Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Zingen we het Wilhelmus in de kerk of niet?

Het zingen van het Wilhelmus in de kerkdienst roept uiteenlopende reacties op. Voor de ene gemeente verdient ons volkslied een vanzelfsprekende plek, voor de andere past het niet binnen de eredienst omdat we in de kerk Gods koninkrijk belijden en niet dat van de staat der Nederlanden.

Zingen we het Wilhelmus in of na de kerkdienst rond Koningsdag en 4 en 5 mei? En, zo ja, wanneer doe je dat dan? Deze vraag wordt elk voorjaar in veel gemeenten of kerkenraden opnieuw gesteld. Afhankelijk van de kerkelijke ligging worden daar verschillende antwoorden op gegeven. Vaak wordt een compromis gezocht, bijvoorbeeld door het na de zegen te zingen, of in ieder geval naast couplet 1 ook couplet 6.

Voor sommige gemeenten hoort het vanzelfsprekend een plek te hebben. Voor andere niet; we belijden in de kerk Gods koninkrijk en niet dat van de staat der Nederlanden. Bovendien is het in onze tijd, ook in de kerk, normaler geworden dat er verschillende opvattingen zijn over het koningshuis. In elke kerkdienst zullen ook mensen met een meer republikeinse opvatting over staatsinrichting zitten.

Er speelt hier ook een aantal onderliggende thema's een rol, die kunnen helpen om er een goed gesprek over te voeren.

Historie

Het Wilhelmus is een gedicht uit het begin van de Tachtigjarige Oorlog met Willem van Oranje als 'ik'-persoon. Vanuit zijn gezichtspunt wordt de politieke situatie in zijn tijd, zijn plek daarin en zijn onverschrokken godsvertrouwen bezongen. Willem van Oranje (1533-1584) was een beschermer van het calvinisme en – in die tijd nog bijzonder – protestants opgevoed. Als stadhouder was hij aanvankelijk trouw aan de katholieke landsheer, Karel V. Diens opvolger, Filips II, zag het protestantisme als een bedreiging en probeerde het te onderdrukken. De tweestrijd van Willem van Oranje bestond eruit dat hij enerzijds trouw wilde blijven aan het Spaanse gezag ('den koning van Hispanje heb ik altijd geëerd'), maar ertoe gedwongen werd partij te kiezen, zeker toen na de beeldenstorm van 1566 beide gelovige tradities politiek tegenover elkaar waren komen te staan. Precies die tweestrijd van Willem van Oranje wordt in het Wilhelmus bezongen. Na de Tachtigjarige Oorlog kregen in de Republiek der Verenigde Nederlanden de protestanten het voor het zeggen en sindsdien wordt hij als 'vader des vaderlands' beschouwd.

Het huidige koningshuis, dat sinds de 19e eeuw bestaat, bestaat uit nakomelingen van Willem van Oranje. In de geschiedenis van Nederland zijn verschillende dingen sterk verbonden geraakt met wat vroeger werd aangeduid met de drieslag 'God, Neêrland en Oranje': de voorspoed van het land, de verbondenheid met (de familie van) Willem van Oranje als symbool van nationale eenheid, en het protestantse geloof dat hier de vorm van calvinistisch protestantisme had.

Scheiding tussen kerk en staat

Rond de verjaardag van de vorst wordt traditioneel het Wilhelmus gezongen. Dat heeft te maken met de sterke historische verbondenheid tussen de Nederlandse Hervormde Kerk, de koning als staatshoofd die lid is van deze kerk (tegenwoordig de Protestantse Kerk in Nederland), en het geloof dat het land door God gezegend is met deze staatsvorm en dit staatshoofd. Dat dat bovendien gebeurt rond 4/5 mei is hier een directe afgeleide van, en wijst op (de rol van) het staatshoofd als symbool voor nationale eenheid in de oorlogsjaren 1940-1945.

Tegelijkertijd kent Nederland een strikte scheiding tussen kerk en staat. Dat wil zeggen dat de staat de kerk niet kan besturen en omgekeerd ook niet. Beide zijn verschillende 'domeinen' – de een kan de ander de wet niet voorschrijven, al kan de kerk niet tegen de wet van de staat in gaan. Als 'vereniging' kan zij daarbinnen wel haar eigen regels vaststellen, zoals in de kerkorde en belijdenisgeschriften gebeurt.

Zorgt deze scheiding van kerk en staat er dan niet voor dat het Wilhelmus überhaupt niet thuishoort in de kerk? Dat hangt ervan af hoe je ertegenaan kijkt. Als bovenstaande historische eenheid van kerk, geloof en staatshoofd nog steeds zo wordt ervaren, kan de traditie om het Wilhelmus te zingen gewoon voortgang vinden. Anderen willen wat preciezer kijken naar wat je dan eigenlijk doet. Span je nationaal gevoel niet voor het karretje van geloof, en omgekeerd?

Volkslied of geloofslied?

In de kerk zingen we doorgaans geloofsliederen: psalmen en andere liederen. Het Wilhelmus, oorspronkelijk een trots geuzenlied, is tegenwoordig in eerste instantie een volkslied. Een kenmerk hiervan is bijvoorbeeld dat het staande gezongen wordt – een houding die we kennen vanuit de seculiere wereld (bij dodenherdenking, bevrijdingsdag, Olympische Spelen en WK-voetbal). Tegelijkertijd is het volkslied vooral 'symbool'. Wij als zangers ervan zijn geen 'prinse van Oranje', niet 'van duitsen bloed' (al kan dat woord etymologisch nog wel verschillend geduid worden), noch eren wij de koning van Hispanje. Maar het samen zingen van deze woorden geeft de verbondenheid aan met een nationaal gevoel. Onze houding verandert zodra de eerste kwartsprong van de melodie wordt ingezet. Dat gebeurt vooral door de handeling van het samen, staande, plechtig en gedragen zingen.

