Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Regelgeving rond tijdelijke inzet predikanten duidelijker en flexibeler

De regelgeving rond de tijdelijke inzet van predikanten is duidelijker en flexibeler geworden. Dat is fijn voor gemeenten die tijdelijk een vervanger nodig hebben. Maar ook voor predikanten vanwege een betere rechtspositie. De nieuwe regeling is sinds 1 juli 2021 in werking.

De Protestantse Kerk heeft een eigen rechtspositie voor predikanten. “We hebben een eigen kerkelijk arbeidsrecht, met eigen sociale zekerheid,” vertelt Thomas Hoekstra, kerkjurist bij de dienstenorganisatie. 

Met de nieuwe regelgeving wordt tegemoetgekomen aan de vraag van predikanten en gemeenten om ruimte en een goede rechtspositie voor tijdelijk werk. Predikanten krijgen voor de meeste vormen van tijdelijke inzet pensioenopbouw en een tijdelijkheidsopslag op het traktement. De betalingen verlopen via de centrale kas predikantstraktementen. 

De nieuwe regels zijn van toepassing op predikanten die rechtstreeks aan een gemeente zijn verbonden. Predikanten die via de mobiliteitspool zijn verbonden aan een gemeente of een bijzondere opdracht hebben, vallen niet onder deze rechtspositieregeling.

Hulpdienst en tijdelijke dienst

Bij tijdelijke inzet wordt onderscheid gemaakt tussen hulpdiensten en tijdelijke dienst. “Een predikant die hulpdiensten verricht wordt niet beroepen als predikant van de gemeente, een predikant in tijdelijke dienst wel.” 

Hulpdiensten kunnen incidenteel en structureel zijn. Bij een incidentele hulpdienst gaat het om een opdracht die op zichzelf niet langer duurt dan 40 uur, bijvoorbeeld een preekbeurt of het verzorgen van een rouwdienst. Een predikant krijgt voor een incidentele hulpdienst betaald op basis van een tarievenlijst, zonder pensioenopbouw of verzekering bij arbeidsongeschiktheid. Hoekstra: “Een preekbeurt is een goed voorbeeld. Als een gemeente een predikant drie keer wil laten voorgaan, dan zijn dat drie opdrachten, maar ze blijven incidenteel. En dat betekent: voor even invallen.” 

Bij structurele hulpdiensten, bijvoorbeeld vervanging bij ziekte of vacature, bouwt een predikant wel pensioen op en is er een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Daarnaast ontvangt een predikant een toeslag op zijn of haar traktement, in plaats van wachtgeld. Structurele hulpdiensten duren maximaal 2 jaar. Hoekstra: “Predikanten kunnen straks zelf met gemeenten afspraken maken op basis van de eigen, verbeterde rechtspositie. Een structurele hulpdienst mag je na twee jaar verlengen, met instemming van de classicale vergadering. Wat verandert is de werktijd, die is nu vrijgelaten en zelf in te vullen tussen de 0 en 100%.” Een belangrijke verandering bij de structurele hulpdienst is dat de predikant een volledige rechtspositie krijgt, en daarbij pensioenopbouw en een ww-voorziening. “Bij de structurele hulpdienst krijgt een predikant een toelage op zijn traktement, dat moet je als een spaarpotje zien, waarin de predikant zelf keuzes maakt.”

Hoekstra: “Gemeenten kunnen zelf, zonder betrokkenheid van de classis, met een predikant afspraken maken over incidentele en structurele hulpdiensten. Bij verlenging van structurele hulpdiensten is toestemming van het breed moderamen van de classicale vergadering nodig.” Vanwege de facturering moeten structurele hulpdiensten ook gemeld worden bij de centrale kas predikantstraktementen.

Gaat een predikant voor langer dan twee jaar in een gemeente aan het werk, dan kan hij of zij worden beroepen in tijdelijke dienst. Er is geen vastgestelde maximale termijn, zodat bijvoorbeeld ook een predikant kan worden beroepen voor de ‘duur van het fusie-proces’.. Net als bij de structurele hulpdienst bouwt de predikant pensioen op, is er verzekering bij arbeidsongeschiktheid, en krijgt hij of zij een toeslag. Hoekstra: “Net als bij de structurele hulpdienst wordt bij tijdelijke dienst geen wachtgeld gegeven, maar een opslag op het traktement. Een predikant spaart zelf voor eventuele werkloosheid, zijn of haar uitkering zit min of meer al in het traktement verwerkt. Dat wordt gefinancierd door de gemeente waar de predikant in tijdelijke dienst is. De gemeente betaalt een toeslag voor de tijdelijkheid. We sluiten hierbij aan bij wat maatschappelijk gewoon is: voor een tijdelijke kracht betaal je meer.” 

Proponenten

Voor een proponent is de tijdelijke dienst wel gemaximaliseerd tot een periode van 5 jaar. Daarna kun je voor onbepaalde tijd worden beroepen. Hoekstra: “Hier geldt een iets andere regeling dan bij predikanten. Een proponent moet ervaring kunnen opdoen als hij begint in een gemeente en tijd hebben om de eerste fase van de permanente educatie af te ronden. Als een proponent in tijdelijke dienst wordt beroepen, dan moet de duur daarvan minimaal drie jaar zijn.”

Bij het invullen van de nieuwe regeling is vanuit het perspectief van de gemeente, de predikant en de kerk als geheel gekeken. “Veel kon al, maar is nu met de nieuwe regeling versterkt,” aldus Hoekstra. 

De nieuwe regels zijn sinds 1 juli 2021 in werking getreden.

Voor meer informatie ga naar de themapagina: