Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. ‘Kom tot inkeer,’ zei Hij, ‘want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ Toen Hij langs het meer liep, zag Hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg Mij, Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ Ze lieten meteen hun netten achter en volgden Hem.
Zowel bij Matteüs als bij Marcus begint Jezus' 'eigen' verkondiging met deze roep tot inkeer en de verwijzing naar dat visioen, naar deze visie waarvoor hij leefde: het nabijkomen van Gods koninkrijk. Bij deze nabijheid van Gods koninkrijk hoort een betrokken zijn, in het hier en nu, bij wat Gods bedoeling is met ons mensen.
Hoe vastgeroest situaties ook kunnen zijn, in het licht van Gods koninkrijk is er geduld en ruimte voor nieuwe, andere mogelijkheden. Durven en kunnen wij die elkaar gunnen? Hebben we genoeg verbondenheid om ook samen te kijken naar de materiële kanten die zo'n verbondenheid met zich meebrengt?
'Kom tot inkeer', roept Jezus ons dus als eerste boodschap toe. Maar wat is dat eigenlijk, 'tot inkeer komen', of zoals in andere vertalingen waar we horen 'bekeer je'.
Voor Luther was dit 'tot inkeer komen' een van zijn prachtige ontdekkingen toen hij leerde om de Bijbel in de grondtekst in het Grieks of in het Hebreeuws te lezen en vandaaruit te vertalen. In het Latijn, de taal van kerk en de geleerden van zijn tijd staat er paenitentiam agite (boetedoen), terwijl in het Grieks staat metanoia (omkeer, inkeer).
Innerlijke omkeer
In zijn voorwoord tot zijn eerste vertaling van het hele Nieuwe Testament, die hij op de Wartburg maakte, schreef hij: 'Ik heb vaak gezegd dat het Griekse woord 'metanoia' (omkeren, bekeren) niet 'paenitentia' betekent, zoals men dat in de Latijnse kerk tot nu toe begreep, maar eigenlijk een verandering van gezindheid, een innerlijke omkeer.'
Deze roep tot omkeer heeft vanuit dit inzicht niet meer te maken met een straf- en regelsysteem van schuld en boete, maar heeft allereerst te maken met een andere geest, met een andere mindset en daarmee verbonden een andere levenshouding.
Werkelijke verandering
Luther gaat in mijn ogen verrijkend zoeken naar het punt waar werkelijke verandering bij ons mensen begint. Dat is voor hem het hart van de mens, de plaats waar de lef, de moed zit om iets anders te kunnen doen.
Daar in Galilea, aan de rand van de toenmalige samenleving begon Jezus met zijn roep om de mensen erbij te trekken, bij zijn weg van het opnieuw en in een ander licht zetten van onze wereld, van ons samenleven. Het is een weg van zoeken en wijzen om gemeenschappen van delenden te worden en te zijn.
Een roep en een opdracht die begint met deze inkeer, die mij zeker niet overbodig lijkt in deze steeds rarer wordende tijd met een door machtigen tentoongespreide tijdsgeest gericht op meer en meer 'hebben' en meer en meer bezit, terwijl de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter wordt.
Heroriëntatie
Niet alleen in het grote wereldgebeuren is deze heroriëntatie nodig, ook voor ons als mensen die met levende lutherse gemeenschappen en de lutherse traditie hier in Nederland verbonden zijn is deze belangrijk. Met welke visie en met welke krachten kunnen wij de komende jaren aan deze roep gehoor blijven geven in de keuzes die we mogen en ook moeten maken in onze weg om Christus te volgen. Jezus wil niet alleen gaan, maar samen met andere mensen, met ons mensen tot op heden. Hij roept zijn leerlingen om met hem mee te gaan en blijft hopen dat wij die roep horen en doorvertalen naar ons leven. Wie weet wat wij daarin samen nog voor moois tegen kunnen komen op deze weg.