Dit is een mogelijke structuur voor het opzetten van plaatselijk beleid voor een veilige gemeente. De structuur doorloopt zes onderdelen: bewustwording, preventie, interventie, nazorg, communicatie en het vasthouden van het beleid. Gebruik ze als opbouw voor je eigen beleidsdocument.
- Redenen voor het beleid
- Bewustwording binnen de gemeente
- Preventie: instrumenten voor een veilige gemeente
- Interventie: routekaart voor vertrouwenspersonen
- (Na)zorg bij grensoverschrijdend gedrag
- Communicatie over het beleid
- Beleid veilige gemeente vasthouden
Redenen voor het beleid
Redenen waarom de kerkenraad kiest voor een beleid veilige gemeente.
Bewustwording binnen de gemeente
De basis voor het beleid is bewustwording binnen de gemeente: bewust zijn van machtsongelijkheid onder gemeenteleden en de effecten daarvan. Machtsverschillen tussen groepsleiding en deelnemers in het jeugdwerk, tussen ouderling en pastorant, tussen diaken en cliënt, tussen vrijwilliger voor hand- en spandiensten en gemeentelid. Het effect kan zijn dat iemand met meer macht grensoverschrijdend gedrag vertoont. De ander ervaart dat in eerste instantie niet als storend of wil daar geen aandacht aan besteden, tot het gevoel van veiligheid wordt aangetast.
- Erkennen dat dit grensoverschrijdend gedrag ook in de eigen gemeente voorkomt.
- Bewust zijn dat alle gemeenteleden recht hebben op een veilige gemeente.
- Vasthouden van de aandacht voor het onderwerp: op beleidsniveau regelmatig agenderen van 'veilig jeugdwerk' en 'veilige gemeente'; wat doen we, gaat het goed en wat kan beter.
- Erop toezien dat in bijeenkomsten (gespreksgroepen, clubwerk, catechese, vieringen) zo nu en dan gebruikgemaakt wordt van activiteiten en werkvormen die bewustwording over veiligheid bij de gemeenteleden, van oud tot jong, vergroot.
Preventie: instrumenten voor een veilige gemeente
- Benoemen van vertrouwenspersonen die zichtbaar zijn voor gemeenteleden, laagdrempelig te benaderen en functioneren als 'ambassadeur' voor veilige gemeente en veilig jeugdwerk.
- Zorgvuldige selectie van vrijwilligers en hun geschiktheid periodiek vaststellen. VOG's vragen aan vrijwilligers en beroepskrachten die werken met minderjarigen en mensen in een kwetsbare positie.
- Vrijwilligers en beroepskrachten een gedragscode laten ondertekenen (voor predikanten en kerkelijk werkers is een door de synode vastgestelde gedragscode, deze geldt al voor hen).
Interventie: routekaart voor vertrouwenspersonen
Zie de routekaart voor vertrouwenspersonen.
Routekaart voor plaatselijke vertrouwenspersonen
(Na)zorg bij grensoverschrijdend gedrag
- In preek en liturgie rekening houden met slachtoffers van machtsmisbruik of andere misstanden (woordkeuze in gebeden, liedkeuze).
- Nazorg en pastorale zorg geven aan slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag in de gemeente.
- Nazorg en pastorale zorg geven aan daders van grensoverschrijdend gedrag in de gemeente. Dit kan niet dezelfde persoon zijn die het slachtoffer begeleidt.
Sommige gemeenteleden zijn slachtoffer of dader van incest, huiselijk geweld, vormen van machtsmisbruik en bedreigende situaties in het werk (ambulancepersoneel, militairen, politie, werkenden in de zorg en hulpverlening), of elders, of van criminaliteit. Zorg ervoor dat ook zij zich in je gemeente veilig voelen. Zij willen gehoord, gezien en erkend worden. We hebben vaak de neiging weg te kijken of niet het geduld op te brengen hen blijvende aandacht en zorg te geven.
Communicatie over het beleid
Beschrijf via welke communicatiemiddelen en op welk moment je dit beleid onder de aandacht van je gemeenteleden brengt, en in welke communicatiemiddelen informatie een vaste plek krijgt, bijvoorbeeld de namen en contactgegevens van de vertrouwenspersonen.
Beleid veilige gemeente vasthouden
Beschrijf ook op welke manier je de aandacht voor een veilige gemeente vasthoudt. Bijvoorbeeld door het onderwerp te agenderen in de jaargesprekken, op de kerkenraad te bespreken aan de hand van het jaarverslag van de vertrouwenspersonen, een themadienst, onderwerp in de catechese, enz.