse uitingen. Volgens een beleidsnota uit 2008 moet de kwalificatie ‘onopgeefbaar’ verstaan worden ‘tegen de achtergrond van een eeuwenlange geschiedenis waarin de kerk zich had vervreemd van haar wortels in het volk Israël, met alle voor Israël – en op een andere manier ook voor de kerk – desastreuze gevolgen daarvan’. Het woord ‘onopgeefbaar’ herinnert de Kerk aan deze noodlottige geschiedenis en roept op tot een fundamenteel andere houding. Daarbij hoort in ieder geval dat de Protestantse Kerk vormen van vervangingstheologie afwijst en dat antisemitisme wordt bestreden.
Theologisch
Joden en christenen zijn ook vanuit een theologische visie met elkaar verbonden. Jodendom en christendom zijn twee loten die gegroeid zijn vanuit de erfenis van het bijbelse volk Israël. Joden en christenen lezen voor een gedeelte dezelfde schriften. De Hebreeuwse Bijbel is gemeenschappelijk erfgoed. Jezus is een Jood. Het Nieuwe Testament is voor het overgrote deel Joods. Dat de kerk het gesprek met het Jodendom zoekt, raakt aan het hart van het belijden. De kern van beide religieuze tradities gaat terug op de God van Israël. De God die daarin ter sprake komt is één, de Ene. Joden en christenen blijven elkaars pad voortdurend kruisen, juist omdat de oorsprong van de weg één is. Het geeft aan dat Gods weg met dit volk niet voorbij is, maar verder gaat. Het is een weg met het oog op alle volken. God is trouw en onopgeefbaar verbonden aan zijn volk, aan mensen wereldwijd en aan de wereld.
De Protestantse Kerk heeft verschillende en gelijkwaardige roepingen:
- De roeping om gestalte te geven aan de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.
- De oecumenische roeping om eenheid, gemeenschap en samenwerking te zoeken met christenen wereldwijd, en dus ook Palestijnse christenen.
- De diaconale roeping om op te komen voor vrede en gerechtigheid voor iedereen.
De drie roepingen kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ook al kunnen ze in de praktijk tegen elkaar schuren, ze moeten niet tegen elkaar uitgespeeld worden. De emoties kunnen hoog oplopen in onze kerk, omdat een keuze voor de een (Joden) een keuze lijkt tegen de ander (Palestijnen). Voor de Protestantse Kerk is de relatie met het Joodse volk een essentieel onderdeel van de eigen identiteit en met Palestijnse christenen is er verbondenheid in het ene lichaam van Christus. Mozes, profeten en Jezus roepen op om op te komen voor wie geen stem heeft (diaconale roeping). Hoe zou je deze roepingen van elkaar kunnen scheiden?
