Wie zich wil bekwamen in kerkmuziek, kan dat op verschillende niveaus doen. De Protestantse Kerk kent drie bevoegdheidsniveaus voor kerkmusici: I, II en III. Elk niveau hoort bij een ander soort opleiding en een andere rol in de eredienst.
Niveau I en II: professionele kerkmusicus
Voor wie kerkmuziek professioneel wil beoefenen, gelden bevoegdheidsverklaring I of II. Deze worden niet door de Protestantse Kerk zelf verzorgd, maar toegekend op basis van een afgeronde conservatoriumopleiding.
- Bevoegdheid I hoort bij een afgeronde masteropleiding orgel of koordirectie aan het conservatorium, gecombineerd met de studie kerkmuziek.
- Bevoegdheid II hoort bij dezelfde combinatie op bachelorniveau.
Deze opleiding kerkmuziek wordt in Nederland verzorgd door het HKU Utrechts Conservatorium, met een bachelor- en een masteropleiding. Codarts in Rotterdam biedt kerkmuziek als onderdeel van de bachelor orgel, met vakken als cantoraat, liturgiek, hymnologie en gregoriaans naast de orgelstudie.
Na afronding van de opleiding kan de bevoegdheidsverklaring worden aangevraagd bij de Academie van de Protestantse Kerk.
Niveau III: amateur-kerkmusicus
Dit is bedoeld voor organisten, pianisten, cantors en leiders van muziekgroepen die als vrijwilliger of amateur actief zijn in een gemeente.
De Protestantse Kerk biedt hiervoor de Praktijkcursus Amateur Kerkmusicus. Het traject start met een oriëntatiejaar, zonder toelatingseisen. Deelnemers zingen, spelen en verkennen het brede spectrum van het liedrepertoire in de liturgische context, verdeeld over de blokken Zingen, Vieren & variëren en Spelen. Wie na het oriëntatiejaar verder wil, kan in het tweede en derde jaar toewerken naar de derdegraads bevoegdheid als cantor-organist, organist of cantor.
Het oriëntatiejaar bestaat uit dertien lesdagen op zaterdag, verspreid over het cursusjaar. Actuele data, locatie en kosten staan zijn hier te vinden.