Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Een zee van licht – kaarsen verdrijven de duisternis

Kaarsen zijn in de geschiedenis altijd verbonden geweest met de kerkelijke liturgie, als kleine tekenen van hoop. In zichzelf hebben ze vaak geen betekenis, maar ze verwijzen, als symbool, naar de betekenis erachter.

Een in deze serie ging over het aansteken van kaarsen op de liturgische tafel, zoals de tafelkaarsen, kaarsen bij de maaltijdviering of bij de opening van de Bijbel. Er zijn ook momenten dat we heel veel kaarsen aansteken, als een ‘zee van licht’. 

Betekenis kaarsen 

Omdat kaarsen in zichzelf vaak geen betekenis hebben, is het gebruik van de kaars zelf niet ‘heilig’, je kunt het doen of achterwege laten. Maar áls je ervoor kiest, vraagt de betekenis erachter wel om een zorgvuldig en consistent gebruik ervan. 

De doopkaars en belijdeniskaars tonen, ook in hun vormgeving, de meest directe verbinding met de paaskaars. Dat is omdat het door de doop hernieuwde leven van de dopeling, of de beaming erop door de belijdeniscatechisant, direct is verbonden met de opstanding van Christus. De doopkaars is eigenlijk een klein paaskaarsje omdat zij met Christus opstaan in een nieuw bestaan. De lichten die meegaan naar de kinderdienst – vóór de kinderen uit, zij volgen het licht dat de weg wijst – symboliseren Gods aanwezigheid in hun samenzijn, die verbonden is met Gods aanwezigheid in de kerkruimte. Daarom worden de kinderlichten aan de paaskaars aangestoken. 

Steeds een licht erbij 

Adventskaarsen zijn een bijzondere categorie. Zij laten het licht groeien in de donkere dagen tot het Licht der wereld aanbreekt met Kerst, als de dagen weer gaan lengen. Op de eerste adventszondag steek je de eerste kaars aan. Die blijft branden als je een week later de volgende aansteekt. Want elk licht dat in de kerk wordt aangestoken is een ‘licht dat nooit meer dooft’. De eerste kaars zou dus niet opnieuw moeten worden aangestoken, die brandt ‘nog’, alsof die de hele week heeft gebrand. De zondagen zijn met elkaar verbonden, we bouwen steeds voort op wat we vorige week gedaan hebben. Alleen de tweede kaars steek je nieuw aan. Daarna alleen de derde, en de vierde. 

Gedurende de Veertigdagentijd wordt in sommige gemeenten elke week tijdens het zingen van een projectlied een kaars gedoofd, zes op een rij. Het is de vraag of dat het juiste beeld is. Leven we in de Veertigdagentijd toe naar de duisternis van Goede Vrijdag, of, net zoals in de andere liturgisch ‘paarse’ tijd (Advent), naar het komende (paas)feest? Doof de kaarsen niet, maar steek ze juist aan. Elke week een erbij. Pasen komt dichterbij. 

Zee van licht 

Met kleine kaarsen (van die lange dunne, of juist waxinelichtjes) kun je nog iets heel anders uitdrukken: je maakt met elkaar een zee van licht. In tegenstelling tot de hierboven beschreven enkele kaarsen drukken zij een overweldigende ervaring uit, die zich niet in woorden kan uitdrukken. 

In de paasnacht gebeurt dit na het indragen van de , die het onuitsprekelijke wonder symboliseert dat de dood is omgekeerd in leven – dat er daadwerkelijke opstanding is ontstaan die al het leven in een nieuw licht zet. Als symbool van dat ‘alles nieuw’ is en dat alle gelovige mensen deel zijn van die verbazingwekkende werkelijkheid waarin Christus voorgaat, wordt het licht aan elkaar doorgegeven. Het licht verspreidt zich door de hele kerkruimte en verdrijft letterlijk de duisternis. Ook al krijg je het van je buurvrouw die naast je staat: de eerste heeft het aangestoken aan de paaskaars – de oorsprong is het licht van Christus. Door overlevering delen wij er nog steeds in. 

Veel kerken herhalen dit in de kerstnacht, als teken van het Licht der Wereld dat geboren is. Maar de oorsprong van het ritueel ligt in de paasnacht. Wat beide verbindt is de gedachte dat door Christus alle duisternis tenietgedaan wordt. 

