Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Woord & Sacrament: om de dooie dood?

In onze tuin ligt een dood vogeltje. Een van de kinderen komt het opgewonden vertellen. Een paar vriendjes staan intussen vol belangstelling over het lijfje heen gebogen. Er is zoveel nieuw als je jong bent, en alles is interessant. Alles wil je weten.

'Is ie dood? Nou kan ie niet meer vliegen, hè. Waarom is ie dood?' Juist het kind beseft en accepteert dat heel veel onbegrijpelijk is.

Voor het dode vogeltje wordt een kuiltje gegraven, achter in de tuin. Ik moet de kinderen weerhouden 't nog even te aaien. Je denkt als volwassene immers eerder aan hygiëne dan aan een soort van afscheid. Later blijkt dat de kinderen bij het begraven het vogeltje een kruis hebben gemaakt van takjes. Ze hebben zo'n kruis op een graf een keer gezien, dan hoort dat dus zo.

Wie op kinderen let, zal ontdekken dat ze in hun spel heel vaak de ouderen nabootsen: vader en moeder, chauffeur, dokter en juf. Zo leren ze hoe je het moet doen. Hoe het aanvoelt. Hoe het leven is.

En het kan gebeuren dat je kinderen 'begrafenisje' ziet spelen. Ook dat hebben ze gezien of meegemaakt. Door hun spel leren ze en nemen ze het in zich op. Leren omgaan met de dood. De dood niet als iets angstigs of dreigends, maar als iets dat blijkbaar gebeurt. Wel heel verdrietig.

Het valt me steeds weer op hoeveel moeite grote mensen vaak hebben met de dood. Zozeer, dat ze soms zelfs het zwijgen er toe doen. Over doodgaan praat je niet. Over de dood denk je liever ook maar niet. Je doet net of het jou niet aangaat. Of het jou niet zal raken.

Maar je wéét het wel. Dood heeft te maken met afscheid. Met niet meer kunnen. Met pijnlijk gemis. Met verlammend verdriet. En soms opluchting, vanwege het einde van een lijdensweg.

Toch maken we wellicht de fout, dat we ons te veel laten leiden door dreigende gevoelens van onmacht. Omdat we het niet begrijpen, zouden we dan maar zwijgen?

Omdat er zoveel vragen onbeantwoord blijven, stellen we dus geen vragen meer?

Want als er toch geen antwoord is.

Alsof je alleen maar iets mag zeggen als je het antwoord hebt.

Ik denk dat het goed is om toch maar met elkaar te spreken over de dood en over jouw dood. Over heel praktische zaken. Maar vooral over je vertrouwen, en over je angst.

We zouden elkaar daarmee erg helpen.

We zouden elkaar kunnen leren dat we voor de dooie dood niet bang hoeven te zijn.

We vertellen elkaar zelfs het verhaal van Pasen. Jezus is dood en begraven. Einde van een levensverhaal. En dan… Wat er dan gebeurt begrijp ik eigenlijk nog steeds niet. Ik troost me maar met de gedachte dat de mensen die het allemaal zelf meemaakten, ook met stomheid geslagen zijn.

Nee, geen van de evangeliën vertelt hoe dat in z'n werk ging. Het hoe en wie en wat en waar wordt overgeslagen. Maar dát deze Messias nog steeds een levende werkelijkheid is, daarmee gaat het verhaal wél verder.

En heel af en toe ervaar ik inderdaad zijn levende aanwezigheid. Toen ik in de put zat, en iemand z'n arm om me heensloeg. Toen ik dat kind in de kring dat stukje brood gaf. Toen we uitgepraat waren, en de stilte gevuld werd met Gods aanwezigheid.

Ons kind speelt weer met een vriendje in de tuin. En dan komen ze weer opgewonden binnen. Papa, ik heb weer een vogel gezien. Precies daar waar we hem begraven hebben. Is ie weer levend geworden? Of zou dat z'n kind zijn?

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)