Wat zegt een samenleving over zichzelf in tijden van nood? In dit opiniestuk pleiten scriba Kees van Ekris en Pepijn Trapman, operationeel directeur van Kerk in Actie, voor menselijke waardigheid en onvoorwaardelijke hulp. Aanleiding is de hogerberoepszaak over de bed-bad-broodregeling op 10 november.
Een samenleving heeft een morele ambitie. Die ambitie krijgt vorm in wetten, instellingen en regelingen. Daar zit niet alleen een moreel minimum in: onder deze grens willen wij met elkaar niet wegzakken. Er zit ook verbeelding in: zó willen wij zijn. Op 10 november wordt dit alles stevig op de proef gesteld, tijdens een hogerberoepszaak over de bed-bad-broodregelingen.
Morele ambitie heeft altijd ook te maken met wie in nood is. Met de wees, de weduwe en de vreemdeling, in bijbelse taal, met de mens met of zonder verblijfspapieren. Er zit begrenzing in onze regelingen en wetten, maar daarnaast ook een minimumoptie. Een humanitaire garantie. Hoe het ook is: wij laten je in dit rijke land niet barsten. Een bed, jezelf kunnen wassen en een brood – daar zorgen wij voor. We hebben mensen nodig die dat blijven zeggen en de overheid erop aanspreken.
We leven in een tijd met een ‘behoefte aan hardheid’. Harde taal, hard beleid. Als een overheid morele ambitie heeft, moet ze die hardheid afremmen en soms tegenspreken. Zij dient te weten dat democratie niet gedijt bij een cultuur van politieke vijandschap – dat hoort bij een dictatuur –, maar bij een cultuur van menselijkheid en vriendschap. Als kerk doen we daar een appel op. En wel heel concreet: garandeer dus in dit land dat mensen niet ‘geklinkerd worden', op straat worden gezet.
De bed-bad-broodregeling
In twaalf jaar tijd lijkt onze samenleving harder en killer geworden te zijn. Het Europees Comité voor Sociale Rechten stelde in 2014 dat de Nederlandse overheid ervoor moet zorgen dat niemand in het land verstoken mag blijven van de basale levensbehoeften zoals onderdak, kleding en voedsel. Het comité deed deze uitspraak na een klacht van de Protestantse Kerk in Nederland over het ontbreken van structurele opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers.
Het helpen van vluchtelingen is om de een of andere reden altijd een gevoelige kwestie geweest in ons land. In 2015 viel er zelfs bijna een kabinet over, maar uiteindelijk kwam er toch een Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV), beter bekend als de bed-bad-broodregeling, die tien jaar later – vorig jaar dus – weer stop is gezet door het kabinet.
Tegen dit kabinetsbesluit zijn meerdere rechtszaken gevoerd en het afgelopen jaar kwam daar telkens uit naar voren dat de minister de mensen die in LVV zaten niet op straat had mogen zetten. De staat gaat echter tegen deze uitspraken in beroep. De Protestantse Kerk vindt dat een uiterst teleurstellende en beschamende vertoning.
Hulp is onvoorwaardelijk
De vraag wie er precies wel of geen recht hebben op een verblijfsvergunning is een ingewikkeld politiek dilemma, zeg maar gerust: een immens moeilijke opgave. De kerk gaat niet over dat vraagstuk, maar omdat mensen op straat kunnen komen te staan en hun rechten kunnen verliezen als ze uitgeprocedeerd zijn, raakt dat de kerk wel. Vele vrijwilligers en medewerkers in de lokale gemeenten van onze kerk en projecten zoals de Pauluskerk in Rotterdam en de Wereldhuizen in Amsterdam en Den Haag zijn dagelijks betrokken bij de opvang van mensen in nood. Principieel vindt de Protestantse Kerk dat er geen voorwaarden mogen gesteld aan noodhulp. Zo is de hulp die door ons via Kerk in Actie geboden wordt, dan ook bewust onpartijdig, neutraal, onafhankelijk en niet gekoppeld aan religie of afkomst.
Onze waarden moeten we samen hooghouden, om te voorkomen dat onze samenleving waardenloos wordt. Onvoorwaardelijke basishulp is in het belang van iedereen, omdat ieder mens op een dag pech kan hebben en in grote nood kan komen te verkeren. Gun de vreemdeling een menswaardig bestaan. We bidden en wensen eenieder dit met dit vraagstuk te maken heeft, veel wijsheid toe.
Kees van Ekris, scriba Protestantse Kerk in Nederland en Pepijn Trapman, operationeel directeur Kerk in Actie
Deze tekst is op 5 november 2026 gepubliceerd in dagblad Trouw.