In deze brief schrijf ik u over de ‘Actie Onderdak’. Het is een actie waarin we met een eensgezinde en brede coalitie van 19 kerken in ons land, behorend tot de Raad van Kerken, een aanbod van tijdelijk onderdak voor statushouders doen, door lokale kerken. Het is een gebaar van barmhartigheid en gastvrijheid dat we gunnen aan mensen die onderdak zoeken. We hopen dat u meedoet.
Waarom doen we dit?
Omdat je als kerk geen toeschouwer wilt blijven. We zien de beelden van mensen in het gras of in de modder in Ter Apel, en dat doet pijn aan je ogen. We horen de berichten van duizenden statushouders die vastzitten in een azc omdat er geen woonruimte is en dus geen doorstroming. En we zien duistere beelden daaromheen, in allerlei dorpen en steden. Een politiehelikopter in de lucht, grimmigheid in het dorp, intimidatie van gemeenteraadsleden en de geur van geweld. Soms vlaggen met haatafbeeldingen en het scanderen van rot-op-teksten. We belden met collega’s en kregen een filmpje doorgestuurd van een optocht met doodskisten en fakkels voor een locatie in een dorp waar vluchtelingen zouden komen. Macabere beelden waren het, het contrast van gastvrijheid en barmhartigheid.
Steeds hoorden we van lokale kerkmensen min of meer dezelfde klacht: “Het overvalt ons, we zijn in de war, wat kunnen we doen? We snappen iets van de complexiteit van vraagstukken, en soms is er ook echt politieke nalatigheid in het spel. Maar met elkaar zó worden, zo onwaardig, dat mag niet.” En dus is de vraag: wat kunnen we doen als kerken?
We hebben daarom in de afgelopen maanden de ‘Actie Onderdak’ ontworpen. Het bevat een handelingsvoorstel voor lokale gemeenten om als christelijke gemeenschap iets te doen rond de vragen van statushouders, met name gezinnen die op zoek zijn naar een plek om tijdelijk te kunnen wonen. Zij zijn op weg om onderdeel te worden van onze samenleving, en het helpt als ze op die route kennismaken met gemeenschappen zoals de kerk, die menselijkheid en gastvrijheid betonen. Het zijn mensen die al toegewezen zijn aan bepaalde dorpen of steden, en die dus in je dorp of stad komen wonen. Als kerken kunnen we op die weg een halte van gastvrijheid zijn, een gemeenschap van mensen die voor hen openstaat.
Barmhartigheid en gastvrijheid horen bij onze christelijk traditie. U kent misschien de aanbeveling van de kerkvader Johannes Chrysostomus die zijn kerkleden voorstelde om in hun huis een ‘Christuskamer’ te reserveren. Een ruimte bestemd voor iemand die in nood is en onderdak nodig heeft. Chrysostomus hoopte dat zijn kerken gastvrijheid lieten zien. Dat is namelijk een geestelijke oefening, een wonderlijke mix van inspanning en vreugde, ongemak en verrijking. Je ziel wordt er ruimer van. Je geloof krijgt handen en voeten wanneer je in je leven ruimte maakt voor de nood van anderen.
In onze kerk is hiermee veel ervaring. Veel mensen zetten zich in voor vluchtelingen, persoonlijk of als gemeenschap, en voor gastvrijheid om mensen op allerlei manieren een thuis te geven.
Wat houdt deze actie in?
We vragen aan lokale kerken of zij ruimte beschikbaar willen stellen om een beperkt aantal statushouders gedurende maximaal drie maanden onderdak te bieden. Het gaat met name om gezinnen. Denk aan een vakantiehuisje dat vrijstaat en door de kerk gehuurd wordt, een huis in de gemeente of een leegstaande pastorie, een ruimte van de kerk die weinig gebruikt wordt en die voor drie maanden deze bestemming kan krijgen.
Alle vragen rond logistiek, organisatie, juridische en financiële aspecten zijn in handen van INLIA, een betrouwbare organisatie die hiermee jarenlang ervaring heeft. De actie is doorgesproken met het ministerie, en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. Er is een helpddesk opgezet, er zijn draaiboeken beschikbaar, een ondersteunend team staat klaar. Er is dus ervaring en kunde beschikbaar die je als lokale kerk, parochie of wijkgemeente helpt om dit te kunnen doen. Zie de webpagina Actie Onderdak waar u alle informatie rustig door kunt nemen.
