Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Brief van de scriba - vasthoudendheid

In deze brief schrijft Kees van Ekris over geloofsenergie en vasthoudendheid. Geïnspireerd door straatarts Michelle van Tongerloo, die zich onvoorwaardelijk verbindt aan mensen in nood, pleit hij voor een kerk die niet in abstracte beleidstaal blijft steken, maar zich met diezelfde vasthoudendheid concreet verplicht aan de schare – en zo weerbaar en herkenbaar aanwezig is in een tijd vol onrust.

Geachte collega’s, 

Begin februari vond er een inspiratiedag voor geestelijk verzorgers plaats. Met 150 collega’s luisterden we naar Michelle van Tongerloo, de Rotterdamse straatarts die verbonden is aan de Pauluskerk. Anderhalf uur lang vertelde ze over haar leerweg van de afgelopen jaren. Dat klinkt wat abstract, terwijl het fysiek is en geestelijk. Ze vertelde over mensen en over systemen. Over concrete fysieke nood, etterende wonden, erbarmelijke leef- en arbeidsomstandigheden, systemen waar mensen in nood niet in passen en die hen buitensluiten. Systemen van verzekeringen, registraties, documenten en artsenopleidingen. Je kunt er dood aan gaan. Letterlijk. 

“ ‘Ik verplicht me tot jouw nood’”

Straatarts Michelle van Tongerloo

Wat mij raakte was haar vasthoudendheid. En ook het onconventionele van haar aanpak. ‘Ik verplicht me tot jouw nood’, hoorde je haar zeggen tegen mensen op haar spreekuur. ‘Ik ga voor je bellen, ik ga voor je pleiten, ik ga ruzie maken, ik ga je wonden laten zien zodat mensen schrikken, als het moet zet ik een crowdfunding voor je op en je krijgt sowieso mijn mobiele nummer voor als het niet meer gaat.’ Je voelde aan alles dat dit meer dan een baan voor haar is. Er was die morgen een mens aan het woord die de noodkreet van een ander tot haar door liet dringen als een roeping. Iemand die vragen stelt over onze samenleving, vragen over waar wij aan wennen. Aan zichzelf, aan haar beroepsgroep, aan mensen met macht. Iemand die bereid is tot het uiterste te gaan. 

Onstuimiger communiceren

Het zette mij aan het denken over de kerk. Ik denk dat er op veel plekken in ons land collega’s zijn die ook tot het uiterste gaan. Die als pastor in een instelling, als pionier of als dorpspredikant, zich verplichten tot de mensen die God op hun weg brengt. Die pastorale, intellectuele, organisatorische en geloofsenergie inzetten voor anderen. Die op een eigen manier ook gewond kunnen raken, en moe, soms woest, soms op. Ik denk dat we als kerk heel dicht op dat soort energie moeten zien te komen. Dat we die energie moeten laten zien aan elkaar en aan onze tijd, deze moeten eren en ervan leren. Dat die energie door moet stromen in het beleid van de kerk. Dat de kennis van al de verschillende collega’s ontsloten moet worden en omgezet in taal en in inventiviteit waar anderen wat aan kunnen hebben. Er is leven genoeg in de kerk. 

Kunnen we in het beleid van onze kerk dichter op de energie komen die ik voelde op deze morgen? We leven te midden van een volk waarin op de een of andere manier veel gaande is. Veel onrust, veel eenzaamheid, veel onbestemdheid, veel hardheid, veel vreemde goden die mensen uitputten. Zouden we, in plaats van abstracte taal voortbrengen en nog eens een paar gedachten formuleren over secularisatie en toekomstige kerkmodellen, niet onstuimiger moeten communiceren aan mensen om ons heen: Ik ga voor je bidden, ik ga voor je exegetiseren, ik ga iemand voor je bellen, ik ga mijn positie gebruiken om voor je op te komen, ik mobiliseer onze gemeenschap omdat ik denk dat je er een thuis kunt vinden. Als het moet zamelen we geld voor je in, of zorgen we voor bed, bad en brood. We spreken de discriminatie waar jij onder lijdt tegen. Jij kunt van ons op aan! 

