In deze brief deelt Trijnie Bouw, preses generale synode, haar visie op collegialiteit in tijden van verandering. Te midden van krimp en doorlopende verschuivingen in de kerkelijke praktijk benadrukt zij dat samen optrekken meer dan ooit nodig is. Collegialiteit is voor haar geen idealistische droom, maar een Bijbelse grondhouding die juist te midden van alle verschillen beoefend moet worden.
Beste collega’s,
In deze eerste maand van het nieuwe jaar wil ik jullie, mede namens scriba Kees van Ekris en de andere moderamenleden, zegen en alle goeds toewensen. Het hart van onze kerk klopt in lokale gemeenschappen, en jullie zijn daar te vinden. Prachtig werk, veelzijdig, en het doet ertoe. Dus hopelijk werken jullie met vreugde. Maar we weten dat dat niet altijd het geval is. Soms is het best een eenzaam avontuur, terwijl juist dan collegiaal optrekken fijn zou zijn.
Collegialiteit, wat is dat eigenlijk? Dat je met elkaar kunt lezen en schrijven, elkaar aanvoelt en met plezier samen optrekt? Dat je in alle veiligheid van gedachten kunt wisselen over waar je tegenaan loopt in de met ons werk gegeven spanning tussen vrijheid en verantwoording afleggen, tussen roeping en professie?
Bedreigingen collegialiteit
Zo’n soort collegialiteit is een groot goed. Maar in ons werk spreekt dat niet vanzelf en gaat dat niet vanzelf. Er is het nodige dat collegialiteit bedreigt. Verschil in theologische visie, verschil in positie, verschil in werkzaamheden, verschil in soort gemeente, verschil in populariteit, verschil in werkdruk en werklast, verschil in omgaan met de balans tussen werk en privé, verschil in prioriteitstelling, verschil in opvatting over politiek-maatschappelijke kwesties, verschil in persoonlijkheid. En zo kan ik nog wel even doorgaan. En als optrekken met collega’s meer kost dan geeft, is erin investeren nou niet bepaald voor de hand liggend.
Maar als je het geheel van het leven en werken van de kerk overziet, is samen optrekken steeds meer wenselijk en zelfs noodzakelijk. De kerkelijke werkelijkheid en praktijk verandert, en verandert snel. De krimp zet onmiskenbaar door. Gemeenten worden opgeheven of gaan samen. De komende jaren gaan naar verhouding veel predikanten met emeritaat en zal het gebrek aan voorgangers toenemen. Naast de predikant wordt ruimte gemaakt voor de pastor en zal ook de kerkelijk werker een meer volwaardige plaats krijgen. Pioniersplekken en categoriaal pastoraat hebben hun eigen dynamiek, waarbij de verbinding met de rest van de kerk soms node wordt gemist. Het karakter en de vitaliteit van (semi)lokale gemeenschappen zullen steeds uiteenlopender worden. En de bestuurskracht van ambtsdragers en andere kerkleden wordt kwetsbaarder, terwijl de vraagstukken groter worden. De ongelijktijdigheid in al deze ontwikkelingen is behoorlijk groot, ik weet het. En toch, het geheel overziend: samen optrekken zal meer dan ooit nodig zijn.
Collegialiteit als houding
Hierboven schetste ik een ideaalplaatje van collegialiteit en noemde ik verschillen als bedreiging. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Is collegialiteit niet juist een houding die je beoefent te midden van alle verschillen? Dat je de ander respecteert in eigenheid en eigen positie, en tegelijk weet van een gezamenlijk doel en gezamenlijke roeping. Dat je weet dat je niet elkaars vrienden hoeft te zijn om toch samen te kunnen werken. Dat je daarom niet óver die ander, maar mét die ander praat als iets je dwars zit. Dat je elkaar geen vliegen afvangt en niet voor het blok zet, maar elkaar wat gunt en toevertrouwt. Vertrouwen is voor mij persoonlijk sowieso een kernwoord als het gaat om collegialiteit.
Collegialiteit. Dit moderne begrip klinkt weinig theologisch. Toch klinkt hier voor mij wel degelijk een Bijbelse grondhouding in door. Want hangt elke gemeente, elke geloofsgemeenschap er niet van aan elkaar? Of je nou bezoldigd of onbezoldigd je werk doet, met of zonder opleiding, met of zonder ambt. Zijn we als leden van het ene lichaam van Christus niet allemaal op elkaar aangewezen en van elkaar afhankelijk? Zijn we net als de discipelen per definitie niet als enkeling maar in collegialiteit geroepen?
Collegialiteit, soms gaat het vanzelf, soms is het hard werken. Van harte hoop ik dat juist je ambt, je roeping, hoe jij die ook in geloof verwoordt, je mag aansporen en bemoedigen om collegialiteit nooit te idealiseren, maar wel altijd te beoefenen. Geholpen door de Geest met een geest van licht en lichtvoetigheid.
In Christus collegiaal verbonden,
Trijnie Bouw