Inhoud
- Wat is een geloofsgesprek?
- Waarom zijn geloofsgesprekken belangrijk voor kinderen en jongeren?
- Welke houding, kennis en vaardigheden zijn helpend voor een goed geloofsgesprek?
- Tips om met meer vertrouwen en plezier met kinderen en jongeren in gesprek te gaan over geloof
- Hoe sluit ik aan bij de geloofsontwikkeling van kinderen/jongeren?
Wat is een geloofsgesprek?
Het woord ‘geloofsgesprek’ roept zowel binnen als buiten de kerk verschillende associaties en betekenissen op. Wanneer noem je een gesprek een geloofsgesprek? Moet God ter sprake komen of kan het geloof ook op een andere manier een rol spelen in gesprekken met kinderen en jongeren?
Een behulpzame omschrijving van een geloofsgesprek is: als in de interactie (in woorden en gebaren) tussen de gesprekspartners iets van de vertrouwensrelatie tussen de mens en God aan het licht komt. In het jeugdwerk heeft dit betrekking op de interactie tussen jou als jeugdwerker en een kind of jongere óf op de interactie tussen kinderen of jongeren onderling. Door te spreken over ‘de vertrouwensrelatie tussen de mens en God’ wordt duidelijk dat ‘geloof’ in het gesprek te maken heeft met een derde dimensie.
Omdat deze derde dimensie (het geloof) op verschillende manieren aan de orde kan komen in een gesprek, bestaan er diverse varianten van geloofsgesprekken. Grofweg kunnen we de volgende soorten geloofsgesprek onderscheiden:
- Gesprekken waar de inhoud van het geloof expliciet aan de orde komt (a)
- Gesprekken waarin het leven wordt gedeeld en je met elkaar zoekt naar een gelovig perspectief hierop (b)
- Een onderlinge omgang met elkaar waarin (ook) in het spreken de Geest van God de ruimte krijgt en doorwerkt (c)
- Een gesprek dat start met of leidt tot een uiting van geloof, zoals het aansteken van een kaars, het uitspreken van een gebed, het zingen van een lied (d)
Dit zijn allemaal momenten waarin iets van de vertrouwensrelatie tussen jou/jullie als mens en God aan het licht kan komen. Momenten dus die je vol verwondering en met recht een ‘geloofsgesprek’ kunt noemen!
Op deze themapagina richten we ons op het vormgeven aan gesprekken die betrekking hebben op de inhoud en betekenis van wát je gelooft (zie type a en b). Deze inhoud kan op twee manieren ter sprake komen:
- Via geloofsvragen of -onderwerpen over het geloof spreken: het geloof (Bijbel, God, kerk, bidden e.d.) is in deze gesprekken het gespreksthema. Zo kan een kind zich bijvoorbeeld afvragen of bidden echt helpt, of vraag je aan een jongere wat de betekenis is van een bepaalde Bijbeltekst is voor hem of haar.
- Spreken over het leven vanuit het geloof: levensvragen of -situaties (lief en leed) zijn in deze gesprekken het gespreksonderwerp. Het geloof speelt in het gesprek een rol als perspectief: wat is een gelovige kijk op die levenssituatie? Die vraag kan ingebracht worden door jou als jeugdwerker of uitgangspunt zijn voor een kind of jongere om over in gesprek te gaan.
Lees hier meer over de waarde en het belang van deze gesprekken voor kinderen en jongeren. Hier vind je praktische tips om als jeugdwerker vorm te geven aan deze gesprekken.
Een geloofsgesprek kan gepland en ongepland plaatsvinden, een-op-een of in een groep. Ben je op zoek naar werkvormen om het onderlinge geloofsgesprek te stimuleren tússen kinderen/jongeren, kijk dan hier.
Waarom zijn geloofsgesprekken belangrijk voor kinderen en jongeren?