Gezamenlijke geloofsenergie

Als we het in de kerk hebben over de ambtsdiscussie, over predikanten, pastores en kerkelijk werkers, dan is dat voor een deel een technische discussie die gaat over arbeidsvoorwaarden, opleiding en de doordenking van een transitie. Dat doet ertoe en dat proberen we zorgvuldig te doen. Maar waar het om gaat is dat we werken aan een gezamenlijke geloofsenergie die versterkend en aanvullend werkt. Dat we vanuit verschillende talenten en soorten roepingen met elkaar een bepaalde energie uitstralen en beleven. Dat we zo ook door elkaar gestimuleerd worden en iets voelen van de gezamenlijke geloofsroeping die ons drijft. Juist als je zo’n dag meemaakt met al die heel verschillende collega’s waar je voelt dat een geloofsvuur ons drijft, krijg je zelf ook iets van die energie mee. 

Annemarie Roding, die met haar team de dag organiseerde, vroeg me of ik een overdenking wilde schrijven. Het ging in die dagen in het leesrooster over de Bergrede en wat het betekent om ‘zout van de aarde’ genoemd te worden. Het kwam voor mij op een wonderlijke manier bij elkaar. De toewijding van Michelle van Tongerloo, het gezamenlijke gevoelen met veel collega’s dat haar bijdrage iets in ons aanvuurt van waaruit wij ook leven en werken, en die schitterende tekst van de Bergrede. Mijn overdenking is onderaan deze brief te lezen.

“Misschien moeten we als kerk niet nog langer miezemuizen over de vraag of we wel of niet relevant zijn. Show, don’t tell – denk ik vaak.”

Ds. Kees van Ekris

Weerbaarheid

Trouwens, de week daarna was ik te gast bij de Marekerk in De Meern. Collega Annemarie Six-Wienen had een avond georganiseerd over ‘weerbaarheid’. Het is een groot thema voor de overheid: mentaal en praktisch burgerbewustzijn. Wat doen wij als de infrastructuur van energie/elektriciteit, geldstromen en internet gesaboteerd worden en wij als samenleving op zwart gaan? Annemarie had Beatrice de Graaf uitgenodigd, haar broer, burgemeester Jos Wienen, en mij. Zomaar 200 mensen doken op in de kerk en waren benieuwd naar verhalen over wat het betekent om mens te zijn als de nood misschien toeslaat en we elkaar nodig blijken te hebben. Plotseling blijkt de kerk een gemeenschapsruimte te zijn van reflectie en bewustwording. Ook een plek waar iets bewaakt wordt, als het gaat caritas, certitudo en communicatas.  

De avond sloot voor mij aan bij de energie die ik eerder voelde bij de geestelijk verzorgers. Misschien moeten we als kerk niet nog langer miezemuizen over de vraag of we wel of niet relevant zijn. Show, don’t tell – denk ik vaak. Wij zijn een van de levende gemeenschappen in onze cultuur die leven vanuit een geloofsovertuging, en die stellen we graag beschibaar. Laten we eens samen kijken wat we aan elkaar kunnen hebben, als overheid, als cultuur, als dorp. Later zag ik dat het CIO, het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, een handreiking heeft opgesteld voor de vragen rond weerbaarheid. Je zou het eens in een kerkenraadsvergadering of tijdens een werkgemeenschap kunnen bespreken. Wat is het eigene van wat wij als kerk in deze tijd vol deining beschikbaar kunnen stellen? 