Ons volkslied wordt in zekere zin geloofslied als de zangers zich vereenzelvigen met de 'ik'-persoon, en de coupletten over geloofsvertrouwen gaan zingen. Daarom is het in de kerk gebruikelijk om couplet 1 en 6 te zingen ('Mijn schild ende betrouwen, zijt Gij, o God, mijn Heer', en 'Dat ik toch vroom mag blijven, uw dienaar t'aller stond'). In eerdere kerkelijke liedbundels was daarnaast couplet 14 opgenomen, waar God naar Psalm 23 als herder wordt bezongen. Toch zou men zich kunnen afvragen waarom we het in de kerk dan staande zouden moeten zingen; wordt er dan niet een seculier gebruik de liturgie ingebracht? Ook als het als slotlied of na de zegen klinkt, wanneer de gemeente 'toevallig' al staat, ontslaat het ons niet deze vraag te stellen: zingen we het als volkslied om nationale eenheid te benadrukken of als geloofslied over vertrouwen in God? Dat zijn niet per se elementen die samenvallen, zou een criticus zeggen.

Voor of na de kerkdienst?

Liedboek-1973 en Liedboek-2013 hebben het gedicht weer als geheel opgenomen, niet in de laatste plaats omdat het een acrostichon betreft, waarbij de eerste letters van elk couplet samen de naam van 'Willem van Nazzov' vormen. Om literaire redenen is deze eenheid behouden.

Dit bracht een predikant ertoe om – als alle coupletten dan toch beschikbaar zijn – elk jaar naast vers 1 en 6 ook vers 15 (in plaats van het in eerdere bundels gedrukte 14) te laten zingen. De knipoog hiervan is dat dit couplet zegt dat er geen hogere 'majesteit' is dan God. De onderhuidse kritiek is dus dat wij niet (alleen) voor ons staatshoofd zingen, maar dat het in de kerk over een heel ander koninkrijk gaat, namelijk de nieuwe wereld van God, waarvan aardse koninkrijken zich in dienst moeten stellen.

Niet zingen of een alternatief?

Trekt men de laatste lijn door, dan zijn er ook mensen die zeggen dat dit lied als volkslied niet in de kerk thuishoort. Ook niet als het als 'geloofslied' wordt gezongen, want dan zou je het net zo goed in augustus, half oktober of met kerstavond kunnen zingen in plaats van 27 april en 4 en 5 mei, of couplet 8 wanneer er in de kerk over koning David gelezen wordt. Maar zo werkt het niet, voelen we meteen aan: ontegenzeggelijk heeft dit lied qua melodie een andere 'status' dan alle andere liederen die we binnen en buiten de kerk zingen.

Voor de een is het een ondenkbare, onrespectvolle gedachtegang om het lied weg te laten, voor de ander logische gevolgtrekking uit het voorgaande. Voor God zijn wij allemaal gelijk, voor andere kerkleden dan Willem-Alexander der Nederlanden zingen wij ook niet bij hun verjaardag, althans niet in de kerk. Als het wordt gezongen, dan vaak na de zegen en na de handdruk tussen predikant en ouderling, zodat het formeel gesproken buiten de kerkelijke liturgie valt. Het is de vraag of dat een goede oplossing is, het is eerder een compromis tussen voor- en tegenstanders en houdt daardoor iets ongemakkelijks. Om op bevrijdingsdag toch een bijzonder lied te zingen, omdat bevrijding ook een sterk bijbels-theologisch thema is, biedt het Liedboek naast het Wilhelmus (lied 708) een ander lied in de categorie 'Bevrijdingsdag', namelijk lied 709: 'Nooit lichter ving de lente aan', dat impliciet maar heel duidelijk verwijst naar de bevrijding in mei 1945 en wat daaraan voorafging.

Goed gesprek

Het is goed om gezamenlijk na te denken over wat je doet als het volkslied gezongen wordt. Zingen we een volkslied of een geloofslied? Of laten we geloof en nationaal gevoel bewust door elkaar lopen of samen op gaan? Hoe verhouden we ons als kerk tot staatshoofd en koningshuis, en is dat in de loop van de tijd veranderd of niet? Willen we als kerk waardevolle traditie behouden die is verweven met de historie van ons land? Of moet er wel of niet een kritischer, profetischer stem klinken? Op welk moment zingen we het: na de preek bij de bijbellezingen of aan het slot, en is er dan ook creativiteit toe te passen in de keuze van de coupletten? Zingen we het ook op andere momenten in het jaar dan alleen in april/mei? Hoe is het verbonden met lezing, gebed en prediking, en krijgt het door de liturgische context ook een bewuste betekenis mee? Zingen we het staande of niet en wat is het effect daarvan? Er is geen goed of fout, evenmin is er een vaste richtlijn. De kerkenraad bepaalt hoe er in de lokale gemeente mee om wordt gegaan. Maar we raken meer op de traditie betrokken door in gesprek samen deze belevingen te doorleven.

Omdat het een zaak van de gemeente en haar kerkenraad is, moet een eventuele gastpredikant daar wel tijdig van op de hoogte gesteld worden en niet overvallen worden door een organist die onverwacht het volkslied inzet. Het lied heeft zoveel meer te bieden dan alleen die functie.

Meer informatie over de achtergrond van het lied is hier te vinden: 708 - Wilhelmus van Nassouwe

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)