Misschien vraag je je af hoe belangrijk het is dat je met kinderen en jongeren spreekt over of vanuit het geloof. ‘Geen woorden maar daden’, toch? Kinderen en jongeren leren inderdaad vooral over de betekenis van het geloof door de voorbeelden die ze in hun omgeving zien: mensen die hen ‘voorleven’. Dit betekent echter niet dat geloofsgesprekken waardeloos zijn, integendeel! Geloofsgesprekken kunnen een diepgaande invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen en jongeren - niet alleen op geestelijk vlak, maar ook sociaal en emotioneel:
- Identiteitsvorming: tieners en jongeren zijn volop bezig met de vraag ‘wie ben ik?’. Geloofsgesprekken helpen hen woorden te vinden voor hun diepere overtuigingen en morele kompas. Door te spreken over en vanuit geloof ontdekken ze de rol van het geloof van generaties-voor-hen in hun eigen leven (socialisatie) én hoe ze op eigen benen kunnen en mogen staan in het geloof (zelfstandigheid).
- Verbinding en veiligheid: Wanneer volwassenen open, betrokken en luisterend het gesprek aangaan, weten en voelen kinderen en jongeren zich gezien en serieus genomen. Dat maakt het beleden ‘samen lichaam van Christus zijn’ tot een geleefde en beleefde realiteit: ze ervaren daadwerkelijk bij de geloofsgemeenschap te horen.
- Ruimte om te twijfelen, zoeken en ontdekken: Geloofsgesprekken bieden een veilige ruimte waar vragen, worstelingen en twijfels niet worden afgewezen, maar juist onderdeel zijn van groei. Twijfels en vragen vormen zo geen bedreiging voor kinderen/jongeren, maar een kans en een uitnodiging voor een gezamenlijke zoektocht.
- Verbinding tussen beleden en geleefde geloof: Door gesprekken met betrokken volwassenen leren kinderen en jongeren niet alleen over de inhoud van het geloof, maar ook hoe je geloof concreet kunt leven in keuzes, relaties en tegenslagen. Gesprekken hierover kunnen zo voor ‘ondertiteling’ zorgen van wat onzichtbaar blijft in het geleefde leven.
- Grond onder de voeten: Door tijd en aandacht te hebben voor zingevingsvragen (Waarom zijn we hier? Wat is goed? Waar leef ik voor?) en deze te verbinden aan het geloof in Christus – biedt je kinderen en jongeren ankers en perspectief in een leven vol onzekerheid en (externe) verwachtingen.
- Stimulans tot eigen geloofstaal: Door in gesprek te gaan met kinderen en jongeren leren ze hun zoektocht, het geloof en hun vertrouwen op God verwoorden op een manier die past bij hun leeftijd, cultuur en ervaring.
Geloofsgesprekken bieden kinderen en jongeren dus taal, verbinding, ankers, ruimte en uitzicht: ze openen vensters naar elkaar, naar binnen én naar boven!
En deze grote waarde van het spreken over en vanuit geloof geldt niet alleen voor hen: geloofsgesprekken met kinderen en jongeren zijn ook veelbetekenend voor jou als jeugdwerker en voor andere volwassenen die met hen in gesprek gaan. Volgens Jezus leren we van kinderen hoe we kunnen openstaan voor het Koninkrijk. Jezus zegt in Marcus 10: ‘Laat de kinderen bij Me komen, houd ze niet tegen, want het Koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het Koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Samen met hen ontdek je dus meer!
Zie je als jeugdwerker de grote waarde van geloofsgesprekken, maar loop je vast of heb je vragen bij het vormgeven ervan? Hier vind je een overzicht van veelvoorkomende drempels én praktische tips.
Welke houding, kennis en vaardigheden zijn helpend voor een goed geloofsgesprek?
Om goed in gesprek te kunnen gaan met kinderen en jongeren over geloven en vertrouwen op God, zijn een bepaalde houding (willen), kennis (weten) en vaardigheden (kunnen) helpend:
Willen (hart en houding):
- Verlangen om nabij te zijn: niet alleen kennis overdragen, maar écht kinderen en jongeren willen leren kennen.
- Verlangen dat kinderen en jongeren zich gezien, veilig en vertrouwd weten, en zich kunnen ontwikkelen als mens, zoals door God bedoeld.
- Openheid en echtheid: durven zeggen ‘ik weet het ook niet altijd’ schept ruimte voor een eerlijk geloofsgesprek.
- Luisterbereidheid: willen horen wat kinderen en jongeren bezighoudt, waar kijken ze naar uit of zien ze tegenop, wat geloven, denken, ervaren ze.