Ik schrijf je deze collegiale brief in het begin van de vastentijd. Dat is een bevoorrechte tijd in de kerk, vind ik. Elk jaar wordt onze inwijding in het geloofsmysterie van Jezus Christus verdiept, en ontvangen we tijd voor contemplatie en versobering. Ik denk dat de thema’s van toewijding, geloofsenergie en weerbaarheid alles te maken hebben met de geloofsthema’s waaruit wij leven: sterven en opstaan, verzoening, en de weg van de vrede. Hoe dieper deze inwijding, des te meer de vreugde bewaakt wordt in ons leven. En hoe dieper de vreugde, des te bruikbaarder we zijn in een tijd vol schreeuwers. 

Met collegiale groet 
Kees van Ekris, scriba 


Overdenking bij Matteüs 5,13-16: Jullie zijn het zout 

De Bergrede opent met Jezus die ‘de schare’ ziet. De schare is die grote menigte van mensen die verbonden zijn in hun rafeligheid en hun onbestemde verlangens. Jezus heeft hen op het oog, Hij is een man van de straat. Elke dag heeft Hij wel een ontmoeting met iemand van die schare. Met het oog op hen ‘klimt Hij op een berg’. Dan begint de toespraak die de eeuwen door mensen heeft geïntrigeerd en bezield. Een heel aparte groep mensen, leerlingen, wordt zaliggesproken: zij die treuren, zachtmoedig zijn, hongeren naar gerechtigheid, zij die ontfermers zijn, vredestichters, bereid om te lijden en vervolgd te worden. 

Waarom? Wat is het geheim?  

‘Jullie zijn het zout van de aarde’, zegt Jezus. Boeiende vraag voor vandaag: zie je jezelf als zout op jouw werkplek? Wat wordt ermee bedoeld? Zout heeft in ieder geval drie betekenissen. Het speelt een rol in de theologie van het verbond, van het offer, en het is bederfwerend. ‘Elk offer’, staat in Leviticus 2, ‘zul je zouten met zout, het is het zout van het verbond met je God.’ Jullie zijn zout. Jullie zijn een zichtbaar teken voor de schare van het verbond dat God in Jezus Christus heeft gesloten met deze wereld. Dat teken moet zichtbaar zijn voor de ogen van de mensen. Zonder dat signaal, dat teken, voelt de wereld zich beroofd van verbond en van verbinding. Daarom, denk ik, moeten jullie dicht bij het verdriet blijven, bij de armoede, bij de rafeligheid, bij het onrecht. Daarom moet je vol ontferming zijn, zodat je leven voor deze concrete mensen een signaal is van het verbond en van verbinding. Zie je jezelf als zout op je werkplek? Ben je een signaal, een teken dat mensen zich opgenomen voelen in verbinding met God? 

Zout is ook bederfwerend. Wie zout is, wiens werk, wiens persoonlijkheid, wiens roeping gezouten is, die werkt mee aan het behoud van de wereld. De tijden waarin wij leven hebben een sterke uit elkaar vallende trek. Het bederf zit in de dingen. Mensen worden uit elkaar getrokken, verschillen worden geaccentueerd, hardheid is everywhere. Deze wereld ziet weinig allure in mensen die tijd hebben voor verdriet, voor zachtmoedigheid, voor de wil tot vrede. De wereld lijkt soms geëquipeerd voor brutale, nietsontziende mensen. Er zit iets tirannieks in onze tijd. Een doodsdrift, zei Jacques Ellul.  

Wie belichaamt het signaal van de verbondenheid van God en mensen en van mensen onderling? Jullie, zegt Jezus tegen zijn leerlingen, jullie zijn het zout van de wereld, jullie gaan het bederf tegen doordat je anders kijkt en denkt en doet. 

Ik las vorige week (ik was grieperig en had behoefte aan een zacht boek) flarden van de biografie van ds. J.H. Gerretsen, een oude hofprediker aan het begin van de vorige eeuw. Hij was een bevlogen theoloog, hij leefde in de sfeer van J.C. Blumhardt, die wonderlijke evangeliegetuige die zowel radicaal sociaal als radicaal evangelisch was. Gerretsen stierf jong, na zeven inktzwarte jaren vol depressie. Zijn zoon schreef over hem: ‘Er was een sfeer van werende liefde om mijn vader heen, wij leefden thuis binnen de kring van de bescherming van mijn vader. De wereld werd een beetje geweerd door hem, en wij voelden de bescherming daarvan in ons gezinsleven.’ 

