Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
infopagina

Samenwerken met gedeeltelijke overdracht van bevoegdheden

Welke manier van samenwerken past bij de gemeente?

De kerkenraad van een gemeente kan om verschillende redenen de samenwerking met een andere gemeente opzoeken. Die samenwerking kan betrekking hebben op het gehele terrein van het gemeentelijke leven. Er kan ook reden zijn om samen te werken op een onderdeel van het leven en werken van de gemeente. Samenwerken kan met of zonder overdracht van bevoegdheden.

Meer weten over samenwerking van gemeenten met plaatselijke vierplekken? Lees hier meer.

Meer weten over samenwerken zonder overdracht van bevoegdheden? Lees hier meer [volgt].

Een reden voor samenwerking kan zijn dat sprake is van een krimp in het aantal gemeenteleden dat actief betrokken is bij de gemeente. Samenwerking kan daarvoor een oplossing bieden. In die situatie is het goed om vooraf een verkenning uit te voeren, waarbij aandacht is geweest voor geestelijke, financiële en bestuurlijke zaken. Ook zonder dat er nood is in de gemeente, kan worden samengewerkt. Een voorbeeld is een diaconaal project dat door twee gemeenten wordt uitgevoerd.

Meer weten over de verkenningsfase? Lees hier meer.

Hoe ziet de samenwerking eruit?

Een samenwerking met een gedeeltelijke overdracht van bevoegdheden is uitgewerkt in ordinantie 2-7 en generale regeling 1-1 t/m 1-3. Een dergelijke samenwerking moet aan enkele voorwaarden voldoen:

Samenwerkingsorgaan

Er wordt gebruik gemaakt van een samenwerkingsorgaan, zoals een gemeenschappelijke kerkenraad zijn, een gemeenschappelijk college van kerkrentmeesters of een gemeenschappelijk college van diakenen.

Schriftelijke overeenkomst

De samenwerking wordt neergelegd in een schriftelijke overeenkomst. In generale regeling 1-1-5 is geregeld hoe een dergelijke overeenkomst eruit komt te zien. In de overeenkomst wordt vastgelegd:

  1. De aard en omvang van de bevoegdheid. Op welk terrein van het kerkelijk leven wordt een bevoegdheid overgedragen aan het samenwerkingsorgaan?
  2. De duur van de overdracht. Als gebruik wordt gemaakt van een samenwerkingsorgaan waaraan bevoegdheden zijn overgedragen, dan wordt het samenwerkingsorgaan gevormd voor onbepaalde tijd.
  3. De wijze van werken van het samenwerkingsorgaan. Een voorbeeld is het vormen van een gemeenschappelijke kerkenraad. Een gemeenschappelijke kerkenraad bestaat uit alle leden van de afzonderlijke kerkenraden. De werkwijze is gewoonlijk gelijk zijn aan de kerkenraad zoals die in de kerkorde is geregeld.
  4. De wijze waarop de overdracht tussentijds beëindigd kan worden. De samenwerkende partijen zullen een regeling moeten treffen op welke wijze de samenwerking kan worden beëindigd.

Breed moderamen van de classicale vergadering

Het breed moderamen van de classicale vergadering (BMCV) moet instemmen met de schriftelijke overeenkomst.

Voor- en nadelen

Samenwerken heeft voordelen. Samen kun je doelen bereiken die een gemeente afzonderlijk niet of minder eenvoudig kan behalen. Aan een samenwerking met gedeeltelijke overdracht van bevoegdheden zijn ook enkele nadelen verbonden.

Het blijkt in de praktijk niet altijd eenvoudig om duidelijk af te bakenen wat het samenwerkingsorgaan, zoals een gemeenschappelijke kerkenraad, doet, en welke taken blijven liggen bij de afzonderlijke kerkenraden en colleges. Het is belangrijk om dat duidelijk onder woorden te brengen, om discussie over ‘wie doet wat’ te voorkomen.

Een samenwerking met een gedeeltelijke overdracht van bevoegdheden kan in de praktijk leiden tot meer vergaderen. Stel dat de gemeenten voor een onderdeel van het kerkelijk leven hebben gekozen voor een gemeenschappelijke kerkenraad. In dat geval komen de kerkenraadsleden van de afzonderlijke kerkenraden bijeen voor de bevoegdheden die niet aan de gemeenschappelijke kerkenraad zijn overgedragen. Omdat kerkenraadsleden tevens deel uitmaken van de gemeenschappelijke kerkenraad, zullen zij ook daarvoor te maken krijgen met vergaderingen. Een dubbele vergaderlast dus. Een samenwerking met een gedeeltelijke overdracht van bevoegdheden past daarmee minder goed bij gemeenten die moeite hebben om de kerkenraad te bemensen. Dat kan immers gemakkelijk leiden tot een te zware belasting voor de overgebleven kerkenraadsleden.

Voorbeelden uit de praktijk

Twee gemeenten hebben de keuze gemaakt het diaconaat gezamenlijk vorm te geven. Dat doen ze door middel van een gemeenschappelijk college van diakenen. De colleges van diakenen bestaan in elke gemeente uit drie personen. In het gemeenschappelijk college van diakenen zitten dus zes personen. De gemeenten merken dat ze op die manier veel adequater kunnen reageren op hulpvragen van binnen en buiten de gemeente. Ook zijn ze bezig met het maken van plannen om de gemeente meer te betrekken bij het diaconaat.

Twee gemeenten kerken op zondag in hetzelfde kerkgebouw. De kerkenraden besluiten een gemeenschappelijke commissie in te stellen die alle zaken rondom de uitvoering regelt, zoals het openen van de deuren op zondagochtend, het schoonmaken van het kerkgebouw, en het zorgdragen van voldoende voorraad koffie en thee.