Snel naar:
- Wat is vernieuwen en veranderen?
- Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij vernieuwen en veranderen?
- Hoe werk je in de praktijk aan vernieuwing en verandering?
Wat is vernieuwen en veranderen?
Aansluiten bij Gods werk in de wereld
Het is een diep Bijbelse gedachte dat er altijd iets nieuws kan beginnen. Denk aan Jesaja 43:19: Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het – heb je het nog niet gemerkt? Vernieuwen en veranderen in de kerk gaat over aandacht hebben voor het nieuwe dat God aan het doen is. De Missio Dei, de gedachte dat God zelf in de wereld actief is en dat de kerk daarbij aansluit, biedt een krachtige bron voor vernieuwen en veranderen. Door Gods werk in de wereld te herkennen en hierbij aan te sluiten, kan de kerk nieuwe wegen vinden om aanwezig te zijn in de wereld, met open ogen en open oren (Lied 978). Of zoals de titel van een boek van de theologen Oeds Blok en Jack Barentsen het zegt: Wakker in Gods wereld.
Vernieuwing van mens en samenleving
In de kerkorde (artikel I.6) wordt dit mooi verwoord: De kerk belijdt telkens opnieuw in haar vieren, spreken en handelen Jezus Christus als Heer en Verlosser van de wereld en roept daarmee op tot vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat. Vernieuwing in de kerk gaat dus niet in eerste plaats over verandering van de kerk, maar over de vernieuwing van het leven van mens en samenleving. Vernieuwen en veranderen in en vanuit de kerk begint met mensen, die vernieuwd worden naar het voorbeeld van Jezus Christus, die aan het begin van zijn missie op aarde zegt: De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en geloof dit goede nieuws. De vernieuwing van mensen leidt als het goed is ook tot een andere manier van samenleven met anderen.
Een lerende geloofsgemeenschap
De geloofsgemeenschap is een gemeenschap van leerlingen. Leren behoort tot het wezen van de christelijke gemeente. Leren heeft alles te maken met vernieuwen en veranderen, ook op het niveau van de gemeente als organisatie. Bij deze focus op leren zijn afhankelijkheid van en vertrouwen op God belangrijk als tegenwicht tegen al te veel maakbaarheid. Dat geeft ontspanning: het hangt niet van ons af. De lerende gemeente heeft een aantal kenmerken, waaronder een open en positieve relatie tot de samenleving, gerichtheid op vernieuwing en een cultuur waarin ruimte is voor experimenteren en fouten maken.
Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij vernieuwen en veranderen?
Vernieuwen en veranderen begint met luisteren
Net als bij visie en beleid ontwikkelen, begint ook vernieuwen en veranderen met luisteren naar God vanuit vier invalshoeken: Bijbel en gebed, omgeving, eigen groep en bredere kerk. Op die manier scherp je jezelf om alert te zijn op waar Gods goede wereld al aanbreekt. Als kerk kun je zo meebewegen en een ‘teken, voorsmaak en instrument’ van die nieuwe wereld zijn. Vernieuwen en veranderen begint met een basishouding van openheid en ontvankelijkheid waarmee je de werkelijkheid benadert.
Vernieuwen en veranderen is vragen naar ‘de bedoeling’
Een belangrijke vraag die vaak ten grondslag ligt aan vernieuwen en veranderen is: Waarom doen we wat we doen? Dat is de vraag naar de bedoeling. Neem bijvoorbeeld de collecte in de eredienst. Je zou de vraag kunnen stellen: Waarom collecteren we eigenlijk tijdens een kerkdienst? Wat is daarvan de bedoeling? En is in deze tijd de collectezak dan het meest geëigende middel om dat doel te bereiken? Of zijn er ook andere mogelijkheden? Door dit soort vragen te stellen komt als vanzelf de creativiteit op gang. En blijf je niet hangen in discussies over een vorm, die heel vertrouwd voelt, maar misschien zijn doel mist. Een handig model hierbij is de ‘golden circle’ van Simon Sinek, die gaat over waarom je iets doet (de bedoeling), hoe je iets doet (het proces) en wat je doet (het product of de dienst).
Vernieuwen en veranderen is afscheid nemen
Om ruimte te maken voor iets nieuws, zul je ook afscheid moeten nemen van wat niet meer werkt. Met een dure term heet dat ‘exnovatie’. Loslaten, afscheid nemen is moeilijk, doet vaak pijn. Zeker als het gaat om zaken die je dierbaar zijn. Denk maar aan het moeten afstoten van een kerkgebouw waaraan je als geloofsgemeenschap gehecht bent, waar zoveel herinneringen en gebeurtenissen uit je leven mee verbonden zijn. Als dit soort moeilijke keuzes gemaakt moeten worden met het oog op de toekomst van je gemeente, is het goed om aandacht te schenken aan ervaringen van verlies en rouw die daarmee gepaard gaan.