Zou dat ‘zout’ zijn: mensen van verbinding, mensen die leven vanuit het verbond van God met ons mensen en met de dieren, mensen die de krachten afweren die dat willen vernielen. Wat heb je een bevoorrechte roeping als er ‘werende liefde’ in je is, waardoor mensen zich om jou heen een beetje beschut voelen. 

Op deze bijzondere inspiratiedag voor geestelijk verzorging zijn dat stimulerende gedachten. Hoe werk je mee aan het behoud van deze wereld, aan het bederfwerende? Hoe ben je een geestelijk signaal van verbond en verbinding? Daar hebben we steeds weer inspiratie voor nodig, roeping, anderen ontmoeten waarin je het een beetje ziet en voelt.  

Het valt mij op dat de Bergrede in het meervoud spreekt: een gemeenschap wordt aangesproken. Jullie. En het valt me op dat het om zichtbaarheid gaat: het moet zichtbaar worden wie jullie zijn vanuit Jezus. Jezus wil dat het gezien wordt, dat het ervaarbaar is, dat het de straat op gaat, en dat het belichaamd wordt. Dat past bij een dag als deze. Een grote groep pastores wordt zichtbaar. Kijk om je heen. Je ziet elkaar, en je kunt je aan elkaar optrekken. Als kerk trekken we ons ook aan jullie op. Er is zoveel gaafheid in onze kerk, onder zoveel soorten mensen, maar we gaan er zo gebrekkig mee om. Het lukt zo slecht om die kennis en die kunde te bundelen en te laten stromen. Dit is ook een dag om dat te erkennen, dat jullie in je roeping en in je toewijding te weinig gezien zijn en te weinig erkend. Je zult je vaak alleen voelen en in de steek gelaten. Dit is een dag om dat uit te spreken en om een andere beweging in te zetten. Hoe gaaf zou het zijn als op weg naar een nieuw visiedocument de kennis van de straat, de kennis van tranen, de sensitiviteit naar de tirannie die zich ontwikkelt, doorstromen in het beleid van de kerk? 

Geestelijk verzorgers zijn kenners van de sounds of existence, zij zijn daarbij in de buurt. Zij kunnen dat verwoorden, zij zitten op de huid van de tijd, in de zorg, in de psychiatrie, in de krijgsmacht, in de jeugdzorg. De Bergrede opent met Jezus die de schare ziet. Dat zou het opschrift boven alle kerkelijk beleid moeten zijn: Dit is wat wij zien en wie wij willen zijn met het oog op de schare. 

De inspiratie om ‘mens van de Bergrede’ te willen zijn, en steeds weer te worden, is geen luxe. Wij slijten aan de tijd en daar moet je je niet voor schamen. Het mens-zijn van Jezus in deze tijd zorgt ook voor verwondingen. Je moet zelf ook verzorgd worden door iemand die halthoudt bij jouw tranen of het onrecht dat je verdragen moet.  

De inspiratie waar het vandaag over gaat heeft daarnaast ook iets van een rebellie. Paul Kingsnorth, de activist en de denker die zo verontrust is over onze wereld, over de machine die door de tijd raast, schreef: Rebellion is necessary if we are to remain human at all. We have to construct a border around humanity. Het is keihard werken en rebels nee zeggen om mens te blijven en om menselijkheid te blijven bewaken. Het is rebels om in een tijd van welvaart, haast, haat en zelfgerichtheid te blijven luisteren naar de schreeuw die je hoort, en die schreeuw beleven als een roeping. 

Nijkerk, februari 2026

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)