Een organist verzorgt het orgelspel in de eredienst: begeleiding van de gemeentezang, voor- en naspel, en soms begeleiding van een cantorij of koor. Binnen de Protestantse Kerk valt de organist onder de bredere term kerkmusicus, waaronder ook de cantor valt.
Snel naar:
- Aanstelling van een organist
- Functieniveau vaststellen
- Vergoeding organist
- Taken en instructie
- Vakantie van de organist met een arbeidsovereenkomst
Aanstelling van een organist
De zorg voor de kerkmuziek berust bij de kerkenraad, met inachtneming van ordinantie 5-6 van de kerkorde en de uitwerking daarvan in generale regeling 9, Kerkmusici. Een organist wordt, bij voorkeur uit de leden van de kerk, benoemd door de kerkenraad, na overleg met het college van kerkrentmeesters (generale regeling 9-10). Het college van kerkrentmeesters regelt vervolgens de contractuele kant van de aanstelling. Voor de te benoemen organist geldt een bevoegdheidsverklaring die aansluit bij het functieniveau van de gemeente; deze wordt namens de kleine synode afgegeven door de dienstenorganisatie (generale regeling 9-7).
Een organist kan op twee manieren worden aangesteld:
- op arbeidsovereenkomst, met een salaris dat wordt berekend via SalBerKerk
- op basis van vrijwilligheid, alleen mogelijk wanneer het functieniveau van de gemeente is vastgesteld op niveau III en de organist zelf schriftelijk heeft aangegeven geen arbeidsovereenkomst te willen (generale regeling 9-9)
Een stappenplan voor de volledige aanstellingsprocedure, van functieniveau tot vacaturetekst en benoemingsprocedure, staat in het stappenplan aanstellen kerkmusicus.
Functieniveau vaststellen
Voordat een organist wordt aangesteld, stelt de kerkenraad het functieniveau van het orgelspel vast. Zij vraagt daarbij advies aan het college van kerkrentmeesters en overlegt met de dienstenorganisatie (generale regeling 9-2). Het functieniveau bepaalt welke bevoegdheidsverklaring een organist nodig heeft en welk salaris daarbij hoort. Generale regeling 9-5 onderscheidt drie functieniveaus voor orgel:
- niveau I: het orgelspel wordt op professionele wijze uitgevoerd, met orgelmuziek van hoge moeilijkheidsgraad; hiertoe kan ook het componeren van eigen muziekstukken behoren, en dit niveau geldt eveneens wanneer tijdens de eredienst een monumentaal orgel wordt bespeeld
- niveau II: het orgelspel wordt op professionele wijze uitgevoerd, met orgelmuziek van gemiddelde moeilijkheidsgraad, waarbij van de organist ook harmoniseren van liedzettingen kan worden gevraagd
- niveau III: het orgelspel wordt op muzikaal juiste wijze uitgevoerd, met orgelmuziek van eenvoudige moeilijkheidsgraad; dit is het niveau waarop een benoeming op vrijwillige basis mogelijk is
Bij het vaststellen van het niveau weegt ook mee of de organist samenwerkt met een koor, cantorij of instrumentele groep die ten minste maandelijks aan de eredienst meewerkt: verzorgt die groep haar bijdrage op hoge moeilijkheidsgraad, dan telt dat mee voor niveau I; op gemiddelde moeilijkheidsgraad, dan telt dat mee voor niveau II. Ook kan de kerkenraad op grond van andere overwegingen van kerkmuzikale aard zelf voor een bepaald niveau kiezen.
Vergoeding organist
De vergoeding van een organist hangt af van de aanstellingsvorm.
Bij een arbeidsovereenkomst is het salaris opgebouwd uit eenheden per deeltaak, zoals het orgelspel per kerkdienst, het leiding geven aan een cantorij of het verzorgen van een trouw- of rouwdienst, vermenigvuldigd met een bedrag per eenheid dat is gekoppeld aan het functieniveau en het aantal dienstjaren (generale regeling 9-14). Voor de berekening van salaris en parttimefactor is het rekenprogramma SalBerKerk beschikbaar.