Vernieuwen en veranderen is ook: innoveren
Innovatie is een discipline die zienswijzen en methoden aanreikt voor het omgaan met verandering en het werken aan vernieuwing. Innovatie kan helpen richting te zoeken in de complexiteit van het kerk-zijn in de context van vandaag. Om te bepalen wanneer het zinvol is om de zienswijzen en methoden van innovatie in te zetten kan het Cynefin-raamwerk behulpzaam zijn. Dit raamwerk is een instrument uit de wereld van innovatie dat helpt om meer zich te krijgen op ‘omgevingen’ (cynefin is Welsh voor ‘leefgebied’) waarin verandering en vernieuwing in de kerk een rol spelen. In dit raamwerk worden die omgevingen aangeduid met de woorden: simpel, ingewikkeld, complex of chaotisch. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Stel, je bent een kerkenraad van een dorpsgemeente. Je hebt volgens de kerkorde te weinig ambtsdragers. Volgens de regels van de kerk moet je dan bij de classis toestemming vragen voor het kunnen werken met een ‘kleine kerkenraad’. Dit lijkt een simpel ‘probleem’, dat de classis kan oplossen met het treffen van een maatregel. Je volgt in zo’n situatie als kerkenraad gewoon de regels. Maar in dit geval verbindt de classis aan deze maatregel de voorwaarde dat de kerkenraad het komende jaar werkt aan een duurzame oplossing van het probleem van de zwakke bestuurskracht. Daarmee wordt het vraagstuk ingewikkeld. Want nu is het geen kwestie meer van de regels volgen. Dit probleem vraagt om analyse, waarbij vragen horen als: Waarom lukt het ons niet om voldoende ambtsdragers te vinden? Welke opties hebben we om goed met het vraagstuk om te gaan? Als antwoord op die laatste vraag verkent je kerkenraad – met hulp van het classisteam – de mogelijkheden voor (bestuurlijke) samenwerking en zelfs het samengaan met een buurgemeente. Maar die blijkt in hetzelfde schuitje te zitten. Samenwerken of samengaan zal hooguit enkele jaren uitstel geven. En dan zal het bestuurlijke vraagstuk zich opnieuw voordoen. Je kerkenraad dreigt vast te lopen in dit probleem, dat gaandeweg complex is geworden. Het vraagstuk gaat niet alleen over bestuurskracht, maar raakt aan de toekomst van het kerk-zijn in deze regio. Dat werpt je als kerkenraad niet alleen terug op de vraag ‘Wat is onze roeping?’, maar vraagt ook om out-of-the-box denken. In deze voorbeeldsituatie kan het inzetten van het instrumentarium van innovatie van toegevoegde waarde zijn. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van verschillende toekomstscenario’s.
Vernieuwen en veranderen is experimenteren
Vernieuwen en veranderen in de kerk gebeurt tegen de achtergrond van een complexe en snel veranderende werkelijkheid. In zo’n context, waarin geen eenduidige oplossingen voorhanden zijn, is dé manier om tot vernieuwing en verandering te komen het experiment. Bij experimenteren neem je kleine stapjes. We noemen dat ook wel ‘kort cyclisch werken’. Deze manier van werken bestaat uit vier stappen: aanname, experiment, meten, leren. Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Stel, je wilt als gemeente iets doen voor de doelgroep ouderen, vanuit de aanname dat er in deze groep veel eenzaamheid en dus behoefte aan onderling contact is. De volgende stap is dan dat je een experiment doet. Je organiseert een contactmiddag voor ouderen, met een lezing en groepsgesprekken. Aan het einde van die bijeenkomst laat je de deelnemers een evaluatieformuliertje invullen. Dat is de derde stap, het meten. De laatste stap is die van het leren. Door de evaluatie kom je er bijvoorbeeld achter dat een maandelijkse contactmiddag door de doelgroep erg gewaardeerd wordt, maar dat ze liever een keuzemenu van activiteiten tijdens zo’n bijeenkomst hebben.
Vernieuwen en veranderen is ook: ondernemen
In het artikel De ondernemer en de kerk: zegen, risico en noodzaak schrijft Henk-Jan van Manen van De Verspieders: “Als we de weg van Jezus willen volgen, hoort daar dus ook bij dat we altijd onderweg zijn en durven te vernieuwen en veranderen zoals Hij dat in Zijn leven liet zien. Paulus en de andere apostelen toonden een ongekend ondernemerschap, vanuit hun roeping. Dat mag ons ten voorbeeld zijn.” Uit onderzoek van Annemarie Foppen en anderen naar verschillen tussen het psychologische profiel van pioniers en gemeentepredikanten blijkt dat pioniers meer openstaan voor nieuwe ervaringen dan gemeentepredikanten en in die zin meer ondernemend zijn. Dat is een eigenschap die natuurlijk goed past bij kerkelijk pionieren. Maar ook ‘gewone’ gemeenten kunnen baat hebben bij een ondernemende houdding, zoals de durf tot het nemen van risico's en in het onbekende stappen.