- Verlangen om God te dienen, Jezus na te volgen, vorming van je eigen geloofsleven.
Weten (kennis):
- Bekend en vertrouwd zijn met (kernverhalen/kernthema’s uit) de Bijbel als voeding voor het gesprek (om in gesprek te gaan over of te verwijzen naar verhalen uit de Bijbel)
- Inzicht in geloofsontwikkeling bij kinderen/jongeren.
- Kennis van hun leefwereld: wat speelt er op school, online, in muziekcultuur? En waar raakt dat aan geloof?
- Weten wat pastoraal veilig is: hoe ga je om met vertrouwelijkheid, grenzen, verhalen die pijnlijk zijn?
Kunnen (vaardigheden):
- Goede vragen stellen die uitnodigen tot gesprek (open, zonder oordeel, prikkelend, verbinding met leefwereld).
- Inschatten en aanvoelen óf en wanneer het inbrengen van Bijbelse voeding (zie ‘weten’) of het delen van je eigen (geloofs)leven in het gesprek gepast en van betekenis is.
- Creatieve vormen inzetten: gebruik spel, verbeelding, drama, stilte, tekenen als opening voor een gesprek.
- Bijbelverhalen verbinden aan het leven en vice versa (‘Wanneer heb jij je gedragen gevoeld?’ of ‘Welke Bijbelfiguur past bij hoe jij je nu voelt?’).
- Ruimte geven aan twijfel: begeleiden zonder iets op te leggen, maar samen verkennen.
Drempels
Er zijn verschillende drempels die je als jeugdwerker kunt ervaren als het gaat om het voeren van geloofsgesprekken met kinderen en jongeren. Het herkennen, delen en bespreken van deze belemmeringen lucht op en is helpend om elkaar te kunnen steunen en aan te moedigen. Hier vind je een overzicht van veelvoorkomende drempels én praktische tips om hiermee om te gaan.
Tips om met meer vertrouwen en plezier met kinderen en jongeren in gesprek te gaan over/vanuit het geloof
Als jeugdwerker kun je verschillende drempels ervaren wanneer het gaat om het voeren van geloofsgesprekken. Denk bijvoorbeeld aan ‘Ik weet niet hoe ik een gesprek op gang kan krijgen’ of ‘Ik voel me zelf onzeker over mijn geloof’ of ‘Ik ben bang dat ze ongeïnteresseerd reageren’. Neem je vragen en onzekerheden serieus zodat je er concreet mee aan de slag kan. Hier vind je een overzicht van veelvoorkomende drempels én praktische tips om met meer vertrouwen en plezier het gesprek aan te gaan.
Tips bij onzekerheid over het paraat hebben van de juiste antwoorden
Je kan als jeugdwerker de druk voelen om op alle (onverwachte) vragen over God en geloven antwoord te kunnen geven. Je kunt je vooraf aan een gesprek onzeker voelen over of je wel de juiste woorden hebt, genoeg kennis of überhaupt ‘goed genoeg’ gelooft om erover te spreken.
- Bedenk dat een goed gesprek niet gelijk staat aan een gesprek waarin kinderen of jongeren alle antwoorden op een presenteerblaadje krijgen aangereikt. Een goed gesprek is tweerichtingsverkeer: je leert van elkaar, bent eerlijk over wat je niet zo goed weet en staat ervoor open om dat samen te verkennen.
- Bedenk dat vorming en groei van geloof bij jongeren van God komt. Met jouw inbreng of antwoord in het gesprek plant je misschien een zaadje of geef je water aan iets wat al in hen groeit. Maar hoe dan ook: de groei komt van God. Vertrouw de jongeren daarom ook in je gebed aan God toe!
- Verleg de focus op je eigen kunnen en kennis naar je nieuwsgierigheid naar wat het kind of de jongere bezighoudt.
- Erken dat je niet alles weet en zeg bijvoorbeeld: Goede vraag, daar moet ik even over nadenken.
- Maak van een vraag een gezamenlijke zoektocht: Zullen we dit samen uitzoeken?
- Gebruik vragen als ingang: Wat denk jij zelf?
- Focus op relatie: je houding is vaak van grotere invloed dan je antwoord.
