Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
infopagina

Overkomst predikant

Predikanten/geestelijken die tot een ander kerkgenootschap dan de Protestantse Kerk behoren en daarin bepaalde bevoegdheden hebben, hebben de mogelijkheid om zich bij de Protestantse Kerk aan te sluiten. De procedure daartoe duurt ongeveer een half jaar tot een jaar.

Stappen overkomst

Als u bij een ander kerkgenootschap als predikant of geestelijke werkzaam bent geweest of tot het ambt van predikant of geestelijke bent toegelaten en de overstap naar de Protestantse Kerk wilt maken

  1. richt u een gemotiveerd verzoek aan de kleine synode van de Protestantse Kerk om toegelaten te worden tot de evangeliebediening in deze kerk;
  2. de kleine synode stelt vervolgens een onderzoek in naar uw opleiding en adviseert mogelijk aanvullende studie;
  3. vervolgens vindt een gesprek plaats met de geschiktheidscommissie;
  4. op grond van de bevindingen besluit de kleine synode daarna of u toegelaten kunt worden tot het colloquium;
  5. wanneer het colloquium (een gesprek over je motivatie voor het predikantschap en alles wat daarbij hoort, naar aanleiding van een door u gehouden kerkdienst) met goed gevolg is gedaan, bent u (als proponent) beroepbaar binnen de Protestantse Kerk.

Het is verstandig er rekening mee te houden dat het doorlopen van de volledige procedure al gauw een half jaar tot een jaar in beslag neemt.

Stuur je verzoek naar aanvragenmod@protestantsekerk.nl.

Kerkorde over overkomst

In de kerkorde van de Protestantse Kerk staat hierover in ordinantie 13, artikel 13 het volgende:

  1. Indien iemand die bij een andere kerk in of buiten Nederland als predikant of geestelijke dienst heeft gedaan dan wel in deze kerk is toegelaten tot het ambt van predikant of geestelijke, toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland verlangt, beoordeelt de kleine synode, gehoord het college van bestuur inzake de kwaliteit van de ontvangen opleiding en nadat een onderzoek naar de geschiktheid als bedoeld in artikel 10 is ingesteld, of, en zo ja, onder welke voorwaarden de weg naar het colloquium voor betrokkene kan worden geopend.
  2. Het college van bestuur stelt vast of een masterexamen aan de Protestantse Theologische Universiteit nodig is en zo ja, welke vrijstellingen kunnen worden verleend voor het masterexamen dat door betrokkene moet worden afgelegd.
  3. De kleine synode kan bepalen dat betrokkene - als bijzondere omstandigheden de kleine synode aanleiding geven de weg naar het colloquium te openen zonder dat toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in lid 2 - ten aanzien van een of meer vakken een aanvullende opleiding moet doen bij daartoe aangewezen hoogleraren en docenten van de Protestantse Theologische Universiteit.