Vernieuwen en veranderen vraagt om een ‘tegenstem’
Vernieuwen en veranderen begint vaak met een ‘tegenstem’. Denk bijvoorbeeld aan een groep jongeren in de gemeente die aangeeft dat de zondagse viering ze niet meer raakt. Juist deze stem van een minderheid is het waard om gehoord te worden. Je kunt zo’n tegenstem beschouwen als een soort ‘early warning system’, als de spreekwoordelijke kanarie in de kolenmijn. Stel nu dat je als kerkenraad deze groep de ruimte geeft om te experimenteren met nieuwe vormen van vieren. Ook zo’n experiment vraagt om een tegenstem, om kritisch positief meedenken. Bijvoorbeeld door de vraag te stellen: Wat maakt dat deze vorm jullie generatie wel raakt? En hoe zou dat voor andere generaties in de gemeente zijn? Tegenstemmen kunnen ten slotte ook gaan klinken als vernieuwingen en veranderingen worden doorgevoerd. Vaak worden dit soort tegenstemmen gezien als weerstand. Dat is een negatief frame. Je kunt zulke tegenstemmen ook zien als ‘remmende krachten’, zoals Sake Stoppels ze in zijn boek Voor de verandering beschrijft. Die zijn niet altijd negatief, maar kunnen soms ook heilzaam zijn.
Hoe werk je in de praktijk aan vernieuwing en verandering?
Vernieuwen en veranderen in gemeente en kerk
Veel gemeenten staan voor grote uitdagingen als het gaat om hun toekomst: door krimp in leden en financiën, vergrijzing en ontgroening en door afnemende bestuurskracht. Doorgaan op de oude voet werkt in dat soort situaties vaak niet meer. De koers moet worden bijgesteld of het roer moet zelfs volledig om. Een voorbeeld van dat laatste is het samenwerken of samengaan met een of meerdere buurgemeenten. Dat zijn ingrijpende veranderingen voor alle betrokkenen. Het komt dan aan op zorgvuldige processen van analyse, menings- en besluitvorming. Gelukkig staan gemeenten er wat dat betreft niet alleen voor. Zo is er in steeds meer classes een classisteam, dat proactief meedenkt in dit soort veranderingsprocessen. De Protestantse Kerk als geheel denkt ook al langere tijd na over wat er nodig is om voorbereid te zijn op de toekomst. In het kader van Lichter op pad wordt nagedacht over en gewerkt aan lichtere vormen van kerk-zijn, zodat lokale gemeenten zich meer kunnen richten op hun roeping en kerntaken.
De ‘crisis’ die in een toenemend aantal gemeenten ervaren wordt als het gaat om de toekomst van het kerk-zijn ter plaatse kan ook gezien worden als ‘kans’. Een kans tot fundamentele bezinning op de vraag wat het betekent om kerk te zijn in deze tijd en op deze plaats. Zolang het gemeenteleven in hetzelfde stramien kan doorgaan is er vaak weinig ruimte voor zo’n bezinning en voor echte vernieuwing en verandering. Maar waar de weg van de gemeente dreigt dood te lopen ontstaat die ruimte – noodgedwongen – wel. Het is dan de kunst om niet direct terug te grijpen op allerlei overlevingsstrategiën, maar om – net zoals de apostelen dat deden na de hemelvaart van hun Heer – biddend te wachten op God en de weg die zijn Geest de gemeente wijst.
Vernieuwen en veranderen via proefplekken
Er zijn in de Protestantse Kerk – naast ‘gewone’ gemeenten – veel verschillende vormen van kerk-zijn die iets zichtbaar willen maken van Gods nieuwe wereld: pioniersplekken, kliederkerken, (diaconale) presentieplekken, monastieke initiatieven enzovoort. We noemen ze ook wel ‘proefplekken’. Dat zijn alle initiatieven die zich richten op het bouwen van nieuwe gemeenschappen. Plekken waar mensen met verschillende achtergronden bij elkaar komen rond dat wat hen samenbindt, en waar de initiatiefnemers in woorden en daden iets delen van hun christelijke inspiratie. Om proefplekken te ondersteunen bij hun ontwikkeling is er onder andere het online leerplatform Leren pionieren. De inhoud van de 12 kernthema’s, uitgewerkt in leermodules, is voor een groot deel ook voor reguliere gemeenten relevant. Samen met deze gemeenten vormen proefplekken een zogenaamd ‘mozaïek van kerkplekken’.