Tips bij angst om prekerig of moralistisch over te komen als je wat deelt
- Deel je eigen geloof als ervaring, niet als norm: Ik merk dat dit mij (of anderen) helpt, hoe is dat voor jou?
- Besef dat jongeren vooral nieuwsgierig zijn naar: werkt dat geloof ook echt? Welke rol heeft het in jouw leven? Vertel hun over je leven en je geloof: hoe je bidt, ook als je niets voelt; hoe je twijfelt, en waarom je tóch vasthoudt; hoe God je door iets heen hielp, of hoe je Zijn aanwezigheid ervaart in dagelijkse dingen.
- Stel open vragen en luister: Wat raakt jou hierin?
Tips bij onzekerheid over het aansluiten bij de leefwereld van kinderen/jongeren
- Bedenk dat aansluiten bij de leefwereld van kinderen en jongeren niet betekent dat je jezelf aanpast (hun gedrag kopieert, jezelf verliest), maar dat je afstemt op wie zij zijn, wat hen bezighoudt en hoe zij de wereld ervaren. Wees dus authentiek: jongeren prikken snel door ‘doen alsof’ heen. Echte verbinding ontstaat wanneer jij jezelf blijft.
- Vraag naar hun wereld: Wat houdt jou bezig deze week?
- Zet je antennes open en luister. Niet alleen met je oren, maar ook met je hart: wat houdt dit kind of deze jongere echt bezig? En wat in het verhaal van de ander zou kunnen raken aan het verhaal van God en mensen? Als een kind of jongere zegt ‘Ik geloof niet’ is dit niet het einde van een gesprek maar een begin. Hij of zij bedoelt ‘Ik geloof niet in wat christenen geloven’. Wat geeft haar vertrouwen en hoop, waar vindt hij liefde?
- Verbind geloof met wat hen bezighoudt of waar zij zich mee bezig houden: vriendschap, keuzes, rechtvaardigheid, stress, actuele gebeurtenis (zie aanbod van Young and Holy om met tieners aan te sluiten bij een actueel thema).
- Verdiep je in hun taal, humor, muziek, online cultuur, zorgen etc. om te begrijpen wat voor hen betekenisvol is of (hun) aandacht vraagt.
- Laat hen iets meenemen (kan ook digitaal) dat voor hen betekenis heeft en laat hen delen.
Tips bij angst voor ongeïnteresseerde of kritische reacties
- Zie kritiek als betrokkenheid: kritische vragen zijn vaak tekenen van serieus nadenken.
- Blijf rustig en nieuwsgierig: Interessant dat je dat zegt, vertel eens meer.
- Als iemand zich kritisch of boos uit: reageer vanuit betrokkenheid (Waar maak je je zorgen om/wat is je zorg?) en laat zo merken dat je de ander en zijn haar emotie ziet.
- Gebruik humor en luchtigheid.
- Geef ruimte voor stilte. Jongeren denken vaak langer na dan volwassenen.
- Onderschat niet de behoefte aan verbinding en het verlangen naar echt contact en zingeving onder jongeren. Als de vorm van het gesprek niet (direct) aansluit, wil dit niet zeggen dat ze er niet voor open staan. Zoek (samen met hen) naar manieren die werken.
- Bedenk dat je niet grappig of hip hoeft te zijn of de perfecte antwoorden hoeft te hebben. Jouw betrokkenheid is voor hen van grote waarde: wees aanwezig, zonder oordeel en zonder haast. Wees een veilige plek en laat merken dat de kinderen en jongeren ertoe doen en dat jij gelooft dat God met hen een weg gaat – ook al zien zij het zelf nog niet.
Tips bij (eigen) gebrek aan taal om te spreken over of vanuit het geloof
De taal van het geloof moet je – zoals alle talen – leren en kun je ook ver-leren. Als je niet gewend bent om te spreken over geloof, kun je wel iets ervaren van geloof maar niet weten hoe het onder woorden te brengen. Je moet het dan (onbewust) doen met beelden en begrippen die meer psychologisch dan geestelijk zijn. Het kan ook dat je wel bekend bent met geloofstaal maar dat ze voor jou leeg of te groot voelen, omdat ze niet gelinkt zijn aan je eigen leven of ervaring.
