Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
infopagina

Register, ambt of bediening

Word je aangesteld als kerkelijk werker? Dan doorloop je twee stappen: inschrijving in het register kerkelijk werkers en vervolgens bevestiging in het ambt of het in de bediening stellen. Deze pagina legt uit wat elke stap inhoudt, hoe de inschrijvingsprocedure verloopt en wanneer welke route geldt.

Om kerkelijk werker te worden, schrijf je je na je opleiding in bij het register kerkelijk werkers. Afhankelijk van je aanstelling word je daarna bevestigd in het ambt van ouderling of diaken, of in de bediening gesteld. De rest van deze pagina werkt dat stap voor stap uit.

Snel naar:

Voorwaarden om kerkelijk werker te worden

De aanstelling tot kerkelijk werker is voorbehouden aan kerkelijk werkers die de hbo-opleiding Theologie of Godsdienst-Pastoraal Werk (GPW) hebben behaald aan een door de Protestantse Kerk erkende instelling, inclusief de module Kerk in uitvoering. Daarnaast ben je belijdend lid van de Protestantse Kerk in Nederland en sta je ingeschreven in het kerkelijk register.

Inschrijving in het register kerkelijk werkers

Inschrijving in het register is noodzakelijk om een bevoegdheidsverklaring te ontvangen. Daarmee ben je benoembaar als kerkelijk werker in een gemeente of bij een instelling. De procedure kent de volgende stappen.

Aanvraag tot registratie

Tijdens je hbo-opleiding theologie volg je de minor Kerk in Uitvoering. Na afronding van de opleiding, inclusief deze module, meld je je aan bij het synodesecretariaat (synodesecretariaat@protestantsekerk.nl) met het oog op inschrijving in het register kerkelijk werkers. Het secretariaat vraagt je om aanvullende gegevens en bijlagen, zodat een dossier kan worden aangelegd.

Toetsing van je dossier

Het secretariaat stelt vast of het dossier voldoet aan de eisen van de synode. Voldoet het dossier en roept de referentie geen vragen op? Dan word je geplaatst op het zittingsrooster van een commissie voor de inschrijving.

Zittingen van de commissie

Meerdere keren per jaar, behalve in juli en augustus, wordt een zitting georganiseerd. De registerzittingen vinden plaats in Nieuwerkerk aan den IJssel.

Samenstelling van de commissie

Een commissie voor de inschrijving bestaat uit twee leden die namens de kleine synode het gesprek met je voeren. Zij zijn aangezocht vanwege hun brede ervaring en kennis van de Protestantse Kerk, op landelijk en plaatselijk niveau. Meestal komen zij uit de regio van de zittingsplaats en maken zij ook deel uit van de visitatiecommissie.

Organisatie rond de zitting

Voorafgaand aan de zitting ontvang je, net als de commissieleden, deze informatie en het rooster. Voor elk gesprek is 45 tot 60 minuten uitgetrokken. Na het gesprek volgt kort intern beraad van de commissie, waarna de verklaring van inschrijving kan worden uitgereikt. Elk commissielid ontvangt voorafgaand aan het gesprek je dossier.

Het gesprek

In artikel 4 van de Generale Regeling voor kerkelijk werkers is vastgelegd wat er rond de inschrijving in het register moet gebeuren. De commissie onderzoekt in het gesprek je motivatie en geschiktheid om als kerkelijk werker werkzaam te zijn, en je vertrouwdheid met het leven en het belijden van de kerk.

Motivatie

Je verwoordt je motivatie en plannen voor beroepshalve werken in de kerk. De thema's geschiktheid en vertrouwdheid met het leven en het belijden van de kerk leveren vaak meer gespreksstof op.

Geschiktheid

Je hbo-diploma is een belangrijk gegeven: de opleiding verklaart dat je voldoende competenties hebt verworven voor het werkveld. De referentie vanuit de gemeente heeft met betrekking tot geschiktheid daarom een aanvullend karakter. Roept een referentie vragen op? Dan kan het secretariaat navraag doen bij jou en bij de referent. De uitkomst wordt, met jouw medeweten, waar nodig doorgegeven aan de commissieleden.

Tijdens het gesprek komen ook thema's als omgaan met pluriformiteit en met mensen met een andere geloofsopvatting aan bod. Bij uitzondering besluit de commissie dat een vervolggesprek nodig is; dat overlegt zij ter plekke met je en draagt zij vervolgens over aan het secretariaat.

Vertrouwdheid met het leven en het belijden van de kerk

Vertrouwdheid met het leven van de kerk is voor de meeste kandidaten en commissieleden goed voorstelbaar. Vertrouwdheid met het belijden van de kerk vraagt om twee dingen: kennis en vertrouwdheid.

Een basale kennis van de belijdenisgeschriften van de Protestantse Kerk wordt verondersteld. Je verwerft die door bestudering van de geschriften en hun geschiedenis, onder meer via de boeken uit de zogenoemde kerkelijke module. Deze module maakt sinds de jaren negentig deel uit van de opleidingsroute tot kerkelijk werker aan de kerkelijk erkende hbo-opleidingen theologie.

