In deze brief staat preses Trijnie Bouw stil bij wat het in de praktijk betekent om een presbyteriaal-synodale kerk te zijn. Het model vraagt om een zorgvuldig samenspel tussen lokale gemeenten en bovenlokale gremia en dat is niet altijd eenvoudig. Diversiteit en ambivalentie zitten soms in de weg, zoals ook het onderzoek naar de werkcultuur in de dienstenorganisatie laat zien. Haar oproep: laten we samen, op alle plekken die ertoe doen, het gesprek voeren over hoe we kerk willen zijn en daar gezamenlijk vorm aan geven.
Het zal niet vaak met trots hardop gezegd worden dat we als Protestantse Kerk presbyteriaal-synodaal zijn. Toch stuurt dit model de praktijk van ons kerk-zijn. In het kort komt dat op het volgende neer. Presbyteriaal geeft aan dat de leiding over de gemeenten in handen is van een gekozen raad van ambtsdragers. Synodaal wijst op de verbinding van de lokale gemeenten in het kerkverband als geheel. Lokale gemeenten zijn zelfstandig, maar niet opzichzelfstaand. Om de eenheid te bewaren en gezamenlijk besluiten te nemen, kennen we de zogenaamde 'meerdere vergaderingen', classicaal en landelijk, waarin lokale ambtsdragers zijn afgevaardigd.
Zorgvuldig samenspel
Op papier klinkt dat mooi, maar in de praktijk vraagt het om een zorgvuldig en respectvol samenspel tussen de diverse gremia, waarbij formele macht wordt erkend en informele macht wordt herkend en waar nodig ontmaskerd. De praktijk laat zien dat binnen datzelfde model diversiteit in interpretatie en beleving bestaat. Dat het hart van de kerk in de lokale gemeente klopt, wordt breed gedragen. Maar welke rol en plaats de bovenlokale kerk moet hebben, daar begint het soms grote verschil. De een ziet die rol als klein en afgeleid, de ander acht die rol groter en van meer belang. Daarnaast zie ik de nodige ambivalentie, ook bij collega's. Aan de ene kant moet 'het land' (wie dat dan ook is) niet denken dat het zelf iets te zeggen heeft en zeker niet over jou. Aan de andere kant klinkt richting datzelfde 'land' de roep om iets te doen of te zeggen als er wat misgaat in de kerk (of de samenleving). We zijn presbyteriaal-synodaal, maar we zijn ook divers en ambivalent.
Verschil tussen gemeenten
Het is een mooie prestatie geweest om, ondanks deze diversiteit en ambivalentie, en voortkomend uit drie kerkelijke tradities, te komen tot een gezamenlijke kerkorde. Dat was nodig om de vereniging tot Protestantse Kerk tot stand te brengen. Maar 20 jaar later leven we in een andere werkelijkheid waarin andere dingen nodig blijken. Zelf werk ik nu 35 jaar voor en in onze kerk en heb dat zien gebeuren. Deze tijd kent eigen uitdagingen en mogelijkheden, waarbij het verschil tussen de gemeenten onderling erg groot kan zijn.
Zolang we ons presbyteriaal-synodale bouwwerk met voldoende mensen en middelen fier overeind konden houden, hadden diversiteit en ambivalentie een zekere charme. Nu kunnen ze ons juist in de weg zitten om op een goede en geestelijke, kortom wijze manier om te gaan met de uitdagingen én mogelijkheden van de tijd waarin wij leven. Nuchter en waakzaam, en tegelijk vanuit hoop en verwachting. Welke richting zien we met elkaar? Hoe bespreken we die? Wie committeert zich waaraan?
Werkcultuur dienstenorganisatie
Waar duidelijk wordt hoe ons eigen stelsel ons in de weg kan zitten, blijkt uit het onderzoek naar de werkcultuur in de dienstenorganisatieVerder lezen
Onderzoek werkcultuur dienstenorganisatie waartoe de kleine synode opdracht heeft gegeven. Naast een gedegen analyse van allerlei interne patronen en stijlen die echt anders moeten, ziet het onderzoeksbureau AEF een stuurloze en richtingloze organisatie. Het ontbreekt aan een duidelijke, eenduidige, duurzame, concrete en werkbare richting vanuit de synode. Er zijn grote veranderprojecten vanuit de synode in gang gezet zonder goed zicht te hebben op de consequenties voor de werkvloer. Ook de genoemde diversiteit en ambivalentie speelt de organisatie parten. Voor de een is 'Utrecht' het symbool van regelgeving van bovenaf, voor de ander doet 'Utrecht' te weinig om zaken tot stand te brengen. De ene keer doet 'Utrecht' te veel, de andere keer te weinig, de ene keer is er te veel inhoud, de andere keer te weinig. Zo zadelen we als kerk onze medewerkersVerder lezen
Ontmoet... van de dienstenorganisatie op met een schier onmogelijke opdracht en overschaduwt dit sentiment het goede werk dat er door de betrokken medewerkers (want de passie is groot, zo bleek ook uit het onderzoek) namens ons allen en voor ons allen wordt gedaan.
Hoe spreken we over elkaar?
Waar we als moderamen op hopen en aan werken, en waar ik persoonlijk naar verlang, is dat we de kracht van ons presbyteriaal-synodale stelsel volop gaan inzetten om ook hierin verder te komen. Natuurlijk, de synode is aan zet. Maar de synode kan haar werk alleen goed en gevoed doen als op alle plekken die ertoe doen het gesprek wordt gevoerd vanuit het besef dat we er samen voor staan. Het gesprek over wat het betekent om als gemeente wel zelfstandig maar niet opzichzelfstaand te zijn. Over hoe we onderlinge samenwerking en solidariteit vormgeven. Over hoe we ons verhouden tot de classis. Over wat we zien als voornaamste roeping van de landelijke kerk in onze tijd. Over wat dat betekent voor synode, moderamen, preses en scriba. En voor de dienstenorganisatie. En over hoe we als voorgangers en ambtsdragers over 'het land' of 'Utrecht' spreken.
Het georganiseerde kerkbrede gesprek is gevoerd, en dat was goed. Maar als het gesprek over hoe we kerk zijn en willen zijn in kerkenraden en werkgemeenschappen, in classicale vergaderingen en in alle andere beraden die we kennen gevoerd wordt, gaat het stromen. Dan vinden we opnieuw een gezamenlijke weg, met inbegrip van onze diversiteit en ambivalentie. Het is ooit gelukt om daarin en daarmee tot de Protestantse Kerk te komen. Nu mogen we met elkaar een nieuwe stap zetten op weg naar een toekomstbestendige kerk en organisatie, ons bewust van onze gezamenlijke roeping om Jezus Christus na te volgen, God te eren, en elkaar en de wereld te dienen. Doet u, doe jij mee?
Met een hartelijke groet, ds. Trijnie Bouw