Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Woord & Sacrament: bij de Vredesweek van 2026 – en daarna elke week…

Oorlog in onze straat. Buiten hoor ik plotseling geschreeuw. Kinderen joelen, en zijn het duidelijk niet met elkaar eens. Welles en nietes. Ik was eerst. Maar ik deed zo. Dat alles doorspekt met een herhaald: ta-ta-ta-ta. Want het is oorlog in onze straat.

Eerst had ik nog, in m'n onschuld, gedacht dat het ta-ta-ta iets te maken had met een optocht die ze naspeelden. Een blik uit het raam levert echter geen vrolijk schouwspel met trommels, toeters en bellen. Na een korte achtervolging wordt een jongetje in z'n lurven gepakt, tegen de muur gezet en met een pistool kalm gehouden. Een speelgoedpistool, naar ik veronderstel. Maar het beeld van iemand wiens hoofd wordt opgetild door de loop van een pistool, dat zag ik gisteren nog in de krant, en eergisteren op de televisie. De man met het geweer trok een verbeten gezicht, het slachtoffer was doodsbang. Het wordt in onze straat levensecht, nee, met dodelijke ernst nagespeeld. Als voorbeeld dienen gijzelingen, aanslagen, oorlogen en een oneindige hoeveelheid films.

Pauw-pauw doen geweren. Ta-ta-ta-ta doen mitrailleurs. Ze schieten zoveel kogels dat er altijd wel één raak is. Maar ze hoeven niet dodelijk te treffen. Want niemand wil de dood van een ander. Nee, dat zou onmenselijk zijn. Het gaat er slechts om de ander uit te schakelen. Iemand moet alleen maar ‘onschadelijk gemaakt worden’. Alsof mensen een plaag zijn, en eigenlijk uitgeroeid moeten worden. Die anderen dan.

Ik denk aan een verhaal over de tijd van vrede. In dat verhaal worden zwaarden omgesmeed tot ploegen, en speren tot snoeimessen. Of, om het in hedendaagse termen te zeggen: tanks worden omgebouwd tot waterpompen, en van raketten worden landbouwmachines gemaakt. Als de grote mensen geen wapens meer maken, hoeven ze niet meer van plastic nagemaakt te worden voor de kinderen. De oorlog wordt niet meer jong geleerd, en niet meer oud gedaan.

Een oorlog tussen volken en landen is niet alleen een zaak van de internationale politiek. 't Gebeurt hier in de stad, ze vechten bij ons op de hoek. En in al die huizen waar men denkt dat geweld de oplossing is van alle problemen.

Hoeveel keer zal het 'vrede op aarde' geklonken hebben? Elke zondag zingen we lofzang. Hoeveel mensen hebben het zich laten voorzingen door de engelen? Hoe velen hebben het nagezongen. Elke dienst weer, en meer dan één keer: vrede zij met u. En hoe velen zijn achter het ta-ta-ta van orgel en trompet opgestaan, rondgegaan, uit louter vreugde omdat het feest begonnen was?

En dan te bedenken dat die woorden van de engelen niet eens een wens zijn. Zo in de trant van: dat er ooit eens vrede komen mag. Nee, het is de vaststelling van een feitelijke gebeurtenis: nu is de vrede op aarde gekomen. Ach, in de sfeer van het ‘kerstgebeuren’ laat je je wel eens meeslepen. En ín de kerk kan je ’t elke zondag zingen. Maar op straat geldt de realiteit van dreiging en bewapening, van geweld dat ‘mag’.

Vrede op aarde. Zulke woorden verworden gemakkelijk tot grootspraak. Veel geschreeuw en weinig wol.

Wie iets weet van de geschiedenis van de kerk, weet ook hoe velen hebben gestaan, met in de ene hand het kruis en in de andere hand een zwaard. En als christenen werkelijk zoveel weten van de vrede (en die indruk krijg je toch als ze ’t elke week zingen), waarom werden en worden dan zoveel oorlogen gevoerd door naties, die zich graag christelijk noemen?

Ik denk dat we een keuze moeten maken: óf we zingen niet en nooit meer over vrede op aarde, óf we trekken de consequenties van ons uit volle borst beleden geloof, dat er wel vrede is en kan zijn. En stemmen dus allemaal tégen de bewapening.

Als er iets van het evangelie bij al die tienduizenden kerkgangers is aangekomen, dan zou het toch moeten zijn dat de wereld niet aan een blind noodlot is overgeleverd. Als er iets duidelijk is geworden, dan toch dat God onze bondgenoot wil zijn. En, voor alle duidelijkheid, dat is geen militair bondgenootschap. Als mensen iets ervaren hebben, dan toch dat wíj de verantwoordelijkheid hebben om op deze aarde te zorgen voor de ons geschonken vrede.

Als mensen, oud of jong, gewelddadig sterven, dan blijven vaak vele vragen onbeantwoord. Waarom zij, waarom nu, waarom ons. Maar voor heel veel mensen in deze wereld is die vraag wél te beantwoorden. Want ze gaan niet heen in vrede, maar sterven door geweld van oorlog. Ze gaan dood van de honger.

Als mensen sterven van armoe, terwijl anderen overvloed hebben, wordt de vrede op aarde moedwillig vermoord. De problemen van oorlog en honger liggen niet in andere werelddelen, maar in onze eigen straat, in onze portemonnee, in wat wij kiezen. Een dag naar de speeltuin is goedkoper dan oorlogsspeelgoed. En leren van elkaar te houden brengt meer leven dan wantrouwen.

Het leven delen, dát kan onze werkelijkheid zijn! En wie weet, wordt er dan op alle straten van de wereld, ook in de onze, ooit nog eens 'vredetje' gespeeld.

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)