Welkom op deze themapagina over leidinggeven! Hier vind je antwoord op drie kernvragen:
- Wat is leidinggeven?
- Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij leidinggeven?
- Hoe geef je in de praktijk leiding?
Deze pagina is bedoeld als handreiking bij leidinggeven in de gemeente. Niet alles is voor iedereen relevant. Haal eruit wat jouw gemeente of kerkplek op dit moment verder helpt.
Wat is leidinggeven?
Zorgen voor samenhang en richting
Leidinggeven in de kerk heeft in essentie te maken met het zorgen voor samenhang en richting met het oog op de roeping van de gemeente. De kerkorde verwoordt dat in artikel IV zo: “De gemeente geeft gehoor aan haar roeping door onder leiding van de kerkenraad de samenhang in haar leven en werken te bevorderen en alles te richten op de lofprijzing van de Naam des Heren en de dienst in de wereld.”
Een bruikbare definitie
Godsdienstpsychologe Joke van Saane geeft een behulpzame definitie van leiderschap:
“Leiderschap is het dynamische proces waarin leiders en volgers elkaar beïnvloeden zodat er (1) overeenstemming ontstaat over doel en middelen van de groep, (2) individuele leden en de groep als geheel optimaal gefaciliteerd worden in de pogingen de doelen te bereiken en (3) het welzijn van groep en leden verhoogd wordt.”
Leiden versus managen
Leiden is iets anders dan managen. Je zou kunnen zeggen dat managen gericht is op ‘de dingen goed doen’, terwijl leiden gericht is op ‘de goede dingen doen’. Beide zijn nodig.
In het bestuur van kerk en gemeente ligt de nadruk nogal eens op managen: op de organisatie van de gemeente, het goed laten draaien daarvan en de uitvoering van beleid. De gemeente bewandelt een bepaalde weg en die weg moet begaanbaar blijven.
Leiden legt het accent op andere aspecten van kerk-zijn: op de ontwikkeling van mensen en groepen (het mensgerichte aspect) en op de vernieuwing van het gemeente-in-de-wereld-zijn (het toekomstgerichte aspect). Voor dat laatste heb je in het leidinggeven visie en vernieuwing nodig: het onderscheiden van de richting en de nieuwe wegen die de Geest wijst.
Belangrijke aandachtspunten bij leidinggeven
Leidinggeven is nodig
In onze cultuur bestaat vaak terughoudendheid ten opzichte van leiderschap en hiërarchie. Ook in de kerk zijn mensen soms huiverig voor gezagsstructuren. Voorgangers en andere leidinggevenden zijn zich daarvan bewust en zullen zich niet snel uitdrukkelijk als leider presenteren. Toch blijft leidinggeven essentieel, ook in de gemeente. Zonder leiding ontbreekt de samenhang en richting die nodig zijn om de roeping van de gemeente gestalte te geven. De vraag is dus niet óf er leiding gegeven moet worden, maar hóe dat gebeurt: op een manier die past bij de gemeente en die dienstbaar is aan haar opdracht.
Leidinggeven is macht gebruiken
De ambivalentie die mensen hebben ten opzichte van leiderschap en leiders hangt voor een deel samen met het risico van machtsmisbruik dat daarmee gepaard gaat. Leidinggeven houdt inderdaad in dat je macht hebt. Die macht kun je op verschillende manieren inzetten: ten goede, maar ook ten kwade. Het ontkennen dat je als leider macht hebt is een valkuil, zeker voor voorgangers. Het is juist belangrijk dat je je bewust bent van de macht die je hebt en hoe je die wilt gebruiken. Ook ambtelijke dienst, bijvoorbeeld door een kerkenraad, is een vorm van machtsuitoefening. Die kan alleen gezond zijn wanneer die geworteld is in liefde.
Wat als het misgaat?
