Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Bloeiend gemeente-zijn: lessen uit pioniersplekken

De afgelopen tien jaar zijn bijna 150 pioniersplekken binnen de Protestantse Kerk in Nederland gestart. Overal in het land ontstonden nieuwe geloofsgemeenschappen met mensen die eerder niet betrokken waren bij de kerk. Pionieren is meer dan alleen dat. Er wordt ook nagedacht over de langere termijn: hoe houden we het vol, ook organisatorisch en financieel? Dilemma´s waar ook bestaande kerken mee te maken hebben, zeker nu in coronatijd. Zes lessen vanuit de pionierspraktijk.  

Pioniers zijn doorgaans mensen met passie voor hun pioniersplek, gemotiveerd en initiatiefrijk. Een pioniersplek heeft als doel om een nieuwe geloofsgemeenschap te vormen met mensen die niet betrokken zijn bij de kerk. De lessen uit de pioniersbeweging over hoe je een duurzame geloofsgemeenschap wordt en blijft zijn ook bruikbaar voor bestaande kerken. 

Dit artikel beschrijft een zestal factoren die een rol spelen bij het verduurzamen van pioniersplekken. Wat maakt dat pioniersplekken het volhouden en op de lange duur blijven bestaan? En wat kunnen bestaande kerken met gelijksoortige vragen hiervan leren? Dit kan herkenning opleveren en ook als een kritische spiegel functioneren, zowel voor bestaande gemeenten als voor pioniersplekken.

1. Blijven bij de Bron

Het geloof is een belangrijk uitgangspunt voor het functioneren van een pioniersplek. Daar wordt de motivatie en de inspiratie vandaan gehaald om aan de gang te gaan en om het vol te houden. Het is dan ook belangrijk om als pioniersteam dit geloof te blijven voeden en met elkaar te blijven delen; bezinning en geloofsgesprek, stilte en gebed, zingen en vieren, het gezellig maken en samen eten zijn manieren om dit concreet te doen met elkaar. De organisatie van een pioniersplek vraagt aandacht en energie. Het gezamenlijk delen van geloof kan dan snel ondergesneeuwd raken.

In een reguliere (wijk)gemeente kan hetzelfde gebeuren. Er zijn natuurlijk plekken en momenten waar het beleven en het delen van het geloof centraal staan: in en rond kerkdiensten, in Bijbelstudie- gebedskringen en bij openingen van vergaderingen. Toch regeert maar al te vaak de hectiek van het hier en nu en van de volle vergaderagenda’s. Dan is een opening van een vergadering een verplicht nummer dat niet teveel tijd mag kosten. Dan gaat het gesprek na een kerkdienst al snel over het wel en wee van elke dag en valt de schaduw van de nieuwe werkweek al over de zondag.

Maar het geloof is het hart van kerk-zijn en is onontbeerlijk om het vol te houden op de lange termijn. De bron van het geloof geeft kracht en inspiratie om het werk te doen en vol te houden. Je geestelijk fit voelen geeft ook rust; je verbonden weten met God geeft vertrouwen dat je er niet alleen voor staat. Daardoor heb je ook meer veerkracht als het een keer tegenzit.

2. Verbonden met de omgeving

Een belangrijk principe bij pionieren is het zogenaamde ‘luisteren naar de context’, openstaan voor de omgeving, ontdekken wie daar wonen, wat er leeft aan zorgen en mooie dingen en welke vragen er spelen. Zo ontdekt men wie de doelgroep is, wat voor hen belangrijk is en hoe een pioniersplek bij hen aan kan sluiten. Met een duidelijk beeld van de omgeving, is het mogelijk de mensen echt te leren kennen en een verbinding met hen aan te gaan. 

Voor pionierswerk is het essentieel om samen met mensen uit de doelgroep de pioniersplek vorm te geven. De nieuwe community is van en voor de betrokkenen; activiteiten worden samen met hen georganiseerd. Met elkaar ontstaat er betrokkenheid en eigenaarschap. In het kader van toekomstbestendigheid is het dan mooi, als betrokkenen uit de wijk groeien in eigenaarschap, meer verantwoordelijkheden gaan dragen en doorgroeien naar leidinggevende posities.

Ook voor bestaande gemeenten is het van belang te weten wat er leeft en speelt bij de mensen voor wie je kerk wilt zijn. Wanneer je kerk voor de buurt of in het dorp wilt zijn, is het essentieel om jezelf ook in de buurt te begeven en te luisteren naar wat er in de buurt speelt. Zo kun je (nog) meer verbonden raken met je omgeving. Dan ben je in staat om iets te betekenen voor de buurt en kun je waardevolle partnerschappen aangaan in de buurt om deze mooier te maken en iets met hen te delen over de waarde van het evangelie. Wellicht komen er mensen tot geloof of sluiten er mensen zich aan bij de gemeente en raakt op die manier de gemeente meer verworteld in de buurt.

