Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
infopagina

Begroting en jaarrekening

Een gemeente legt verantwoording af over haar financiële beheer aan de eigen leden. Gemeenten zijn zelfstandige rechtspersonen en beheren hun eigen vermogen, zoals de kerkorde bepaalt. Een goed financieel beheer houdt de gemeente toekomstbestendig: het maakt duidelijk wat er kan, en geeft gemeenteleden zicht op waar hun bijdragen aan besteed worden.

Dat beheer heeft ook een fiscale kant. Gemeenten en diaconieën vallen onder de ANBI-status van de Protestantse Kerk en hebben daardoor een publicatieplicht; meer hierover staat op de pagina ANBI-status.

De kerkenraad dient begroting en jaarrekening in via het Financieel Rapportage en Informatiesysteem (FRIS).

Op deze pagina:

Verantwoordelijkheden van de kerkenraad

Vanuit het beleidsplan van de gemeente stelt de kerkenraad de financiële kaders vast. De kerkenraad bewaakt de financiële gezondheid van gemeente en diaconie, legt daarover verantwoording af aan de gemeenteleden en zorgt dat de gemeente voldoet aan de ANBI-verplichtingen, waaronder tijdige publicatie.

De kerkenraad legt de begroting en de jaarrekening ter inzage aan gemeenteleden en biedt hen de gelegenheid hun mening kenbaar te maken. Zij informeert gemeenteleden regelmatig, rapporteert transparant over de financiële positie, licht financiële keuzes en prioriteiten toe en gaat in gesprek over zorgen die gemeenteleden daarover hebben.

Begroting

Een begroting is het financiële plan voor het komende jaar. De verwachte inkomsten, zoals vrijwillige bijdragen, collecten en verhuur, worden hierin afgezet tegen de verwachte uitgaven aan personeel, gebouwen en activiteiten. De begroting is het sturingsinstrument van de kerkenraad voor het komende jaar. De kerkenraad deelt inkomsten en uitgaven in volgens het Rekeningschema 2025, onderdeel van de Richtlijn Begroting en jaarverslaggeving Protestantse Kerk in Nederland.

Stap Richttermijn Toelichting
Voorbereiding September–oktober De kerkenraad evalueert de lopende begroting, bespreekt de prioriteiten voor het komende jaar en overlegt met werkgroepen en commissies over hun behoeften.
Conceptbegroting November Het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen dienen vóór 1 november hun ontwerpbegroting en ontwerpcollecterooster in bij de kerkenraad. Bij wijzigingswensen overlegt de kerkenraad eerst met het betrokken college; blijft overeenstemming uit, dan bemiddelt het Classicale College voor de Behandeling van Beheerszaken (CCBB).
Inzage en vaststelling December De kerkenraad publiceert de begroting in samenvatting en legt haar een week lang in geheel ter inzage voor gemeenteleden. Zij kunnen hun mening kenbaar maken op de manier en binnen de termijn die de kerkenraad vaststelt. Vóór 15 december stelt de kerkenraad de begroting en het collecterooster definitief vast en dient ze in bij het CCBB.
Uitvoering en bijstelling Het jaar daarop De penningmeester rapporteert regelmatig aan de kerkenraad. Rond mei en juni evalueert de kerkenraad de eerste jaarhelft en stelt de begroting zo nodig bij; bij tussentijdse wijzigingen is in bepaalde situaties overleg met het CCBB nodig.

Totaal: circa vier maanden tot de vaststelling in december, gevolgd door doorlopende uitvoering en bijstelling in het jaar erop.

Jaarrekening

Een jaarrekening is de verantwoording over het afgelopen jaar. Ze toont de werkelijke baten en lasten, afgezet tegen de begroting, en de financiële positie van de gemeente aan het einde van het boekjaar. De vaststelling van de jaarrekening is tegelijk de goedkeuring van het financiële beheer door de kerkrentmeesters en diakenen.

Stap Richttermijn Toelichting
Opstelling Januari–maart Het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen leggen vóór 1 mei hun ontwerpjaarrekening voor aan de kerkenraad. De accountantscontrole of kascommissiecontrole wordt voorbereid.
Controle, inzage en vaststelling April–mei De controle van de financiële administratie krijgt een omvang die past bij de controlecategorie van de gemeente of diaconie. De kerkenraad publiceert de jaarrekening en legt haar een week lang ter inzage voor gemeenteleden. Zij kunnen hun mening kenbaar maken op de manier en binnen de termijn die de kerkenraad vaststelt. De kerkenraad stelt de jaarrekening vast en keurt daarmee het gevoerde beheer van kerkrentmeesters en diakenen goed, tenzij zij een voorbehoud maakt.
Afronding Juni Vóór 15 juni dient de kerkenraad de jaarrekening in bij het CCBB, met het controlerapport dat standaard onderdeel is van FRIS. De kerkenraad archiveert de relevante stukken en evalueert het financiële proces op verbeterpunten.

Totaal: circa zes maanden, van januari tot en met juni.

Zodra de jaarrekening in FRIS is ingediend, berekent het systeem de heffingsgrondslag voor het quotum: de jaarlijkse bijdrage van gemeenten en diaconieën aan het landelijke werk van de kerk. Wat quotum inhoudt en waar de opbrengsten aan besteed worden, staat op de pagina Afdracht & Quotum.

Controle van de jaarrekening

De diepgang van de controle hangt af van het financiële risicoprofiel van de gemeente of diaconie. FRIS bepaalt op basis daarvan een controlecategorie: micro, klein, middelgroot of groot. Bij micro, klein en middelgroot voeren twee financieel deskundigen de controle uit, eventueel uitbesteed aan een accountant-administratieconsulent of registeraccountant; bij de categorie groot is controle door een accountant verplicht. Om te voorkomen dat de controlecategorie jaarlijks wisselt, geldt een vastgestelde categorie minimaal twee boekjaren voordat een wijziging kan ingaan.

Coulance bij herwaardering van vastgoed

Komt een gemeente of diaconie vooral door herwaardering van onroerende zaken, een gestegen boekwaarde of een incidentele bate bij verkoop van vastgoed in een hogere controlecategorie terecht, dan kan het CCBB op grond van aanwijzing GCBB 2026-004 coulance verlenen voor de zwaardere controle die daaruit volgt. Voorwaarde is dat het CCBB de financiële risico's als beheersbaar beoordeelt en dat de controlecommissie van de gemeente of diaconie aantoonbaar over financiële deskundigheid beschikt die vergelijkbaar is met die van een accountant.

De coulance geldt voor maximaal twee boekjaren, waarin de gemeente zich voorbereidt op de reguliere controleverplichting. Het Generaal College voor de Behandeling van Beheerszaken (GCBB) ontvangt hiervan melding: het CCBB legt de coulance schriftelijk vast en meldt dit aan het GCBB. Deze aanwijzing geldt in afwachting van een herziening van de Richtlijn controlecategorieën.

Risicoclassificatie

Na indiening beoordeelt het CCBB de financiële positie aan de hand van een risicostatus, van A (geen of zeer laag risico) tot D (zeer hoog risico), zoals beschreven in de Richtlijn classificatie voor de beoordeling van begrotingen en jaarrekeningen. Het CCBB bepaalt dit risico op basis van de vrije buffer in verhouding tot de jaarlasten.

Bij status A of B onderneemt het CCBB in beginsel geen actie, al kan het bij status B een meerjarenraming adviseren. Bij status C gaat het CCBB in overleg met de gemeente of diaconie. Bij status D volgt verscherpt toezicht.