Na drie maanden zullen de gasten die onderdak in uw gemeente vinden, verdergaan. Het is dus tijdelijk. Achter de schermen hebben we hard gewerkt om garanties te krijgen van ministerie, COA en lokale burgerlijke gemeenten dat het bij die drie maanden blijft. Dat is de aard van deze actie: tijdelijk onderdak. De actie duurt in haar geheel zes maanden. Dat betekent dat je als gemeente de komende drie maanden kunt ‘instappen’. Eind december eindigt de mogelijkheid tot deelname. We moeten als kerken onze beperkingen qua organisatievermogen en qua rol in dit complexe vraagstuk kennen.
De gasten om wie het gaat hebben de procedures doorlopen om in Nederland te mogen wonen. Zij zijn erkend door de overheid in hun redenen om hun land van herkomst te ontvluchten. U weet het uit de media: duizenden mensen met dezelfde permissie om hier te wonen, wachten in azc’s op plekken in Nederland om hun leven weer op te bouwen. Ze snakken naar werk, school voor de kinderen, naar het gewone leven en naar een gemeenschap die hen menselijk behandelt. Op die route willen wij als kerk een gemeenschap zijn die hun tijdelijk onderdak biedt.
Het bijzondere is dat het bij voorkeur gaat om statushouders die toegewezen zijn aan de stad of het dorp waar u kerk bent. Zij zijn dus buren to be: toekomstige dorpsgenoten/stadsgenoten. Als lokale kerk neem je het initiatief, maar je kunt allerlei bondgenoten vinden in het dorp of in de stad: andere kerken, de voetbalclub die een paar trainingen aanbiedt aan de jongens of meisjes uit het gezin, een kapper die een paar knipbeurten komt doen, de muziekclub die komt vragen of je eens meedoet. De kerk neemt initiatief en verantwoordelijkheid, maar er kan veel in gezamenlijkheid. Zo bouw je iets met elkaar op.
Natuurlijk ‘kost’ dit wat, maar graag benadrukken we ook de verrijking ervan. Zij die ervaring hebben met de praktijk van gastvrijheid leren ons dat je zelf iets ontvangt. Je leert van je gasten. Je leert iets over jezelf, er kan iets ontstaan van gezamenlijkheid en respect. Maar ook plezier, voor elkaar koken, met elkaar praten of sporten. Het is hard werken om mensen uit een andere cultuur, mensen die qua vluchtervaringen en dreiging niet zonder ballast zijn, te faciliteren in een tijdelijk thuis. Maar ook daar leer je van: inschikkelijkheid, nederigheid, verdraagzaamheid, het besef hoe welvarend ons land is en hoe veilig. Ook jongeren kunnen hiervan veel leren. We vragen elke kerkelijke gemeente een kleine commissie te maken van gemeenteleden die deze actie coördineren.
Er zijn rond de ‘Actie Onderdak’ allerlei praktische en principiële vragen. We hebben daarom op de website van Actie Onderdak een ‘meest gestelde vragen-site’ geopend waarop u uw weg kunt vinden. We zijn blij dat er gemeenten zijn die al hebben aangegeven mee te willen doen en die deze week al aan de slag gaan. We hebben de actie ook doorgesproken met de classispredikanten. Ook zij zullen zich inzetten om gemeenten te stimuleren tot deelname. Het is een kerkbrede en kerkoverstijgende actie.
Wat vragen we concreet?
De eerste vraag die we als moderamen aan u als kerkenraad willen stellen is deze: Zou u deze vraag in uw kerkenraad op een open manier willen bespreken? Is er een mogelijkheid om hier als gemeente aan mee te doen? Kunt u tijdelijk woonruimte beschikbaar stellen of kunt u die huren? Of kunt u met andere wijkgemeenten of met naburige kerkelijke gemeenten samen iets aanbieden? En mochten uw mogelijkheden beperkt zijn, kunt u dan andere gemeenten die wel deelenemen, steunen: met gebed, met financiële steun, met menskracht?
We durven u dit te schrijven omdat we breed in onze kerk het verlangen horen om midden in deze tijd, met al zijn vragen en verwarring, met al zijn haat en dwaling, werkelijk kerk te zijn, lichaam van onze Heer, Jezus Christus. Het is juist omdat wij Hem volgen, dat iets in ons dringt om in deze tijd van ongastvrijheid een ander soort gemeenschap te zijn en die open te stellen voor mensen in nood.
We hopen op uw welwillende lezing van deze brief, een open gedachtewisseling in uw gemeente en/of kerkenraad, en moedige daadkracht.