De dienstenorganisatie moet de komende jaren met minder middelen toe. Dat vraagt om scherpere keuzes over wat we wel en niet doen.
De intrekking van de nieuwe quotumregeling verminderde het beschikbare budget structureel. De inkomsten liggen significant lager dan waarmee in de meerjarenramingen was gerekend. Op basis van de huidige inzichten moet vanaf 2027 structureel € 4,5 miljoen worden bezuinigd op de exploitatie van de dienstenorganisatie. De directie werkt aan een bijsturingsplan waarvan de contouren in het tweede halfjaar van 2026 zichtbaar moeten zijn. Doel is de baten en lasten die ten laste komen van de algemene reserve met elkaar in evenwicht te brengen.
Het jaar in cijfers
Het resultaat over 2025, exclusief het resultaat van de BCKP, kwam uit op € 9,3 miljoen negatief. Hiervan is per saldo € 8,1 miljoen onttrokken aan de bestemmingsreserves en -fondsen. Het deel dat ten laste van de algemene reserve is gebracht, is € 1,1 miljoen negatief. Voor 2025 was een resultaat ten laste van de algemene reserve begroot van nihil.
De algemene reserve bedroeg eind 2025 € 16,8 miljoen, oftewel 40,5% van de toetsgrootheid van € 41,4 miljoen. Dat ligt binnen de bandbreedte van 33% tot 67% die het bestuur hanteert.
Waar het geld heen ging
Van de totale bestedingen ging 80,5% naar de doelstellingen, 4,7% naar de kosten voor het werven van baten en 14,8% naar beheer en administratie. De kosten voor fondsenwerving bleven met 10,5% van de geworven baten onder de norm van 12,5%.
De baten van particulieren kwamen uit op € 24,5 miljoen, € 0,9 miljoen lager dan in 2024. De baten uit nalatenschappen vielen € 1,0 miljoen hoger uit dan begroot. De verplichte bijdragen van gemeenten bedroegen € 16,8 miljoen, € 3,5 miljoen lager dan begroot, doordat het quotum na de intrekking van de nieuwe regeling is vastgesteld op basis van de oude quotumregeling.
Dienstverlening in 2026
In 2026 scherpen we de dienstverlening aan de kerk verder aan. We brengen het brede palet aan kerken beter in kaart en nemen het nascholingsprogramma voor predikanten, pastors en kerkelijk werkers onder de loep, zodat het past bij de nieuwe beroepsprofielen die zijn vastgesteld in het ambtstraject. Er komt meer aandacht voor de begeleiding van werkers in de kerk die worstelen met dreigende overbelasting.
Classes en dienstenorganisatie ontwikkelen samen verder aan dienstverlening voor gemeenten met een gebrek aan toekomstperspectief. De lessen die we met elkaar leren, worden vertaald naar passende ondersteuning, zoals stappenplannen voor samenwerken, fuseren of opheffen van een gemeente.
We bouwen verder aan de brede beweging van proefplekken, via het onlineplatform en gezamenlijke projecten. Er komt meer aandacht voor het thema roeping: waarom doe je wat je doet? Samen met diakenen kijken we hoe de diaconale impact in 2026 verder kan groeien. Binnen het categoriaal pastoraat komt meer ruimte voor het ondersteunen van predikanten en kerkelijk werkers in hun roeping. We zoeken ook naar nieuwe manieren om gen Z op het oog te hebben, en werken aan de doorontwikkeling van materialen rond de feestdagen.
Zes lijnen voor de organisatie
In 2025 is gekeken op welke punten de organisatie verbetering nodig heeft. Daar gaan we in 2026 mee aan de slag. We nemen de resultaten mee van het onderzoek naar de werkcultuur.
- Van wij-zij naar samen. Meer focus op een structuur en cultuur van samenwerken.
- Van externe afhankelijkheid naar interne borging. Minder interim-werkers, meer focus op de ontwikkeling van eigen medewerkers.
- Van complexiteit naar eenvoud en transparantie. Optimaliseren van processen, en inzicht geven in rollen, verantwoordelijkheden en geldstromen.
- Van stapeling van ambities naar focus. Minder versnippering van doelen, meer focus op wat impact maakt en haalbaar is.
- Van sturen in de mist naar goede sturingsinformatie. Een helder overzicht van helpende data, zodat we beter kunnen koersen.
- Van gedateerde systemen naar goed gereedschap. Verdere ontwikkeling van onze IT-processen en -infrastructuur, waaronder de overstap naar AFAS.
In cijfers
- Het resultaat over 2025 kwam uit op € 9,3 miljoen negatief, exclusief het resultaat van de BCKP
- De algemene reserve bedroeg eind 2025 € 16,8 miljoen, 40,5% van de toetsgrootheid
- 80,5% van de bestedingen ging naar de doelstellingen
- De kosten voor fondsenwerving bedroegen 10,5% van de geworven baten, onder de norm van 12,5%
- De verplichte bijdragen van gemeenten kwamen € 3,5 miljoen lager uit dan begroot
- Vanaf 2027 moet structureel € 4,5 miljoen worden bezuinigd op de exploitatie