Leiderschap beïnvloedt de mate waarin mensen zich thuis voelen in de gemeenschap. Annemarie Foppen, docent godsdienstpsychologie aan de Vrije Universiteit, promoveert dit jaar op een onderzoek naar leiderschap in religieuze gemeenschappen. “Goed leiderschap is leiderschap dat past bij wat de gemeente nodig heeft en verlangt.”
Verwacht in het proefschrift geen handig rijtje kwaliteiten voor de ideale religieuze leider, want zo eenvoudig ligt het gelukkig niet. Foppen: “Leiderschap ontstaat en groeit in de dynamiek van de relatie tussen voorganger en gemeente. Goed leiderschap is leiderschap dat past bij wat de gemeente nodig heeft en verlangt. Op weg naar een groter doel vullen gemeente en voorganger elkaar aan. De gemeenschap is van groot belang bij de vorm en inhoud van leiderschap.”
Waarom wilt u op dit thema promoveren?
“Ik schreef mijn bachelorscriptie aan de VU, bij Joke van Saane en Stefan Paas, met als onderwerp de persoonlijkheidskenmerken van kerkplanters. Dat zijn voorgangers op pioniersplekken, in Nederland en Europa, in kerken jonger dan vijf jaar. Wij wilden weten of hun persoonlijkheid iets zegt over hoe goed een leider bij de context van een jonge gemeente past. Dat bleek zo te zijn. Kerkplanters bleken een ander profiel te hebben dan een ‘gewone’ predikant: meer ondernemend, pro-actief, initiatiefrijk. Dat prikkelde de vraag naar leiderschap en de invloed van leiders op religieuze gemeenschappen. Wij waren alle drie enthousiast om hier verder onderzoek naar te doen. Resultaat is dit breder opgezette promotieonderzoek, waar ik de afgelopen jaren aan werkte.”
Leiderschap en kerk is geen gemakkelijke combinatie.
“Rond de term leiderschap hangen negatieve kenmerken van macht, dominantie, mensen die uit zijn op invloed en geld. Bijbelse beelden van leiderschap hebben deze kenmerken juist niet. In de kerk zien we liever de herder, de dienaar. Voorgangers noemen zich liever begeleider dan leider. Dat merkte ik in mijn onderzoek: velen zeiden zichzelf niet als leider van de gemeente te zien. Voor mij is leiderschap een veelgebruikt en neutraal begrip in de literatuur, maar er blijkt een belevingswereld aan vast te zitten. In dit sociaal-wetenschappelijk onderzoek blijf ik weg van deze negatieve associaties.”
Hoe pakte u het aan?
“Voor een deel van mijn onderzoek gebruikte ik gegevens van Nieuw Kerkelijk Peil, dat gemeenten helpt om na te denken over hun kernkwaliteiten. Zij brengen in beeld wat goed gaat, waar mensen tevreden over zijn en waar ruimte is voor ontwikkeling.
Hun vragenlijsten zijn gericht op gemeenteleden. Hoe vaak kom je in de kerk, hoe groot is je betrokkenheid, inspireert het leiderschap, groei je in je geloof, inspireren de kerkdiensten, voel je je thuis? Aan predikanten van de kerken die daaraan meededen vroeg ik een eigen vragenlijst in te vullen. De gegevens die deze twee stromen opleverden, legde ik bij elkaar. Daarnaast maakte ik een overzicht van welke criteria de academische literatuur gebruikt om leiderschap in kaart te brengen en effectiviteit te meten. Daarin wordt veel gebruikgemaakt van groeicijfers: het aantal mensen dat naar de kerk komt. Effectieve leiders worden zo: voorgangers die volle kerken trekken. Maar dat is niet de hele werkelijkheid.”
Wat is effectief religieus leiderschap?
“Mijn voorzichtige conclusie gaat over het belang van de sociale en relationele rol van de leider. Leiderschap beïnvloedt vooral de mate waarin mensen zich thuis voelen in de gemeenschap en positief geïnspireerd worden tijdens de kerkdienst. De leider gebruikt zogenaamde ‘soft skills’, zachte vaardigheden: mensen verbinden, bekrachtigen en inspireren. Daarmee ontstaat een klimaat waarin mensen zich thuis en op hun plek voelen. Dat zorgt dat ze meer betrokken raken en vaker naar de kerk komen.”
Hoe ingewikkeld is leiderschap in een geloofsgemeenschap van gelijkwaardigheid?
“Soms schuift het ideaal voor de werkelijkheid. Een veelgebruikt begrip is ‘dienend leiderschap’. Dat klinkt mooi, maar je moet je er niet achter verschuilen. Ook in de kerk bestaan leiderschapsdynamieken en -processen. Zodra je zegt dat die er niet zijn of niet behoren te zijn, bestaat het gevaar dat je het niet herkent en niet goed kunt hanteren. Realiseer je dat een voorganger die elke week op het podium staat wel degelijk invloed en uitwerking heeft op de gemeente.”
Worden kerken goed geleid?