- Laat je inspireren door de taal die opkomt vanuit het lezen van de Bijbel. God openbaart Zich in de Bijbel niet aan ons in een bovenaardse formulering maar nodigt ons uit om via aardse verhalen deel te nemen aan Zijn wereld. Die aardse verhalen bieden sprekende, dagelijkse en beeldende taal, zoals ‘licht en duister’, ‘water en dorst’, 'verloren en zoeken’, ‘wanhoop en schuilplaats’ etc.
- Oefen zelf met de taal uit de Bijbel: lees bijvoorbeeld een kort Bijbelgedeelte en benoem één woord dat je raakt, of gebruik een Psalm als startpunt en zet er je eigen woorden naast.
- Oefen samen: een geloofsgesprek voeren vraagt geduldige oefening – zoek elkaar als jeugdwerkers op en oefen elkaar in het spreken over en vanuit geloof. Praat met iemand waar je je veilig voelt, die niet oordeelt of corrigeert. Gebruik eventueel hulpmiddelen, zoals de Gesprekskaarten voor pastorale verdieping, waarbij taal en thema's uit de lange traditie van geestelijke vorming worden aangereikt.
Tips bij moeite om geloofstaal voor kinderen/jongeren begrijpelijk te maken
- Besef: begrijpelijk maken betekent niet versimpelen maar dichtbij brengen. Jezus vertelt in de Bijbel gelijkenissen (verhalen) over heel herkenbare concrete situaties om iets duidelijk te maken van de geheimen van het Hemelse Koninkrijk. Zo kun je als jeugdwerker ook verhalen en beelden gebruiken die aansluiten bij de leefwereld van kinderen of jongeren, en abstracte woorden vertalen naar een concrete situatie.
- Maak bij kinderen gebruik van (bestaande) ‘objectlessen’, waarbij een alledaags voorwerp (object) wordt gebruikt om een Bijbelverhaal of geloofswoorden/thema's visueel te maken (of anders zintuigelijk) en zo te verduidelijken met meer dan alleen taal. Het maakt abstracte begrippen tastbaar voor kinderen door middel van een ‘doe-ervaring’, waarbij de verheldering de verwondering niet tenietdoet! Zie hier voor een uitgebreid aanbod van ontwikkelde object-lessen door Creatief Kinderwerk.
- Laat jongeren zelf verwoorden of verbeelden wat ze ontdekken in de Bijbel of hun eigen leven met God. Stel open vragen zoals: ‘Wat denk jij dat Jezus bedoelt?’ of ‘Waar herken jij dit in je eigen leven/wereld om je heen?’
- Maak gebruik van andere ‘talen’ die een wereld kunnen openen voor kinderen en jongeren zonder uitleggende woorden, zoals muziek, poëzie, kunst, foto's of filmfragmenten.
Tips bij angst om te persoonlijk te worden
Geloof raakt aan de kern van je bestaan. Het kan spannend zijn om je kwetsbaar op te stellen, zeker tegenover jongeren die kritisch of direct kunnen zijn. Een gesprek over of vanuit geloof raakt ook aan de identiteit en emoties van kinderen en jongeren, dus sensitief zijn is van groot belang:
- Normaliseer en respecteer grenzen vanaf het begin: ‘Je mag delen wat je wilt, en je hoeft nooit meer te vertellen dan goed voelt.’ Kinderen en jongeren hoeven niet alles te delen en jij ook niet. Openheid vraagt om een basis van vertrouwen en veiligheid.
- Gebruik schaalvragen of verkennende vragen die veiligheid en ruimte geven aan de ander om zich niet direct/volledig kwetsbaar op te hoeven stellen. In plaats van ‘Vertel eens waar die twijfel precies over gaat?’, vraag je bijvoorbeeld: ‘Hoe speelt dit voor jou, een beetje, gemiddeld of veel?’.
- Focus op beleving, niet op details: ‘Wat vond je mooi of lastig aan dit verhaal?’ of ‘Wat doet die ervaring met je?’ is veiliger dan ‘Wat is er precies gebeurd?’.
- Deel iets kleins van jezelf, niet meteen je hele geloofsreis. Deel iets persoonlijks alleen als het het gesprek van de ander (kind of jongere), niet omdat jij behoefte hebt aan erkenning, ontlading of verbinding.