Daarnaast wordt vertrouwdheid met het belijden verwacht, ook al is dat voor velen in de kerk niet meer vanzelfsprekend, en zeker niet ten aanzien van alle belijdenisgeschriften. Dat laat zich ook moeilijk in één gesprek aanleren. Wat van je verwacht wordt: dat je in de ontmoeting met mensen voor wie de belijdenisgeschriften veel betekenen of betekend hebben, weet hebt van hun belangrijke plaats in de kerk en hun thema's, en dat je op dat punt een geïnformeerd gesprekspartner bent. Niet alleen tijdens het gesprek met de commissie, maar vooral ook in je werk in de kerk.

Verklaring van inschrijving

Na het gesprek volgt kort intern beraad. Zijn er geen bezwaren? Dan wordt de verklaring van inschrijving door de commissieleden mede ondertekend en aan je uitgereikt. Na ontvangst van het verslagformulier regelt het secretariaat de formele landelijke registratie in het register van bevoegde kerkelijk werkers en de archivering van je gegevens.

Als de commissie bezwaren heeft

Dit komt zelden voor. Blijken er op grond van het gesprek bezwaren te bestaan tegen je inschrijving? Dan deelt de commissie dit je mondeling mee, met een korte opgaaf van redenen. In een brief die daarop volgt, worden de bezwaren nogmaals genoemd en toegelicht. Je krijgt de mogelijkheid voor een tweede gesprek met een andere commissie, die daarvoor speciaal bijeenkomt. Komt ook deze commissie tot de conclusie dat inschrijving niet wenselijk is? Dan krijg je dat schriftelijk gemeld, met opgaaf van redenen. Of beroep tegen zo'n besluit mogelijk en wenselijk is, wordt nog nagegaan.

Bevestiging in het ambt

Je wordt bevestigd in het ambt van ouderling of diaken met een bepaalde opdracht, voor de duur van je aanstelling, als je:

  • werkzaam bent op de taakvelden pastoraat, gemeenteopbouw, geestelijke vorming, missionair of diaconaal werk;
  • een aanstelling hebt van minimaal 12 uur per week gedurende minimaal 1 jaar.

De bevestiging in het ambt is geregeld in ord. 3-12 van de kerkorde. De Werkgroep Eredienst heeft, met medewerking van de Vereniging Kerkelijk Werkers, twee orden van dienst opgesteld: voor de bevestiging van de ouderling-kerkelijk werker en voor die van de diaken-kerkelijk werker. Het zijn ontwerpteksten, vrijgegeven voor beproeving in de praktijk.

Met deze bevestiging maak je deel uit van de leiding van de plaatselijke gemeente, voor de duur van de aanstelling.

Bevestiging ouderling-kerkelijk werkerFormulier voor de bevestiging van een ouderling-kerkelijk werker

Uitzondering: in de bediening stellen

Soms wordt een kerkelijk werker niet tot ouderling of diaken verkozen. Zwaarwegende redenen daarvoor zijn:

  • bezwaren tegen de vrouw in het ambt, waardoor de betrokkene het ambt zelf niet kan aanvaarden;
  • eenzelfde overtuiging bij de gemeente.

Ook bij een aanstelling van beperkte omvang geldt de bediening in plaats van het ambt: bij minder dan 12 uur per week of een aanstelling voor 1 jaar of korter zou het deel uitmaken van de kerkenraad een onevenredig deel van de werktijd vergen.

In beide gevallen wordt de kerkelijk werker in de bediening gesteld in plaats van bevestigd in het ambt.

Rol binnen de kerkenraad

Ambtsdrager-kerkelijk werker of kerkelijk werker in de bediening: de verantwoordelijkheid voor het toevertrouwde werk is gelijk. Alleen de rol in en tegenover de kerkenraad verschilt.

De kerkenraad stelt vóór de benoeming vast wat de taak van de kerkelijk werker is en is in die zin opdrachtgever. Binnen de kerkenraad werk je op gelijke voet samen. De werkgeversrol ligt bij het college van kerkrentmeesters, respectievelijk het college van diakenen.

Een kerkelijk werker kan niet bevestigd worden als ouderling-kerkrentmeester en is dus geen lid van het college van kerkrentmeesters. Ben je bevestigd als diaken in een gemeente die niet in wijkgemeenten is ingedeeld? Dan ben je wel lid van het college van diakenen.

En dan nog dit...

  • Benoeming en verkiezing van de kerkelijk werker vormen samen één besluit, maar betreffen verschillende zaken: de benoeming (en aanstelling) betreft de arbeidsrechtelijke kant, de verkiezing de ambtelijke kant.
  • Werk je in meer dan één gemeente? Dan kun je ook in meer dan één gemeente een ambt bekleden of in de bediening staan.
  • De ouderling-kerkelijk werker of de diaken-kerkelijk werker kan worden afgevaardigd naar de classis en de synode.
  • Kerkelijk werkers vallen onder de regeling permanente educatie.