3. Initiatiefrijk en proactief

Ondernemend zijn hoort bij het pionieren. Nieuwe, ongebaande wegen gaan vraagt om avontuurlijk en doortastend te werk te gaan. Het gaat bij ondernemende kwaliteiten over twee zaken. Enerzijds kan een goede ondernemer mensen motiveren om in beweging te komen, anderzijds gaat het over kansen herkennen en deze kansen ook daadwerkelijk grijpen. 

Voor pioniers is het belangrijk dat het team dat in huis heeft. Iemand die de leiding neemt en anderen inspireert en in beweging zet. En met daadkracht nieuwe kansen grijpt. Dit voorkomt stagnatie van motivatie en activiteiten.

Ondernemen is misschien niet het eerste waar je aan denkt bij een kerkelijke gemeente. Het hart van de geloofsgemeenschap is toch de dienst aan God en de lofzang gaande houden. En om zich uit te strekken naar de wereld. Die beweging naar anderen toe is wel degelijk gebaat bij ondernemende kwaliteiten. Je hebt daarvoor mensen nodig die kansen zien en dingen in beweging zetten, anders blijft de gemeente alleen op zichzelf gefocust. Denk bij ondernemen ook aan het creatief zoeken naar financieringsmodellen, het anders organiseren van het gebruik van het gebouw, of nadenken over hoe je anders kunt vieren in coronatijd.

Het mooiste is het als het ondernemen financieel iets oplevert (of quitte draait). Het kan ook een mooie toegevoegde waarde hebben in de samenleving. Neveneffect hiervan is dat je zichtbaar bent en dat je als kerkplek op deze manier positief bekend komt te staan in de maatschappij. 

4. Financieel gezond

Nadenken over de financiën is onontbeerlijk voor de duurzaamheid van de pioniersplek op de lange termijn. Aan het begin van de pioniersfase wordt expliciet aandacht gegeven aan de vraag hoe de pioniersplek ook in de toekomst bekostigd kan worden. 

Financiën verwerven kan bijvoorbeeld door deelnemers een bijdrage voor activiteiten in de pioniersplek te vragen. Of door een kleine onderneming op te zetten, die verbonden is met de pioniersplek. Een andere mogelijkheid is om de personeelskosten voor de pioniersplek zoveel mogelijk te drukken. Werken met alleen vrijwilligers, of met mensen die pionieren naast een betaalde baan, maakt het makkelijker om op den duur financieel zelfstandig te kunnen zijn. Soms wil de burgerlijke gemeente ook betalen voor diensten die de pioniersplek verricht op maatschappelijk gebied. Dit zijn een paar manieren om financieel bestendig te worden. Maar het is en blijft een zoektocht om dit goed te organiseren.

Ook een bestaande gemeente moet de tering naar de nering zetten. Hoe houd je inkomsten en uitgaven in balans? Zijn er aansprekende activiteiten waar je extra inkomsten voor kunt genereren? Kun je besparen door dingen anders, duurzamer te organiseren? Wil de overheid misschien maatschappelijk relevante activiteiten subsidiëren? Kan een aparte stichting helpen bij de exploitatie van het kerkgebouw? Kun je buurt- of dorpsgenoten enthousiasmeren, om een bijdrage te leveren aan de kerk, hetzij financieel, hetzij met vrijwillige handen?

Een heldere en prikkelende visie helpt ook om financiële ruimte te creëren. Een aansprekende richting voor de toekomst van de gemeente draagt bij aan het maken van verantwoorde keuzes met je geld. Beheren wat je hebt en zorgen dat je niet in de rode cijfers schiet is belangrijk. Maar de grotere vraag, met het oog op de toekomst, is ‘Hoe kunnen we ons geld verantwoord inzetten voor de gemeente en - breder bezien - in dienst van Gods Koninkrijk?’

Voor pioniersplekken is een twaalftal manieren ontwikkeld om het pionieren te financieren. Daarbij gaat het over manieren om eigen inkomsten genereren, om weinig kosten maken, om externe financiering te zoeken of om samen te werken met anderen. Ook voor de bestaande gemeente is het interessant om deze eens te bekijken om te zien waar wellicht nog mogelijkheden liggen.  

5. Leidinggeven doe je samen

Bij pioniersplekken valt het op dat er doorgaans één enthousiaste trekker is in het team die visie heeft voor de pioniersplek, en dat hij of zij een team om zich heen verzamelt van mensen die mee willen bouwen. 