- Gebruik werkvormen die indirect zijn, waarbij kinderen/jongeren zich kunnen uiten door bijvoorbeeld te tekenen of te schrijven, of door al wandelend of ‘al doende’ in gesprek te gaan (in beweging en zonder voortdurend oogcontact).
Tips bij twijfel over hoe een gesprek te starten (in de groep)
Als je thuis of in de kerk niet gewend bent om over (je) geloof te praten, kan het kunstmatig of geforceerd voelen om ermee te beginnen. Het helpt om geloofsgesprekken van goede voeding te voorzien en uitnodigende vragen te stellen:
- In gesprek raken over geloof hoeft niet te beginnen met een gesprek! Er zijn verschillende creatieve werkvormen in te zetten om bij kinderen/jongeren ‘de vensters naar binnen en boven’ open te zetten en vandaaruit door te spreken met elkaar. Zie hier enkele suggesties voor creatieve werkvormen.
- Gebruik een kort filmpje, lied of voorwerp als ijsbreker.
- Ga in gesprek aan de hand van wat je samen hebt gelezen in de Bijbel of aan de hand van leventhema’s (zie voor behulpzaam materiaal o.a. de Faithblocks van Young and Holy).
- Gebruik uitnodigende vragen: kinderen en jongeren staan vaak open voor grote vragen, als ze maar op een manier worden gesteld die nieuwsgierigheid wekt en geen oordeel. Veel jongeren haken pas echt aan als ze merken dat hun mening telt en dat het gesprek niet bedoeld is om ze te overtuigen, maar om samen te verkennen. Stel daarom open en persoonlijke vragen (er is geen ‘juist’ antwoord), vragen die nieuwsgierigheid prikkelen en/of vragen die verbinden met de leefwereld van de kinderen/jongeren.
- Richt je op de ontmoeting: goede vragen zijn niet ‘los’ verkrijgbaar en als trucje in te zetten, maar ontstaan uit en in de ontmoeting. Soms leidt een oprechte en eenvoudige vraag tot een beter gesprek dan een doordachte theologische stelling of creatieve werkvorm. Sommige vragen landen daarom ook vaak beter als je eerst zelf iets deelt: kwetsbaarheid nodigt uit tot openheid en echtheid!
Tips bij onzekerheid over je eigen geloof(svertrouwen)
Als jeugdwerker kun je soms denken je pas iets kunt delen over het geloof als je zelf geen twijfels kent.
- Bedenk dat kwetsbaarheid een kracht is. Kinderen en jongeren waarderen echtheid.
- Deel je zoektocht: ‘Ik snap dit zelf ook niet altijd, maar dit helpt mij.’
- Laat zien dat geloven het ‘gaan van een weg’ is, geen statisch eindproduct.
- Laat je ook zelf voeden vanuit de Bijbel en in de geloofsgemeenschap.
Hoe sluit ik aan bij de geloofsontwikkeling van kinderen/jongeren?
Inzicht in geloofsontwikkeling kan je helpen als jeugdwerker of ouder om in gesprekken aan te sluiten bij waar kinderen en jongeren écht zijn in hun denken, voelen en geloven. Goede vragen komen voort uit goed kijken en luisteren: met welke fase van geloofsontwikkeling heb ik te maken bij dit kind? En welke stijl van geloven sluit het beste aan bij deze jongere?
Fase van geloofsontwikkeling
Wat typeert het geloof van een peuter en wat dat van een puber? Hoe kun je hier in de geloofsopvoeding bij aansluiten? Hier vind je belangrijke en opvallende kenmerken én tips per leeftijdsfase van 0 tot 25 jaar.
Diversiteit in geloofsstijlen
Niet iedereen denkt in woorden of houdt van discussie. Sommigen beleven geloof visueel, muzikaal, ervaringsgericht of juist rationeel. Als jeugdwerker kan het helpend zijn om af te wisselen in vorm en benadering, zoals: het gesprek aangaan (een-op-een of in de groep, tijdens een activiteit of wandelend in de natuur), tekenen, zingen, spelen (of theater), dienen (oog voor mensen zonder helper), bidden in stilte, etc.