Bij een aanstelling op vrijwillige basis geldt de onbelaste vrijwilligersvergoeding, met een grens per jaar, per maand en per uur. Voor een eredienst wordt standaard uitgegaan van een vast aantal uren inzet, waarin spelen, voorbereiding en organisatie zijn inbegrepen. De overeenkomst voor deze vrijwillige inzet komt tot stand na overleg met het classicale college voor de behandeling van beheerszaken (generale regeling 9-9). De actuele bedragen en de volledige berekening staan op de pagina Arbeidsvoorwaarden vrijwilligers.
De vergoeding voor een organist mag in geen van beide gevallen dicht in de buurt komen van een marktconforme beloning voor werk dat buiten de aanstelling om wordt verricht. Voor het geven van lessen op het orgel is, in overleg met het college van kerkrentmeesters, geen aparte vergoeding verschuldigd (generale regeling 9-14); voor concerten die niet tot de vaste taken behoren gelden aparte afspraken met het college.
Taken en instructie
De zorg voor de kerkmuziek berust, vanwege het belang daarvan voor de eredienst als geheel, bij de kerkenraad (generale regeling 9-2). Zij houdt daarbij rekening met de bijzondere verantwoordelijkheid van de kerkmusicus voor de kerkmuziek (ordinantie 5-1-4) en met de mogelijkheden die de kerkmusicus heeft om die muziek uit te voeren. Dit beleid wordt vastgelegd in een beleidsplan kerkmuziek, dat deel uitmaakt van de plaatselijke regeling (generale regeling 9-2 en ordinantie 4-8-6).
Naast het beleidsplan en de arbeidsovereenkomst of vrijwilligersovereenkomst ontvangt de organist van het college van kerkrentmeesters een instructie, waarin de opgedragen taken en werkzaamheden worden omschreven (generale regeling 9-13). Daarin staan onder meer het aantal diensten per zondag, de inzet bij bijzondere diensten zoals kerstnacht of stille week, de zorg voor klein onderhoud van het orgel, en het gebruik van het kerkgebouw en het orgel door de organist zelf of door derden.
Voor deze instructie kan gebruik worden gemaakt van SalBerKerk, waarbij voor de vrijwilliger-organist de salarisberekening niet relevant is.
Vakantie van de organist met een arbeidsovereenkomst
Een organist met een arbeidsovereenkomst heeft, zoals elke kerkelijk medewerker, recht op doorbetaalde vakantie. Bij een kerkmusicus wordt die vakantie direct uitbetaald, vanwege het kleine deeltijdpercentage waarin de meeste kerkmusici zijn aangesteld: het bedrag dat SalBerKerk berekent, is zowel de betaling voor de geleverde diensten als de betaling van de vakantie. Wordt in SalBerKerk een bepaald aantal diensten opgevoerd, dan speelt de organist ook daadwerkelijk dat aantal diensten.
Dat laat de vraag open hoe daarmee roostertechnisch wordt omgegaan, aangezien de organist die al uitbetaalde vakantie ook daadwerkelijk moet kunnen opnemen. Volgens de Toelichting op generale regeling 9 heeft de kerkmusicus, met inachtneming van de arbeidsvoorwaardenregeling, recht op ten minste zeven vrije zondagen per jaar. Artikel 14-9 van de regeling houdt in dat de kerkmusicus recht heeft op ten minste vier aaneengesloten weken vakantie, waarbinnen drie van deze vrije zondagen vallen. In de week voorafgaand aan de eerste vrije zondag en de week na de laatste vrije zondag heeft de kerkmusicus geen verplichtingen voor cantorijrepetities of het spelen bij rouw- of trouwdiensten.
Naast de vakantie zelf is er de vakantietoeslag, die gewoonlijk in mei wordt uitbetaald. Ook een organist heeft hier recht op, conform de arbeidsvoorwaardenregeling; dit is een aparte betaling naast de betaling van de vakantie.