Waarom quotum en Solidariteitskas bestaan
Een gemeente staat zelden alleen. Classicale ondersteuning, scholing van predikanten, jeugdwerk, diaconaal werk over de grenzen van de eigen gemeente heen: gemeenten dragen dat werk samen, doordat zij bijdragen aan wat ze alleen niet kunnen opbrengen. Quotum en Solidariteitskas zijn de vorm waarin die gezamenlijke bijdrage nu is geregeld.
Deze pagina beschrijft de drie afdrachten die daarbij horen: het kerkrentmeesterlijk quotum en de bijdrage aan de Solidariteitskas voor plaatselijke gemeenten, en het diaconaal quotum voor diaconieën. Ook de aanslag en de betaling via FRIS komen aan bod.
De huidige quotumregeling
De regeling voor het kerkrentmeesterlijk quotum, het diaconaal quotum en de Solidariteitskas die hieronder wordt toegelicht, is de regeling zoals die nu geldt, na het intrekken van de nieuwe regeling van december 2024. Zij is gebaseerd op ordinantie 11 en op de uitvoeringsregeling bij de uniforme quotisatieregelingen en de Solidariteitskas.
Afdrachten quotum en Solidariteitskas
Plaatselijke gemeenten van de Protestantse Kerk betalen jaarlijks een financiële bijdrage aan het bovenplaatselijke werk: het ambtelijke en dienstverlenende werk van de kerk.
De uitvoeringsregeling bij de uniforme quotisatieregelingen en de Solidariteitskas werkt uit hoe deze quotumheffing plaatsvindt. Het gaat om deze aanslagen:
- aan de plaatselijke gemeenten een kerkrentmeesterlijk quotum en een heffing voor de Solidariteitskas (een vast bedrag per belijdend lid);
- aan de diaconieën een diaconaal quotum.
Toelichting kerkrentmeesterlijk quotum
Het kerkrentmeesterlijk quotum betreft 4,35% over de inkomsten van een plaatselijke gemeente uit levend geld (giften, collecten en bijdragen van leden), onroerend goed en overig bezit, met enkele uitzonderingen zoals afdrachtcollecten, inkomsten uit begraafplaatsen en kerkelijke gebouwen, subsidies en legaten of nalatenschappen. Een volledig overzicht van de uitzonderingen staat in de uitvoeringsregeling.
Uit deze inkomsten betaalt de kerk het landelijk werk: classicaal en synodewerk, gemeenteopbouw, begeleiding en (na)scholing van predikanten en kerkelijk werkers, jeugdwerk, het niet-diaconale deel van de oecumene, en ondersteunende activiteiten zoals juridische zaken, financiën en de ondersteuning van gemeenten door het mobiliteitsbureau.
Toelichting diaconaal quotum
Het diaconaal quotum betreft 5,7% over de inkomsten van een diaconie uit levend geld, uit onroerend goed en uit overig bezit van diaconieën, met enkele uitzonderingen. Daarnaast geldt een bijdrage van € 1,35 per belijdend lid.
De inkomsten uit het diaconaal quotum zijn bestemd voor diaconaal kerkenwerk: diaconaal werk op classicaal niveau, de dienst in de samenleving, het diaconale deel van de oecumene, en ondersteunende activiteiten zoals communicatie en fondsenwerving, synodewerk en juridische zaken.
Solidariteitskas en categoriaal pastoraat
Naast het landelijke werk dat rechtstreeks uit het quotum wordt betaald, is er de jaarlijkse afdracht aan de Solidariteitskas. De bijdrage aan de Solidariteitskas bedraagt € 5,- per belijdend lid.
Daarmee ondersteunen gemeenten elkaar: een gemeente die financiële steun nodig heeft voor een vernieuwend plan, kan hieruit subsidie aanvragen.
Uit deze middelen betaalt de kerk ook het categoriaal pastoraat: pastorale zorg door predikanten en kerkelijk werkers met een zending van de Protestantse Kerk, op plekken buiten de gewone gemeente. Het gaat om tien maatschappelijke velden, waaronder zorg, de krijgsmacht, justitie, politie en Schiphol. Ongeveer vijfhonderd predikanten met bijzondere opdracht zijn hierin werkzaam, de meesten in de zorg.
Aanslag en betaling via FRIS
FRIS genereert automatisch een quotumopgave met de relevante gegevens. Zodra de jaarrekening is ingediend in FRIS, gaan deze gegevens naar de quotumadministratie.
In december ontvangen gemeenten en diaconieën bericht over het quotumbedrag. Daarna volgen twee termijnnota's, in het jaar waarop het quotum of de Solidariteitskas betrekking heeft.