Hij stapte in de boot en zijn leerlingen volgden Hem. Plotseling begon het meer enorm te kolken, zodat de boot bijna door de golven werd verzwolgen. Maar Jezus sliep (Matteüs 8: 23, 24)
Waar is jouw plek?
Als je in dat schip zat, met storm op zee – waar zou jouw plek dan zijn? Op de achterplecht, aan het roer, aan de touwen, verschrikt kijkend of verwoed helpend? Of zou je slapen in het vooronder? Geniet je van de ruige tocht, of is je hart klein?
Deel van een geheel
Het is fijn als er balans is tussen deel zijn van het geheel en tegelijkertijd aangesproken worden als persoon. Ik ben deel van een familie, maar ook een eigen persoon. De samenleving is de plek waar ik leef en mijn rol heb, geen mens kan zonder die verbanden. Tegelijkertijd ga ik mijn eigen weg, kies ik wat past bij mij, voor zover ik te kiezen heb. Anderen doen evenzo.
Pelgrims en zeevaarders
Ik ben deel van een kerkelijke gemeenschap, een groep mensen die samen optrekt door het leven. Pelgrims. Of zeevaarders – in stormachtige tijden. In de kerk sta ik in een traditie die door de eeuwen heen is gevormd, geïnspireerd door God en het geloof, met woorden, liederen en gebeden. Een groot verband. Velen zijn daarvan deel, met wie ik samen zoek naar kerk-zijn in deze tijd.
Ikzelf en de ander
Een groter verband is waardevol voor die zoektocht. Waar de een kan sturen, kan de ander hozen en weer een ander de koers behouden. Tegelijkertijd gaat het in de kerk ook om wie ik ben en wie de ander is. Je eigen plek in het geheel van de kerk. En hoe je daarin wordt gekend door God. Ieder eigent zich op eigen wijze het Woord toe. Ieder staat zelf voor God.
'Voor jou'
In de viering, bij het heilig avondmaal, is het moment dat brood en wijn aangereikt worden. Iedereen staat in de kring – zo gaat het in Zwolle. Bij het aanreiken klinkt: 'voor jou'.
Met open hand en hart
Vele mensen hebben hun voetstappen in de kerk en haar traditie gezet. Maar op dat moment, bij het avondmaal, wordt ieder mens persoonlijk aangesproken. Lichaam van Christus voor jou – de mens van God is er voor ieder mens. Die nabijheid ontvangen gaat met jouw open hand en hart.
Een ketting van vele kralen
Binnen het geheel wordt ieder gezien, ontvangt ieder persoonlijk. Ieder mens is in haar eigenheid van waarde. Ieder mens in zijn geloof. Zoals een ketting gevormd wordt door vele kralen en iedere kraal ertoe doet voor het geheel.
De kerk en de wereld
In de wereld razen ontwrichtende oorlogen. Dichterbij is er tweespalt tussen groepen mensen. Soms met angst en woede tot gevolg. Van dat wereldgebeuren zijn wij deel. In die wereld staat de kerk. De plaats waar wij mensen leven. Daarin is het van belang om handen en harten te openen. En passende taken dragen. Aan de touwen hangend, of de achterplecht bemensend.
Bemenst leven
Dan is het leven niet langer onpersoonlijk, maar wordt het bemenst. Het geeft de mogelijkheid dat de een de ander in de ogen kijkt, de hand schudt, en weet dat die ander ook mens is. Om zo in het grote geheel van de wereld de menselijkheid in het oog te houden. Met alles wat daarvoor nodig is – barmhartigheid, vrede, liefde, vergeving.
Het slapen van Jezus in de boot lees ik zo, dat Hij vol vertrouwen het schip der kerk aan mensen toevertrouwt. En dat dit moed en hoop geeft om te blijven werken in en aan die kerk én aan de wereld. Met onze harten en handen, met onze twijfel en ons vertrouwen. En met ons geloof.