Zoals hiervoor al verwoord is, kan leidinggeven ook ontsporen. Machtsmisbruik is daarvan een ernstige vorm, maar ook op allerlei andere manieren kan het misgaan in het leidinggeven. Zo kunnen er spanningen ontstaan binnen de kerkenraad, tussen kerkenraad en voorganger of tussen kerkenraad en gemeente. En die spanningen, die vaak beginnen met kleine irritaties, kunnen uitgroeien tot conflicten. Natuurlijk zijn leidinggevenden als eerste zelf verantwoordelijk voor een gezonde omgang met verschillen en geschillen. Maar soms ontstaan er situaties waarbij je er zelf niet meer uitkomt en hulp van buiten nodig is.
De kerk heeft daarvoor – vastgelegd in het kerkrecht – verschillende instrumenten en procedures. Zo zijn er regionale en landelijke colleges voor visitatie, bezwaren en geschillen en het opzicht. Ook classispredikanten kunnen in dit soort situaties een adviserende en interveniërende rol spelen. Daarnaast kan de hulp van externe deskundigen op het terrein van mediation, supervisie en coaching ingehuurd worden.
Leidinggeven is dienen
Gezond leiderschap is ook dienend leiderschap. Jezus zelf is het toonbeeld van deze manier van leidinggeven. In Matteüs 20 zegt hij tegen zijn leerlingen: “Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn.” Ook in de organisatiekunde is de afgelopen decennia de waarde van dienend leiderschap (her)ontdekt. Zo geeft Inge Nuijten de volgende definitie daarvan: “Een dienend-leider stelt de belangen van anderen op de eerste plaats, heeft de wijsheid om te zien wat nodig is, de capaciteiten om daar iets mee te doen en de moed om daarnaar te handelen.” Deze manier van leidinggeven begint met willen dienen. Vanuit die houding ga je leiden. Bij dat leiden hoort ook onderscheiden (wijsheid om te zien wat nodig is), horen bepaalde competenties (capaciteiten om daar iets mee te doen) en doortastendheid (moed om daarnaar te handelen).
Leidinggeven is ook geestelijk van aard
Leidinggeven in de kerk is ook altijd geestelijk leidinggeven. Wat dat is wordt kernachtig verwoord in ordinantie 4 van de kerkorde: “De ambtelijke vergaderingen, waaraan de leiding in de kerk is toevertrouwd, verrichten hun werk luisterend naar de Heilige Schrift en in onderlinge saamhorigheid.” Dit uitgangspunt zegt kort en krachtig wat geestelijk leidinggeven in essentie is: samen, luisterend naar Gods Woord, je werk doen.
Het begint ermee dat je je laat leiden, door Gods Woord en Geest, vanuit een houding van ontvankelijkheid. Vanuit die houding kun je in het leidinggeven ook onderscheiden. Dat onderscheiden komt onder andere tot uitdrukking in het woord ‘saamhorigheid’. Saamhorigheid draagt bij aan eensgezindheid, bijvoorbeeld als er besluiten moeten worden genomen. En eensgezindheid is een teken van de Geest.
De voorganger heeft in dat proces van onderscheiden een specifieke rol. Bijvoorbeeld door bij de bespreking van agendapunten in de kerkenraad dit luisteren naar Gods Woord in te brengen en open te houden.
Leidinggeven doe je ook aan jezelf
Leidinggeven in de kerk vraagt ook om leidinggeven aan jezelf: om het cultiveren van je eigen leiderschap en om zorg voor je eigen ziel. Dat heeft een gemeenschappelijke en een persoonlijke dimensie.
- De gemeenschappelijke dimensie
Het is goed om als kerkenraad af en toe stil te staan bij de manier waarop je leidinggeeft. Is die nog in overeenstemming met wat hiervoor over dienend leiderschap en geestelijk leidinggeven is beschreven? En is er een cultuur waarin je elkaar daarop kunt aanspreken, bijvoorbeeld als er signalen zijn dat veiligheid en grenzen in het geding zijn? - De persoonlijke dimensie
Het is belangrijk om tijd en ruimte te maken om mentaal en spiritueel fris te blijven. Je leiderschap wordt onder andere gevoed door bijbellezen, meditatie en gebed. Die praktijken zijn karaktervormend.
