Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Brief van de scriba - Het proces van anders worden

In deze herfstbrief reflecteert scriba Kees van Ekris op het proces van ‘anders worden’. Niet nieuwe toekomstplannen of sombere voorspellingen staan centraal, maar de vraag hoe kerk en gelovigen zich laten vormen door geloof, ontmoeting en gastvrijheid.

Ik heb al wekenlang een favoriete zin in mijn hoofd. Het zijn de openingswoorden van een boek over ‘futurability’. Dat is een onvertaalbaar woord, maar het gaat over het vermogen om met de toekomst om te gaan. De beginzin van het boek luidt: ‘Ik ga niet schrijven over de toekomst, opnieuw. Ik ga ook niet, opnieuw, schrijven over geen toekomst hebben. I’ll write about the process of becoming other. Ik zal schrijven over het proces van anders worden: over beweging, kiezen, andere combinaties, andere vormgevingen.’ 

Anders worden

Ik herkende die zin gelijk. Aan de ene kant kan ik de voor-de-zoveelste-keer-nieuwe toekomstplannen amper meer verdragen. Het denken in ‘stippen aan de horizon’ en hoe we daar komen als iedereen dit of dat doet en de omstandigheden niet veranderen. Aan de andere kant ben ik ook de malaise-praters beu, alsof er geen toekomst is en alle denken over morgen zinloos is. En dan die magistrale 'tegen-zin': het gaat om het proces van anders worden, om een andere manier van zijn, om andere dingen kiezen, dingen anders vormgeven. 

Dat proces van anders worden is volgens mij gaande in onze kerk. Oude structuren werken op veel plekken niet meer. Soms zijn wij zelf vergroeid geraakt met die structuren en er ook zelf door vertekend. Dan heeft het wel degelijk zin om na te denken over nieuwe structuren en andere vormen. Maar dat is vruchteloos als het niet begint met een diep besef dat wij zelf anders kunnen zijn, anders kunnen worden, anders kunnen doen. Geloven impliceert ook een radicale openheid voor verandering. Dat zijn oerwoorden uit het evangelie: leer anders te denken en te zijn. 

Tafel op 31 oktober

Op 31 oktober gaat de Protestantse Lezing, die dit jaar een tafel is, over dat thema: anders worden. Chic gezegd: over inwijding in anders worden. Dat is een vraag die anderen ons mogen stellen en die we onszelf kunnen stellen: hoe word ik anders? Anders dan de tijd waarin ik leef, vrijer van mezelf, opener en dieper. Zonder bange ogen en zonder gif op mijn tong. De kerk heeft daar oude praktijken voor ontwikkeld: gebed, doop, gemeenschap, dienst, eucharistie, aanbidding. De kerk is een plek, or should be, die je helpt om anders te worden. Ik zie dus uit naar die tafel. Wat hindert ons hierin en wat helpt? Wat is het idee achter onze praktijken? We hebben interessante tafelgasten en tussendoor is er poëzie en muziek. Want voor anders worden heb je ook muziek en woorden uit een andere wereld nodig. 

Gastvrijheid

Je zou kunnen zeggen dat ook over dat anders-zijn gaat. In een harde en grimmige samenleving, met steeds meer agressie en intimidatie, bieden we als kerk een oude christelijke praktijk: . Ook dat is inwijding denk ik. Anders worden is niet een egoproject. Het gaat over in een gemeenschap leven van diversiteit en verschil, van mensen die Christus bij elkaar brengt en die daarin groeien. Het hoort bij die gemeenschap dat je die graag openstelt voor anderen. Het project biedt een handelingsvoorstel. Als je dit als lokale gemeenschap allemaal zelf moet uitzoeken, wordt dat moeilijk. Daarom is er maanden gewerkt aan een solide project. Het is ook een kans tot samenwerking: met andere kerken, andere bondgenoten. Mocht je er ruimte voor hebben, dan zou het mooi zijn als je het kunt stimuleren. 

Bezoek aan classis Delta

Ik merkte dat proces van anders worden ook tijdens de drie dagen dat ik in de classis Delta te gast was. In een tijd dat de kerk verandert, hadden we gesprekken over kerkgebouwen, over samenwerking, over nieuwe dwarsverbanden die ontstaan, over de kerk die beweegt en moet bewegen. Ik zag een groot aantal mensen met roepingsbesef, met volharding en een bepaald soort vreugde. Voorbij de vragen van krimp en groei, meer denkend vanuit aanwezigheid: het evangelie is ons zo veel waard dat we op allerlei plekken en in allerlei vormen iets daarvan willen belichamen en toegankelijk houden. 

Ik hoop dat wij als voorgangers dat proces van anders worden kunnen stimuleren en er zelf deel aan hebben. De apostel schrijft dat de kerk een mysterie is. En dat de dienst in de kerk dus ook betekent dat je, op een bepaalde manier, deelneemt aan dat mysterie. Dat je er dieper in komt, dat je er ruimer door wordt, en dwarser. Dat je een vrijheid verwerft die ontstaat vanuit de binding aan dat mysterie. En dat je daardoor iets merkt van dat anders worden. Het ambt stuurt je de wereld in, maar trekt je ook naar God. 

Een kind ons gegeven

Hoge woorden, en dat in een herfstbrief. September en oktober zijn in de kerk hectische maanden. Ze slurpen je energie op. Ik hoop dat je af en toe een paar dagen hebt om tot jezelf te komen en vanuit je roeping te kunnen blijven werken.  

We gaan op weg naar . De kerk is geen project waarin mensen proberen om een beetje goddelijk te worden. Anders worden is niet jezelf verheffen. Het is andersom: wij ontvangen God in de meest menselijke vorm die we kennen: een kind ons gegeven. Dat maakt ons nederig.

Op de foto: Kees van Ekris tijdens zijn bezoek aan de classis Delta

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)