Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Je doop gedenken op Stille Zaterdag

De doop ontvangen is een eenmalige gebeurtenis in een mensenleven. De Protestantse Kerk kent geen herdoop. Mensen die de doop in hun vroege kindertijd hebben ontvangen, hebben er meestal geen herinnering aan. Dan is het mooi om momenten te creëren waarop je je toch bewust bent van die doop die je ooit ontvangen hebt als teken van Gods trouw.

Weinig mensen zijn zich bewust van hun doopdatum. Anders zou dat een mooie gelegenheid zijn om de doopkaars die je bij de doop hebt ontvangen even te laten branden. Op bijzondere momenten in het leven, en zeker op bijzondere liturgische momenten, kan dat ook, in de kerk of thuis. Misschien denken mensen aan hun doop als ze de geloofsbelijdenis in de kerk spreken of zingen, omdat het sacrament van de doop alle christenen verbindt in de ene heilige katholieke en apostolische kerk.


Bij de paaswake

Een vanzelfsprekend moment om als gemeente stil te staan bij de doop, afgezien van doopdiensten zelf waarbij ieder ook altijd aan zijn eigen doop herinnerd wordt, is de paasnacht. Al sinds de kerk in de eerste eeuwen wordt in de liturgie van de paaswake op Stille Zaterdag gedoopt. Het Dienstboek van de kerk kiest voor een moment van doopgedachtenis nadat de paaskaars, die het licht van de opgestane Christus symboliseert, is binnengedragen. Het is ook niet onmogelijk dat het ervóór gebeurt, omdat de doop het thema van doortocht symboliseert: door de dood (het water) heen opstaan naar nieuw leven.


Doop bevestigen

Als de gemeenteleden gedenken, past daar Psalm 42 bij, die het verlangen uitspreekt bij God te willen horen. Het is mooi die  woorden rond of op weg naar het doopvont te zingen. Rond het doopvont, met het zicht op het water, kan de gemeente de geloofsbelijdenis aanheffen. Als het een grote gemeente betreft, kan de voorganger bij het doopvont gaan staan  en zijn de ogen daarop gericht. Beide elementen zijn vast onderdeel van de liturgie van de doopgedachtenis. Vervolgens kan de doopgedachtenis tastbaar worden door opnieuw in fysiek contact te komen met het water in het doopvont. Daarbij gaat het altijd om een gedachtenis aan de doop die ooit geweest is. De doop wordt ‘bevestigd’, niet herhaald.

Levend water

Maar hoe kom je nu in contact met dat water? Daar is nogal eens discussie over. Soms kan het water even aangeraakt worden door er met de hand doorheen te strijken als de gemeenteleden een voor een langs het doopvont lopen. Of wie dat wil bekruist zijn eigen voorhoofd er even mee. In andere gevallen is het de voorganger die de mensen bekruist, en daarbij zegt: Wees getekend met het levende water.” Met de laatste vorm speelt ambtsopvatting een rol. Deze praktijk komt voort uit de overtuiging dat de predikant in zijn ambt de werkelijkheid die ons door God wordt aangezegd representeert. Zij zegt de mensen aan wat zij zelf niet kunnen: de herinnering aan de belofte een kind van God te zijn. Voor anderen is het juist belangrijk dat ze zelf het water aanraken, omdat het om de eigen relatie met de Schepper gaat.


Diversiteit

Een predikant reikte het volgende aan: waarom zouden we beide zienswijzen tegen elkaar uitspelen? Er is diversiteit van geloven en diversiteit in ambtsopvatting. Waarom kan niet de ene kerkganger het water beroeren en de andere een kruisje op zijn eigen voorhoofd maken, terwijl de predikant bij het doopvont blijft staan om de mensen te bekruisen die het zich willen laten aanzeggen? En misschien zijn er ook wel mensen die elkaar even met het doopwater bekruisen, de doopgedachtenis is immers een vreugdevol moment voor heel de gemeente. Het probleem wordt dan een kans. Het levende (= bewegende) water herinnert eraan dat we ooit gedoopt zijn, eenmalig symbool dat God een nieuw begin met ons heeft gemaakt. Eigenlijk is het waterkruisje een heel mooi parallel symbool met het askruisje veertig dagen eerder. Toen werd er gezamenlijk herdacht dat we mensen uit stof zijn. Nu mogen we weer voluit leven in Gods licht.

 

Uit de praktijk


Je beaamt en gedenkt je doop zélf

“Ik heb regelmatig gesprekken gevoerd met mensen die als kind gedoopt waren en aangaven dat ze zich nóg weleens 'echt' zouden willen laten dopen, omdat ze daar dan zelf bewust voor kozen. In onze kerk heet dat 'overdopen' en daar doen we niet aan. Wat er bij de kinderdoop van Godswege is gebeurd hoeft en kan niet worden overgedaan. Maar je kunt wél alsnog van harte met je vroegere doop instemmen en die zelfbewust beamen, bij voorkeur in de paasnacht. Je wórdt gedoopt, als kind of als volwassene, maar je beaamt en gedenkt jouw doop zélf. Je brengt dus ook zelf het waterkruisje aan, nadat je uit eigen beweging naar het doopvont bent gekomen. En ja, dat kan elke paasnacht opnieuw.

Reinder Reitsma, emeritus predikant

Illustratie: Anita Stoof

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)