“Dat verschilt, leiderschap is dynamisch en complex. Ik geef geen rijtje van vijf ideale kenmerken voor een leider. Mijn onderzoek toont aan dat het draait om interactie. Een gemeente zoekt een predikant die bij de gemeente past, en andersom. Die stabiliteit brengt of juist helpt een stap verder te zetten. Een leider moet passen bij wat de gemeenschap nodig heeft. Een leider wordt op zijn of haar beurt beïnvloed door de gemeenschap. Een deel van mijn onderzoek gaat over de organisatiecultuur, de onderliggende waarden en overtuigingen die men deelt. De meeste kerken kunnen worden gedefinieerd als een clancultuur, gekenmerkt door interpersoonlijke relaties en samenwerking, een soort familie. Voor veel mensen heeft de kerk een grote sociale functie. Dat bleek ook uit het laatste onderzoek ‘God in Nederland’. In de clanorganisatie is de leider een mentor, mensgericht, facilitator, vooral naar binnen gericht op de organisatie zelf, minder concurrerend met mensen daarbuiten. Op pioniersplekken gaat het om innovatie, waardoor het beeld kan ontstaan dat de nieuwe leider, in onze tijd, meer innovatief en ondernemend moet zijn, meer gericht op buiten dan op binnen. Ons onderzoek toont aan dat het gros van de gemeenten belang hecht aan de sociale functie van de leider.”
Hoe bent u kerkelijk betrokken?
“Ik ben lid van de Nieuwe Kerk in Utrecht, een bruisende, protestantse gemeente die vanwege groei van het aantal leden binnenkort een derde predikant beroept en een derde kerkgebouw betrekt. Dat trekt mensen aan, die willen weten wat wij goed doen. Dat vind ik moeilijk, omdat ik ook hart heb voor de kerken waar het minder goed gaat. Hebben we deze groei aan onszelf te denken of vallen bepaalde ontwikkelingen mooi samen? Wat leiderschap betreft: onze voorgangers zoeken serieus en oprecht hoe we samen kerk kunnen zijn. Zij luisteren goed naar de nieuwe generatie en komen tegemoet aan nieuwe ideeën en wensen. De predikanten hebben hart voor de gemeente en delen het leiderschap onderling en met de gemeente.”
Hoe kan een lokale gemeente leiderschap aan de orde stellen?
“Houd een brede blik. Kijk niet alleen naar de leider als persoon om een beeld te krijgen van leiderschap. Kijk ook naar individuele gemeenteleden en de gemeente als geheel. In mijn onderzoek noem ik verschillende criteria om leiderschap in religieuze gemeenschappen te evalueren. De leider: het karakter, de vaardigheden en competenties, zijn of haar welbevinden, hoe lang iemand in een gemeente blijft. De gemeenteleden: de mate van betrokkenheid en tevredenheid onder de gemeenteleden, het geefgedrag. De organisatie: de mate van getalsmatige en spirituele groei, het halen van de afgesproken missie en doelen, het aantal nieuwe dopelingen.
Het bespreken van de missie en doelen en hoe het leiderschap daaraan bijdraagt, kan een goede eerste stap zijn. Nieuw Kerkelijk Peil helpt gemeenten daarbij, door een brede peiling onder de leden. Daarmee ontstaat een breder beeld dan een beperkte focus op groei of de financiële situatie.”
Kun je erop vertrouwen dat God de gemeente leidt?
“Dat is voor mij lastig te onderzoeken. Voor veel gemeenteleden en predikanten is dit vertrouwen een inspiratiebron om hun werk te doen. Geloof is een invalshoek om de data die ik verzamelde te interpreteren. Kijk, ik kan wel een lijstje met criteria maken, maar jouw waarden, overtuiging, geloof zullen bepalen wat je belangrijk vindt voor jouw kerk en het leiderschap. Een normatief lijstje dat voor elke kerk geldt, bestaat niet. Wie getalsmatige groei belangrijk vindt, kan er alles op inzetten, ook het type en de stijl van het leiderschap. Dat geldt net zo sterk voor gemeenten die andere accenten willen leggen. Bijvoorbeeld: berusten in het feit dat de gemeente een hoge gemiddelde leeftijd heeft en het samen goed heeft.”
Is de Bijbel een inspiratiebron om leiderschap vorm te geven?
“Hoe de Bijbel hierover schrijft is voor kerken uiteraard een maatgevend uitgangspunt. Tegelijk verschilt de uitleg van Bijbelse noties per traditie. In mijn onderzoek zeg ik bewust niet hoe leiderschap er volgens de Bijbel uit zou moeten zien. Neem Paulus en zijn raad aan de eerste gemeenten als voorbeeld. Zijn woorden gelden in een bepaalde tijd en context. Wat zegt dat voor nu? Daar gingen zoveel vertaalslagen en processen overheen, dat beantwoording van die vraag voor mijn onderzoek een stap te ver was.”
Ik spreek gemeenten die jarenlang vacant zijn en dat beschouwen als een kansrijke, vruchtbare periode.
“Daaruit blijkt dat leiderschap dynamisch is en niet noodzakelijk afhankelijk van één persoon. Een hechte groep mensen die er vanuit een visie de schouders onder zet en anderen in beweging brengt, heeft die ene persoon niet per se nodig als formele leider. Maar er kan in een gemeenschap ook een gat ontstaan als er één sterke centrale leider wegvalt. Een voorganger kan mensen in de gemeenschap in hun kracht zetten. Hij of zij hoeft niet alles zelf te doen en kan anderen in beweging zetten, stimuleren om zich te verbinden, taken op zich te nemen, hun kwaliteiten in te zetten voor de kerk. De grote leiders waar we aan denken zijn vaak het lastigst om op te volgen. Bij sterk charismatische en aanwezige leiders is opvolging vaak een probleem. Hoe het in de gemeente gaat, hangt sterk af van die persoon. Dat moet je als organisatie ten eerste onderkennen en ten tweede vermijden. Je wilt niet zo sterk afhankelijk zijn van één persoon.”
Fotograaf: Sandra Haverman