Bijbelse noties uit Marcus 10 en Romeinen 12 laten zien dat een leider iemand is die dient, verantwoordelijkheid neemt, voorop loopt en richting wijst. De voortrekker is dus iemand die inspireert en ondersteunt en dat samen met anderen doet. Samen met een groepje mensen die met elkaar de schouders eronder zetten. Deze talenten van verschillende mensen zijn nodig om de uiteenlopende aspecten van een pioniersplek goed uit te kunnen voeren, zoals inhoudelijke visie, vertaling naar praktische activiteiten, netwerken met omgeving en deelnemers, financiën en communicatie. Zo wordt de verantwoordelijkheid samen gedragen. Valt er iemand weg, of vertrekt de pionier, dan is er wel continuïteit.

De parallel met de gemeente is evident. Een kerkelijk werker of een predikant heeft een leidinggevende rol en de kerkenraad als geheel draagt de verantwoordelijkheid voor het leven en werken van gemeente. De voorganger is ook voorbijganger; visie en beleid kunnen dus niet (alleen) op de voorganger leunen, maar worden geborgd door de kerkenraad. Gaven van gemeenteleden worden ingezet en benut om de diverse onderdelen van gemeente-zijn goed vorm te kunnen geven. 

Ook hier kunnen lessen uit de pioniersbeweging en het bredere veld van teamsamenwerking nuttig zijn. Denk aan de volgende aspecten. Onderling vertrouwen vormt de basis om met elkaar samen te werken als team. Belangrijke en duurzame relaties hebben constructieve conflicten nodig om te kunnen floreren: goede, hartstochtelijke discussies om de best mogelijke oplossing te vinden. Goede discussies, waarbij iedereen z’n zegje heeft kunnen doen, dragen bij aan betrokkenheid. Als alle argumenten gehoord zijn, biedt dat ruimte om een beslissing te nemen, zelfs als dat besluit ingaat tegen wat één van de teamleden voor ogen had. Elkaar durven aanspreken op prestaties of gedragingen die het team of de missie kunnen schaden komt doorgaans de kwaliteit van de onderlinge relaties ten goede. De focus op een gezamenlijke missie zorgt ervoor dat teamleden in staat zijn om hun eigen doelstellingen ondergeschikt te maken aan het teambelang.

Zo wordt de continuïteit in visie en richting geborgd en ben je niet afhankelijk van één visionaire leider.

6. Verbonden met elkaar

Voor een pioniersplek is het belangrijk dat er steun en zegen is van een protestantse gemeente. Deze positieve betrokkenheid zorgt voor een onderlinge verbinding tussen de pioniergemeenschap en de bestaande (wijk)gemeente. Pionieren is weerbarstig en kan soms eenzaam zijn. Steun in de rug vanuit de kerkenraad helpt. Dat kan vorm krijgen tijdens een kerkdienst, waarin het startende pioniersteam gezegend wordt. Ook gebed voor elkaar in de jaren die volgen is hierbij bemoedigend.

Daarnaast is het voor de onderlinge verbondenheid belangrijk om elkaar met enige regelmaat te ontmoeten en te informeren over het wederzijdse reilen en zeilen. Zodoende kan er ook van elkaar geleerd worden. 

Voor een reguliere gemeente is het net zo goed mooi en bemoedigend om betrokken te zijn op andere gemeenten. De ontmoeting van gemeenten in classis-verband raakt wat op de achtergrond bij de huidige schaalvergroting van de classes. In een wat grotere protestantse gemeente ontmoeten ambtsdragers elkaar in diverse gremia; het zou mooi zijn als meer dan alleen zakelijk is, maar ook over geloofsverbondenheid kan gaan (ook al zijn er verschillen in identiteit en geloofsbeleving). Een - vaak oecumenische - plaatselijke Raad van Kerken kan hiervoor ook een goed platform zijn. Het waardevolle van dergelijke ontmoetingen kan zijn dat er met elkaar meegeleefd en voor elkaar gebeden wordt. Het kan ook over praktische zaken gaan waarbij de ene geloofsgemeenschap de andere helpt en er wederzijds van elkaar geleerd wordt.

Samen toekomstbestendig

De lessen uit de pioniersbeweging kunnen dus helpend zijn voor bestaande kerken. En ervaringen in reguliere geloofsgemeenschappen kunnen dienstbaar zijn aan vernieuwende missionaire initiatieven. De verschillende kleuren van dat mozaïek, de verschillende vormen van kerk-zijn, horen bij elkaar en hebben elkaar ook nodig om met elkaar dat kleurrijke beeld van een bloeiende kerk te kunnen vormen. We leven uit dezelfde bron en kennen - ieder met eigen accenten - dezelfde vraagstukken over de toekomst van onze kerkplekken.

Verder lezen

  • Website lerenpionieren.nl met inspiratie, tips, praktijkverhalen en achtergrondinformatie
  • Onderzoek Op hoop van zegen, ontwikkelingen, geleerde lessen en uitdagingen na acht jaar pionieren (2017)
  • Onderzoek Tussenstand pionieren, de impact van pionieren op sociale verbondenheid en geloofsontwikkeling (2020)

Lees ook:

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)