Leidinggeven is delen
Leiding wordt in de kerk toevertrouwd aan ambtelijke vergaderingen. Op het niveau van de plaatselijke gemeente is dat de kerkenraad, waarin de ambten van predikant, ouderling(-kerkrentmeester) en diaken vertegenwoordigd zijn. Het principe van gedeeld leiderschap is verankerd in de kerkorde.
Hiervoor werd ordinantie 4 al aangehaald, waarin wordt gesteld dat ambtelijke vergaderingen hun werk in onderlinge saamhorigheid verrichten. In dezelfde ordinantie staat als verdere uitwerking van gedeeld leiderschap: “In alle kerkelijke lichamen worden besluiten steeds na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen genomen.”
Bij gedeeld leiderschap verschuift de aandacht van de persoon van de leider naar het proces van leidinggeven en naar de dynamiek tussen leiders en volgers waar de eerder genoemde definitie van Joke van Saane woorden aan geeft.
Leidinggeven is vermenigvuldigen
Een laatste aandachtspunt bij het thema leidinggeven is het vermenigvuldigen van leiderschap. Zeker in de context van de kerk, waarin er sprake is van afnemende bestuurskracht en steeds minder schouders die de lasten van het leidinggeven dragen, is het belangrijk om leiderschap te verduurzamen door het te vermenigvuldigen.
Dat kan door mensen – ook nieuwe generaties – aan te moedigen om hun gaven en talenten te ontdekken en in te zetten voor de missie van de kerk. Daarbij is het goed om je te realiseren dat er in de gemeente op meer plekken dan in de kerkenraad leiding wordt gegeven. Denk bijvoorbeeld aan het jeugdwerk, dat een goede oefenplek kan zijn voor de ontwikkeling van nieuw leiderschap.
Maar leidinggeven kan ook op heel andere manieren tot uiting komen: een jongere die met een muziekinstrument de gemeentezang begeleidt, oefent op dat moment ook een bepaalde vorm van leiding uit.
Hoe geef je in de praktijk leiding?
Leidinggeven door en aan de kerkenraad
De ambtelijke vergadering die leidinggeeft aan de gemeente is de kerkenraad. De samenstelling, werkwijze, taken en verantwoordelijkheden van de kerkenraad staan beschreven in de kerkorde. Veel van dit soort zaken moeten vastgelegd worden in een zogenaamde plaatselijke regeling. Op deze website zijn daarvoor modellen beschikbaar, voor verschillende typen gemeenten. Denk daarbij aan gemeenten zonder en met wijkgemeenten. In het laatste geval is er – naast de wijkkerkenraden – ook een algemene kerkenraad. Wie in dat geval waarvoor verantwoordelijk is, wordt vastgelegd in zo'n plaatselijke regeling.
Een kerkenraad kan op verschillende manieren leiding geven. Zo kan een kerkenraad een deel van zijn taken delegeren aan een zogenaamde kleine kerkenraad en/of aan werkgroepen en commissies, waarin ook niet-ambtsdragers deelnemen.
Het moderamen
Een kerkenraad geeft leiding aan de gemeente, maar aan de kerkenraad zelf wordt ook leiding gegeven. Een belangrijke rol daarin heeft het moderamen, het dagelijks bestuur van de kerkenraad. In dat moderamen hebben in ieder geval ook de preses (voorzitter) en scriba (secretaris) van de kerkenraad zitting. Ook de voorganger maakt – als een van de drie vertegenwoordigde ambten – deel uit van het moderamen.
Leidinggeven door de voorganger
De voorganger – predikant of kerkelijk werker – heeft een belangrijke rol in het leidinggeven aan de gemeente. Hiervoor is al iets gezegd over die rol in het kader van het geestelijk leiderschap van de voorganger in de kerkenraad. Dat geestelijk leiderschap manifesteert zich ook op andere manieren. Bijvoorbeeld in het voorgaan in kerkdiensten en daarin onder andere in het preken.
De voorganger heeft ook een eigen rol in het op een vruchtbare manier begeleiden van veranderingsprocessen in de gemeente. Dit uiteraard in samenspel met de kerkenraad en eventuele werkgroepen of commissies die hierin een taak hebben.
