In haar werk in de gevangenis is justitiepredikant Mirjam Verschoof (1992) er soms getuige van dat iemand bepaalde waarden en overtuigingen gaat bevragen. “Het is mooi om te zien hoe mensen zachter worden, kleine gebaren van vriendelijkheid laten zien.”
- geestelijk verzorger in de Penitentiaire Inrichting in Arnhem, daarvoor werkte ze als pionier van De Haven, Kanaleneiland Utrecht, en bij Mentoraat en Trainingen in de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk
- bachelor Theologie aan de VU/Protestantse Theologische Universiteit, de predikantsmaster aan de PThU
- voelt zich thuis in het protestantisme ‘met een evangelicale tint’
Hoe ervaar je je roeping?
“Het was geen meisjesdroom om dominee te worden. Wel had ik altijd interesse in geloof, mensen, God en bijbelverhalen. In de studie Theologie kwamen deze interessegebieden samen. Ik heb steeds het gevoel gehad dat God mijn studiekeuzes, die ik maakte in gebed, geleid heeft. Het voelt als gezegend. Mijn werk in de gevangenis ervaar ik als heel betekenisvol. Tijdens mijn studie was ik al kerkelijk vrijwilliger in de gevangenis in Nieuwegein. Daarnaast was het werk in pioniersplek De Haven een goede leerschool; daar kwamen ook mensen voor wie kerk en geloof niet vanzelfsprekend zijn.”
Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?
“De gevangenis is voor mijn eigen geloof een bemoedigende plek, ik leer veel van gedetineerden. Hun vragen vormen mij en helpen mij groeien in geloof. Ik heb het nodig om te geloven in wonderen, dat het goed kan komen met iemand. Dat God kan ingrijpen in mensenlevens, daar waar mensen die hoop hebben opgegeven. Ik wil dat geloven, dat God daar zijn weg in kan gaan.”
Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?
“Ik doe dit werk parttime, dat helpt. En ik heb een jong gezin thuis, dat houdt het in balans. Dit werk fulltime doen lijkt me zwaar. Je zit boven op wat kapot is in het leven, op wat mensen elkaar kunnen aandoen.”
Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?
“Ik heb drie hoofdtaken: kerkdiensten, groepswerk en individuele gesprekken. Het groepswerk vind ik het mooist: samen een bijbelverhaal lezen en daarover in gesprek gaan. De deelnemers hebben heel verschillende achtergronden, waardoor er uiteenlopende perspectieven op het bijbelverhaal ontstaan. Ook de groepsdynamiek is bijzonder. Het samen zoeken, oefenen in luisteren naar elkaar en de goede vragen stellen is een mooi proces. Er gebeurt van alles, en als er vertrouwen is kan er veel.”
Welke scholing heb je voor het laatst gevolgd?
“Op dit moment volg ik de primaire nascholing voor beginnende predikanten. In de pioniersplek werkte ik nog niet als predikant, ik ben bevestigd als predikant binnen de penitentiaire inrichting. Tijdens de nascholing reflecteer je veel op je werkzaamheden, waarom je doet zoals je doet. Erg interessant.”
Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?
“Dat zie ik zeker. Soms mag ik er getuige van zijn dat iemand bepaalde waarden en overtuigingen die hij nastreefde gaat bevragen en loslaten. Veel mensen zitten vast omdat ze snel veel geld wilden verdienen, geweld hebben gepleegd of boven aan de pikorde wilden staan. In de gevangenis gaan ze dat leven soms bevragen. God kan daarvoor in de plaats andere waarden geven, die echte vreugde brengen. Het is mooi om te zien hoe mensen zachter worden, oog krijgen voor de noden van mensen om hen heen, en kleine gebaren van vriendelijkheid laten zien.”
Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?
“Onlangs is het nieuwe handboek voor het Justitiepastoraat uitgegeven: Geestelijke verzorging bij justitie. De vorige editie, uit 2009, heeft me destijds op het spoor gebracht van werken in de gevangenis. Het is een interessant boek, met bijdragen van verschillende auteurs die zoeken naar een plek voor christelijke geestelijke verzorging binnen het gevangeniswezen. Thema’s als humaniteit, rouw, bijbelgebruik en rituelen komen aan bod, en hoe je daar als geestelijk verzorger je weg in kunt vinden.”
Is er een bijbeltekst die met je meegaat?
“Psalm 33 vers 22: ‘Heer, laat ons uw liefde zien, op U vertrouwen wij.’ Deze tekst zegt mij dat God de bron is van al het goede in mij, en ook van wat ik mag zoeken in de ander. God is de bron en de gever van de liefde die ik voel voor mijn werk, voor de mensen. Het is niet van mij afhankelijk.”
Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?
“In de gevangenis zijn de kerkmuren beperkt aanwezig: er is één kerkdienst voor alle christenen: protestant, katholiek, en alle kleuren daarbinnen. Het mooie is dat mensen met heel verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en van elkaar leren. Of soms niet, en dat is ook oké. Dat mensen met verschillende achtergronden samen de Bijbel openslaan vind ik prachtig. De zoektocht en geloofsreis die dan kan beginnen, gun ik elke kerk.”