Op deze website gebruiken we cookies om de website te analyseren en te verbeteren. Accepteer de aanvullende cookies om video's te kunnen kijken en ons te helpen bij verdere verbetering van de website. Lees meer over ons cookiebeleid
De eredienst kent een aantal basiselementen - zoals bijbellezen, zingen en bidden. Ze zijn niet zomaar vaste elementen die we na elkaar uitvoeren, ze reageren op elkaar. Gods Woord en de woorden van mensen vormen een dialoog en dat maakt de liturgie levendig.
Kun je als gemeente een eigen variatie aanbrengen? Kan en mag het anders, misschien beter? En hoe pak je dat dan goed aan?
De doop ontvangen is een eenmalige gebeurtenis in een mensenleven. De Protestantse Kerk kent geen herdoop. Mensen die de doop in hun vroege kindertijd hebben ontvangen, hebben er meestal geen herinnering aan. Dan is het mooi om momenten te creëren waarop je je toch bewust bent van die doop die je ooit ontvangen hebt als teken van Gods trouw.
Weinig mensen zijn zich bewust van hun doopdatum.Anders zou dat een mooie gelegenheid zijn om de doopkaars die je bijde doop hebtontvangen even te laten branden.Op bijzondere momenten in het leven, en zekerop bijzondere liturgische momenten, kan dat ook, in de kerk of thuis.Misschien denken mensen aan hun doop als ze de geloofsbelijdenis in de kerkspreken of zingen, omdat het sacrament van de doop alle christenen verbindt in de ene heilige katholieke en apostolische kerk.
Bij de paaswake
Eenvanzelfsprekend moment omals gemeente stil te staan bij de doop, afgezien van doopdiensten zelf waarbij ieder ook altijd aan zijn eigen doop herinnerd wordt, isdepaasnacht. Al sinds de kerk in de eerste eeuwen wordt inde liturgie van depaaswake op Stille Zaterdag gedoopt. HetDienstboekvan de kerkkiest voor een moment van doopgedachtenis nadatdepaaskaars, diehet lichtvande opgestane Christus symboliseert, is binnengedragen.Het is ook niet onmogelijk dat het ervóór gebeurt, omdat de doophet thema van‘doortocht’symboliseert: door de dood (hetwater) heen opstaan naar nieuw leven.
Doop bevestigen
Als de gemeenteleden hun doopVerder lezenDe doop: teken en zegel van Gods goedheid en trouw gedenken, past daarPsalm 42bij, die het verlangen uitspreekt bij God te willen horen.Het is mooi die woorden rond of op weg naarhetdoopvont te zingen. Rondhetdoopvont, met het zicht op het water, kan de gemeente de geloofsbelijdenis aanheffen.Als het een grote gemeente betreft,kande voorganger bijhetdoopvontgaanstaan en zijn de ogen daarop gericht.Beide elementenzijn vast onderdeel van de liturgie van de doopgedachtenis.Vervolgens kan de doopgedachtenistastbaar worden door opnieuw in fysiek contact te komen met het waterinhetdoopvont.Daarbijgaat het altijd om een gedachtenis aan de doop die ooit geweest is.De doop wordt ‘bevestigd’, niet herhaald.
Levend water
Maar hoe kom je nu in contact met dat water? Daar is nogal eens discussie over.Soms kan het water even aangeraakt worden door er met de hand doorheen te strijken als de gemeenteleden een voor een langshet doopvont lopen.Of wiedatwil bekruist zijn eigen voorhoofd er even mee. In andere gevallen is het de voorgangerdie de mensen bekruist, en daarbij zegt:“Wees getekend met het levende water.” Met de laatste vorm speelt ambtsopvatting een rol.Deze praktijk komt voort uit de overtuiging dat de predikantin zijn ambt de werkelijkheid die ons door God wordt aangezegdrepresenteert. Zij zegtde mensen aanwat zij zelf niet kunnen: de herinnering aan de belofte een kind vanGod te zijn. Voor anderen is het juist belangrijk dat ze zelf het wateraanraken, omdat het om de eigen relatiemet de Schepper gaat.
Diversiteit
Een predikant reikte het volgende aan: waaromzouden we beide zienswijzen tegen elkaar uitspelen?Er is diversiteit van geloven endiversiteit inambtsopvatting.Waaromkanniet de ene kerkganger het waterberoerenen de andere een kruisjeop zijn eigen voorhoofdmaken, terwijl de predikant bij het doopvont blijft staan om de mensen te bekruisen die het zich willen laten aanzeggen?En misschien zijn er ook wel mensen die elkaareven met het doopwater bekruisen, de doopgedachtenis is immers een vreugdevol moment voor heel de gemeente.Het probleem wordtdaneen kans. Hetlevende(= bewegende)water herinnerteraandat we ooit gedoopt zijn,eenmaligsymbool dat God een nieuw begin met onsheeft gemaakt. Eigenlijk is hetwaterkruisjeeen heel mooi parallelsymboolmet het askruisje veertig dagen eerder.Toen werd ergezamenlijk herdachtdat we mensen uit stof zijn.Nu mogen we weer voluit leven in Gods licht.
Uit de praktijk
“Je beaamt en gedenkt je doop zélf”
“Ik heb regelmatig gesprekken gevoerd met mensen die als kind gedoopt waren en aangaven dat ze zich nóg weleens 'echt' zouden willen laten dopen, omdat ze daar dan zelf bewust voor kozen.In onze kerk heet dat 'overdopen' en daar doen we niet aan. Wat er bij de kinderdoop van Godswege is gebeurd hoeft en kan niet worden overgedaan.Maar je kunt wél alsnog van harte met je vroegere doop instemmen en die zelfbewust beamen, bij voorkeur in depaasnacht. Je wórdt gedoopt, als kind of als volwassene, maar je beaamt en gedenkt jouw doop zélf. Je brengt dus ook zelf het waterkruisje aan, nadat je uit eigen beweging naarhetdoopvont bent gekomen. En ja, dat kan elkepaasnacht opnieuw.”