Ten slotte kun je in dit kader ook denken aan de rol van de voorganger in het coachen van gemeenteleden met een specifieke taak: bijvoorbeeld in het jeugdwerk (catechese, kindernevendienst) of in het pastoraat (ouderlingen, pastoraal bezoekers).
Leidinggeven door de colleges van kerkrentmeesters en diakenen
Er zijn in iedere gemeente twee colleges met een specifieke en vanuit de kerkenraad en kerkorde gedelegeerde opdracht: het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen. Deze colleges geven leiding aan kerkordelijk voorgeschreven taken en hebben daarin een eigen verantwoordelijkheid.
Deze colleges bestaan (vaak deels) uit ambtsdragers – ouderlingen-kerkrentmeester en diakenen – die ook deel uitmaken van de kerkenraad. Het beleid van deze colleges is ingebed in het gemeentelijk beleidsplan en staat daar niet los van. Aan colleges, werkgroepen en commissies zelf wordt ook leidinggegeven. Zo schrijft de kerkorde voor dat colleges in ieder geval een voorzitter, secretaris en penningmeester moeten hebben.
Leidinggeven door werkgroepen en commissies
Een gemeente kan werkgroepen en commissies hebben. Aan een werkgroep is een deel van de taken en verantwoordelijkheden van een kerkenraad gedelegeerd. Een werkgroep heeft daarom een bepaalde mate van beleidsvrijheid, uiteraard binnen de kaders van het beleidsplan van de gemeente.
Een commissie werkt in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de kerkenraad. Een commissie is dus een soort adviesorgaan voor de kerkenraad. Denk bijvoorbeeld aan de beroepingscommissie, die de taak heeft om de kerkenraad te adviseren over een te beroepen voorganger.
Leidinggeven aan vrijwilligers
Het kerkelijk leven drijft op de kurk van mensen die zich op vrijwillige basis inzetten voor de geloofsgemeenschap: ambtsdragers en taakdragers. De zorg voor het werven, begeleiden en uitzwaaien van deze vrijwilligers vraagt om een specifieke vorm van leiding en om beleid. Daarbij is aandacht voor mensen, hun gaven/talenten en de ontwikkeling en groei daarvan een belangrijk onderdeel. Een coachende stijl van leidinggeven is dan passend, evenals de inzet van mentoren of buddies.
Leidinggeven in het jeugdwerk
Hiervoor is gezegd dat het jeugdwerk een goede oefenplek kan zijn voor de ontwikkeling van nieuw leiderschap. Jongeren hebben in veel gemeenten een taak in bijvoorbeeld de kindernevendienst of het clubwerk. En niet zelden groeien ze vanuit de ervaring die ze daarin opdoen door naar een leidinggevende rol in dat werk, bijvoorbeeld als clubleider.
Het komt ook nogal eens voor dat jongvolwassenen met een achtergrond in het jeugdwerk van de gemeente jeugdambtsdrager worden: jeugdouderling of jeugddiaken. Het jeugdwerk is dus een belangrijke leerschool voor het ontwikkelen van nieuw leiderschap in de kerk.
Leidinggeven met behulp van een beleidsplan
Een belangrijk en kerkordelijk voorgeschreven instrument bij het leidinggeven aan de gemeente is het gemeentelijk beleidsplan, dat een looptijd heeft van vier jaar. Om te voorkomen dat het opstellen van zo'n beleidsplan een routinematige invuloefening door enkelingen wordt, is het goed om daarbij te investeren in een zorgvuldig en breed gedragen proces (zie hiervoor ook de pagina Visie en beleid ontwikkelen).
In een beleidsplan kan niet voorzien worden welke acuut actuele gebeurtenissen er zullen plaatsvinden, binnen de gemeente of daarbuiten. Leiderschap vraagt daarom ook om vaardigheden om – indien nodig – op dit soort onvoorziene gebeurtenissen (denk bijvoorbeeld aan de corona-periode) te kunnen inspelen. Dat raakt ook aan de publieke rol en verantwoordelijkheid van de kerk.