Gedachteniskaarsen 

Een bijzondere categorie zijn de gedachteniskaarsen. En dan bedoel ik niet alleen de kaarsen die ontstoken worden bij het op de Gedachteniszondag in november. Het is namelijk een mooi gebruik om na het noemen van de namen van het afgelopen jaar de hele gemeente de mogelijkheid te geven een kaars te ontsteken voor iemand in hun omgeving die ze missen, korter geleden of al jarenlang. Daarmee druk je uit dat alle gestorvenen in een bundel van licht zijn, deel van de gemeenschap der heiligen die ieder individu overstijgt. Er hoeft daar geen grens gelegd te worden bij mensen die ingeschreven stonden in de kerkelijke administratie of alleen het afgelopen jaar zijn gestorven. Dat zijn onderscheidingen die de mensen aanbrengen, Gods werkelijkheid is altijd groter en onze geliefde doden zijn buiten de grenzen van de tijd in Hem één. 

Troost 

Dat brengt mij op een laatste symbool. Sommige kerken hebben een speciale kandelaar waarop veel lichtjes kunnen branden. Soms staan die in een gedachtenishoek, waar kerkgangers wanneer ze maar willen een gedachteniskaarsje kunnen ontsteken. Op andere plekken of momenten is dit verbonden met gebeden of voorbeden. Ook hier is het uitgangspunt dat een veelheid van licht troost geeft, omdat onze gedachtenis of gebeden zijn ingebed in de gedachtenis en gebeden die door anderen voor en na ons gebeden worden.  

Voor veel mensen een belangrijk ritueel 

“In onze gemeente is het gebruikelijk om aan het begin van het blok ‘dienst der gebeden’ een lied te zingen waarbij mensen naar voren kunnen komen om een kaarsje aan te steken. Meestal maken tussen de tien en twintig mensen daar gebruik van. Met behulp van een aansteekkaars, ontstoken aan de paaskaars, steken ze een waxinelichtje in de ‘kaarsenboom’ aan. Voor veel mensen is dit een belangrijk ritueel. Het is in een van de wijkgemeenten, waar een vrij kleine club mensen samenkwam, bedacht. Daar was het goed in te voegen. Toen onze drie wijkgemeenten samengingen, werd er wel verschillend op gereageerd. Een klein onderzoekje wees uit dat de meeste gemeenteleden het een fijn ritueel vinden. Een kleiner deel heeft er zelf niet veel mee maar ziet dat het voor anderen betekenisvol is, en voor een nog kleiner deel hoeft het niet. Daar heb ik van geleerd dat je goed na moet denken over zo’n ritueel en dat je het goed uit moet leggen aan de gemeente.” 

Annemieke Hartman, pastor in de Protestantse Gemeente Leidschendam 

‘Mijn persoonlijk gebed wordt nu omringd door vele gebeden’ 

“Mijn voorganger, Job de Bruijn, kreeg in 2012 een kaarsenstandaard cadeau van de Sint Jansbasiliek in Laren. Deze kreeg een plek bij het gedachtenisbord. In coronatijd kreeg deze een bijzondere functie. In de tijd dat niemand naar de kerk kon komen maar de dienst wel werd uitgezonden, noemde de voorganger bij het aansteken van kaarsen in de standaard namen van gemeenteleden die het moeilijk hadden. Dat had een enorme impact op degenen die thuis de dienst meemaakten. Daarna is het ritueel gebleven. Elke zondag steken zo’n 25 kerkgangers voor de dienst een kaarsje aan op de standaard. Gemeenteleden waarderen het dat je dit in stilte kunt doen, je hoeft er geen mooie woorden aan te geven, het is voor jezelf. Vóór 10 uur vult de standaard zich met allemaal kaarsen. Iemand zei eens: ‘Mijn persoonlijk gebed wordt nu omringd door vele gebeden.’ Dat is mooi. Op Gedachteniszondag houden we voor de dienst de standaard leeg. Tijdens de dienst noemen we de namen van overledenen en steken voor hen een kaars aan.” 

Benedikte Bos, predikant van de Protestantse Gemeente Laren-Eemnes 

Illustratie: Annedien Hoogenboom

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)